Japanse coupés uit de jaren '90 in Nederland: lijstjesvoer

Praat mee!

japanse coupes jaren '90

japanse coupes jaren '90

De Japanse coupés uit de jaren '90 die je ook in Nederland kon krijgen.

Op het moment van schrijven is de Tokyo Motor Show bezig. De Japanse automerken voorzien een grote toekomst voor de sportieve en luxe coupé. Zoveel is wel duidelijk, want bijna elk merk heeft wel een coupé meegenomen voor de beurs.

Allemaal een ander type en soort auto met afwijkend karakter, maar toch. De auto die ons het meest blij maakte was de Honda Prelude. De auto ziet er namelijk uit alsof deze morgen al in productie kan gaan. In tegenstelling tot een hardcore sportcoupé was de Prelude een perfecte daily. Een fraaie en betrouwbare auto met vier zitplaatsen en bijzondere techniek. Nog enigszins betaalbaar ook.

Ondersteunend beeld bij het artikel

De Japanners zien daar toch markt voor. Als alle merken een crossover hebben gaan ze op zoek naar andere manieren om zich te onderscheiden, net zoals de consument dat (hopelijk) wenst te doen. Wat het effect daarvan in Nederland gaat worden: geen idee. Of nou ja, wel een beetje.

Japanse coupés in Nederland zijn traditioneel een lastige businesscase. De Nissan 350Z en Mazda RX8 waren gelukkig uitzonderingen die we geregeld tegenkwamen. Maar voor het leesvoer van deze zondagochtend (wintertijd!!) kijken we naar de betaalbare Japanse coupés. Uiteraard zijn het voorbeelden (en zijn er vast nog meer).

Mitsubishi Eclipse (D30)

1996 - 1999

De auto van Brian O’Conner en alleen daarom al legendarisch. Heel stiekem was de Eclipse een draak van een auto. Ze zijn niet vooruit te fikken, het interieur is benedenmaats (ook voor Japanse auto’s uit de jaren ’90). In Nederland waren ze niet heel erg duur, dus was het minder erg.

In de VS (waar de auto ook als Eagle Talon verkocht werd) en andere markten kon je ‘m ook als turbo krijgen. Dan krijg je een 4G63 onder de kap en kenners weten dat dat bijzonder blok is. Deze had je ook met vierwielaandrijving. De tuningspotentie voor deze Mitsubishi's was enorm. Maar ja, dat was in het buitenland. Hier in Nederland kochten we gewoon een Opel Calibra als je een mooie coupé wenste.

Mazda MX-6 2.5i V6 (GE)

1991 - 1995

Een Japanse coupé hoeft niet per se sportief te zijn. Dat bewijst deze Mazda MX-6. Mazda heeft gek genoeg niet echt een compactere coupé onder de MX-6 en boven de compacte MX-3. Nu hadden ze een roadster (MX-5) die daar prima tussen paste. De Mazda MX-6 is verwant aan de Ford Probe, wat ooit de opvolger van de Mustang moest gaan worden.

De auto was in veel landen een betaalbare auto, maar in Europa aanvankelijk enkel een superluxe GT met lederen bekleding, lichtmetalen wielen en airco. Optioneel kon je kiezen voor vierwielbesturing, iets dat Japanse automerken vaker hadden in die periode. In 1997 ging de auto uit productie, maar in Nederland was het al in 1995 voorbij. Een opvolger kwam er helaas niet. De RX-8 kwam in 2008, maar was een compleet ander soort auto. De naam MX-6 is sinds 2018 uit de mottenballen gehaald door Mazda, maar nog niet toegepast. Hoe mooi zou een coupé op basis van een achterwielaangedreven ‘6’ zijn met zes-in-lijn?

Honda Prelude 2.2 VTI (BB5)

1996 - 2000

Ja, Honda komt vaker voor in het overzicht. Het merk had in de jaren ’90 dan ook enorm veel coupés in de aanbieding. Ja, echt. Denk aan de CR-X, Integra, Civic Coupé, Accord Coupé, Legend Coupé en dus ook deze Prelude (en dan vergeten we de NSX…). In Nederland was de Honda al sinds de late jaren ’70 leverbaar en in de jaren ’80 was het best een populaire auto. In de jaren ’90 zakten de verkopen een beetje in. De vijfde generatie kwam ook naar hier.

Het was absoluut een fraaiere auto dan voorheen, met (achteraf gezien) een vrij unieke voorzijde. Maar ja, de Europese concurrentie was ook erg fraai en ongeveer even duur. Al deze premium techniek zoals VTEC, vierwielbesturing en Wishbones rondom was namelijk wel heel erg duur. Ook was er Active Torque Transfer System aanwezig. Dat is een van de eerste ‘torque vectoring’-systemen. In dit geval zorgde het er voor dat het buitenste wiel sneller draaide en meer koppel kreeg.

Nissan 200SX (S14a)

1997 - 2000

De coolste van het lijstje is de meest old-school. Dit is namelijk een extreem premium Nissan. Het chassis van deze S14-generatie is dermate goed dat men het nog altijd gebruikt voor driftdoeleinden. Een origineel exemplaar vinden is dan ook bijna onmogelijk. Wellicht dat er iemand in Zuid-Duitsland nog eentje in de garage heeft staan.

Het is op zich wel logisch hoor, dat deze auto bijna niet werd verkocht. De turbomotor kun je inderdaad ver opvoeren, maar was nog wel een ouderwetse unit met flink wat turbolag. Het interieur was behoorlijk basic en veel ruimte was er ook niet voorhanden. En ondanks dat de auto zeker zijn charme heeft qua koetswerk, was het geen Volvo C70 of Peugeot 406 Coupé die je voor soortgelijk geld kon kopen. Dat is dan ook wat de consument deed. De S14 werd in 2000 van de markt gehaald in Nederland. In Japan kreeg deze generatie een opvolger in de vorm van de S15. Deze auto was geen lang leven beschoren. In feit kreeg je met de Nissan 350Z de prestaties van de 300ZX voor de prijs van een 200SX, waardoor beide van de markt gehaald konden worden,

Honda Integra Type-R (DC2)

1998 - 2001

In Nederland konden we geen gewone Integra krijgen. Zie het een beetje als de BMW M5 Touring, die kan men de VS straks wel kan kopen, maar de gewone 5 Serie Touring niet. We waren verrast dat Honda in 1997 de Integra Type-R aankondigde. Zelden werd een auto zo unaniem geprezen.

De Integra Type-R moest ook wel geleverd worden in diverse Europese landen ter homologatie. Het is dan ook een auto voor mensen die premium kwaliteit wensen, alles wat leidt tot een betere raceauto is aanwezig. Dus een stijver chassis, aangepast onderstel, lichtgewicht velgen, sperdifferentieel en een van de mooiste viercilinders ooit gebouwd.

Toyota Celica T-Sport (ZZT-231)

1999 - 2006

We eindigen het lijstje met de auto die het het langst volhield. Ook over de Toyota Celica gaan er geruchten dat deze terug gaat komen. Aangezien het uit de mond komt van hoge baas van Toyota, gaan we ervanuit dat ze serieus zijn. De Celica van de T210-generatie was helemaal geen verkeerde auto. De Celica had een prima 1.8 motor, origineel koetswerk, prima interieur en keurige rijeigenschappen. In 2000 kwam er een hetere versie, de ’T-Sport’. Dat was een Toyota-label dat maar een kort leven beschoren was voor een paar Yarissen en Corolla’s.

De T-Sport gaf de auto wel wat extra street cred. Het was sowieso de beste auto voor iedereen die een opvolger wilde voor zijn Prelude VTI. De laatste variant was de Celica GT voor de Britse markt, compleet met dikke bodykit en enorme spoiler. De motor is de 2ZZ-GT, die meer VTEC is dan een VTEC motor. Het blok leverde zijn maximale vermogen van 192 pk pas bij 8.250 toeren. De motoren overleefden de auto, want bleven nog leverbaar in de Lotus Elise en Exige.

Honda Accord Coupé

2000 - 2003

En we eindigen met een Honda. Want Honda zit gewoon heel erg graag in dit segment, zoveel is duidelijk. De Prelude ging in 2000 uit productie en deze auto kregen wij als vervanger (dus we smokkelen een klein beetje). Het verschil kon niet groter zijn. De Prelude was een verfijnd stukje techniek, dit was een dikke GT. Dat komt omdat deze niet gebaseerd is op de Europese Accord die wij kregen, maar de Amerikaanse Accord. Die is een stuk groter, luxer en zwaarder.

Heel erg sportief was deze auto dan ook niet echt. In plaats van een hoogtoerige VTEC viercilinder met veel vermogen was er ‘gewoon’ een 2.0 motor of een 3.0 V6 met 200 pk. Daarmee was het een rechtstreekse concurrent voor enkele Europese coupés. Met een prijs van bijna een ton in guldens gingen de meeste consumenten dan ook daarvoor. Tegenwoordig zie je ze sporadisch voorbij komen. Het is een Honda en ze blijven wel gewoon heel. In 2003 ging het model van de markt.

Meer lezen? Dit zijn de leukste betaalbare jaren '80 coupés!