Het verschil tussen een boxermotor en een platte V12
Wat is het verschil tussen een boxermotor en een platte V12?

In de comments op Autoblog doemt regelmatig de vraag op: hebben we bij dit artikel te maken met een boxermotor of met een platte V12? De twee blokken lijken voor de leek identiek, maar zijn dat beslist niet.
Laten we beginnen bij de boxermotor. Het is onderhand een relikwie van vroeger aan het worden. De motorconfiguratie, waarbij altijd twee cilinderbanken tegenover elkaar liggen, werd ooit veelvuldig toegepast in auto's als de Volkswagen Kever en Transporter 1 en 2. Tegenwoordig wordt de legacy van deze motor nog in leven gehouden door Porsche, Subaru en Toyota met de GT86 (dat in de basis gebruik maakt van een Subaru-blok). De boxermotor heeft als groot voordeel dat de cilinders 'plat' liggen, waardoor de motor minder hoog is dan een lijn- of een V-motor. Het zwaartepunt ligt daardoor lager, wat weer een positief effect heeft op de rij-eigenschappen van een auto. Want hoe lager het zwaartepunt, des te beter de handling.
Het boxerblok uit de GT86/BRZ

Een ander groot voordeel is dat de krukas van een boxermotor zo gemaakt is dat de twee tegenover elkaar liggende cilinders altijd exact dezelfde beweging maken, omdat ze ieder hun eigen kruktap hebben. Hierdoor worden krachten en trillingen in de motor grotendeels opgeheven. Wat een kruktap is? Dat punt waar de drijfstang aan de krukas is bevestigd, hieronder gedemonstreerd in een wiki-gifje van de boxermotor:

Verschil met een platte V12
Een boxermotor is dus inderdaad altijd 'flat', maar een flat-engine is niet altijd een boxermotor. Dit heeft wederom met de kruktap te maken. Bij een flat-engine, wat eigenlijk een platgedrukte V-motor is met een blokhoek van 180 graden, zitten de drijfstangen op dezelfde kruktap. De tegenover elkaar liggende zuigers maken dus exact de tegenovergestelde beweging van elkaar terwijl de afstand tussen ze zuigers gelijk blijft, zoals in onderstaande video te zien is (mirror).
En dat is dus het technische verschil tussen de boxermotor en de platte V-motor. Als we kijken naar bekende flat-engines van vroeger, de platgelegde V12's zoals in de Ferrari 512TR en de recent aangehaalde Porsche 917k met een luchtgekoeld exemplaar, dan hebben die hetzelfde zwaartepuntvoordeel als de boxermotor. Ze kampten met minder body roll dan auto's met reguliere V12. Het nadeel was dat ze extreem breed waren. Toen er in endurance races meer aandacht kwam voor aerodynamica ónder de auto, verviel het voordeel van de lage plaatsing en werd er overgestapt naar de reguliere V12's.
Oh, en nog voordeel van Porsche's platte V12: toeschouwers werden getrakteerd op een ongekende oorverwenning als de 917K langs kwam.




