Lexus RC-F: rijtest en video
Lexus RC-F rijtest en video


De Lexus RC-F opent de aanval op de de gevestigde orde. Moeten de BMW M4, Audi RS5, Mercedes C63 AMG en Porsche 911 zich zorgen maken? Gaan de Japanners een eind maken aan de Duitse overheersing?
Laten we meteen maar beginnen met het behandelen van hetgeen we niet kunnen missen: het uiterlijk. De testauto die Lexus ons heeft meegegeven is afgewerkt in de kleur Solar Flare, ook wel "Hup Holland Hup" genoemd. Het zal niet ieders smaak zijn, maar het zorgt wel voor een gepaste dosis aandacht. Het lijnenspel van de RC-F is behoorlijk spectaculair. Daardoor zal het misschien niet ieders smaak zijn, maar dat vind ik persoonlijk juist wel prettig. Waar de concurrentie leunt op vertrouwde designs en behoudende lijnen, mochten de designers van Lexus schijnbaar lekker losgaan. Persoonlijk kan ik het ontwerp wel waarderen, maar ik denk niet dat ik deze kleur had gekozen.

In het interieur is het een stuk rustiger. Alles is zakelijk zwart, er zijn alleen wat blauwe stiksels om de boel iets op te vrolijken. De stoelen zijn stevig en zitten gevoelsmatig wat hoog. Wouter zit qua hoofdruimte zelfs met zijn kapsel tegen het dak, als ik hem even een stukje laat rijden. Kan komen door het schuif-kanteldak dat gemonteerd is, kan te maken hebben met Japanse engineers van 1.12 meter lang, wie zal het zeggen. Het tellerhuis verandert mee met de rijmodus die je kiest. Eco staat gelijk aan een blauwe klok, in Sport S of Sport S+ ziet alles er weer een stuk sportiever uit.

De grote draaiknop is overigens geen MMI-achtige unit, je gebruikt hem alleen om de setting te kiezen. Een tikje naar links betekent "Eco", een tikje naar rechts is "Sport S" en een tweede tikje naar rechts is "Sport S+". Indrukken brengt de boel terug naar "Normal". De verschillende settings beïnvloeden het karakter van de versnellingsbak (een achttraps automaat) en de gasrespons, maar het onderstel is niet variabel. Dat is gewoon één vaste setting.

Een druk op de startknop brengt de 5.0 liter V8 tot leven. Onder de rechtervoet zijn nu 477 pk's en 530 Nm koppel beschikbaar. Deze worden via een elektronisch aangestuurd differentieel naar de achterwielen gestuurd. Dat differentieel beschikt ook nog over Torque Vectoring (TVD) dat ervoor zorgt dat je lekkerder een bocht in kan sturen. De sprint naar 100 kilometer per uur moet in 4,5 seconden mogelijk zijn en de topsnelheid is begrensd op 270 kilometer per uur.

Tot zover lijkt het dus een fijn recept, tijd om te gaan rijden. We zetten koers naar Duitsland, want als de Japanners de strijd aan willen gaan kunnen we het best proberen de Duitsers in een uitwedstrijd te verslaan. We gaan de grens over bij Oberhausen, met toevallig genoeg een Porsche 911 Carrera S op onze staart. Met 77 pk meer moeten we die toch een beetje pijn kunnen doen zou je denken, dus de rechtervoet gaat naar beneden. De snelheid loopt op, maar de 911 lost niet. Bij 240 kilometer per uur moet ik naar de rechterbaan, waarna de Porsche me voorbij komt. De eerste slag is verloren, maar wellicht heeft de RC-F andere kwaliteiten. Overigens loopt de RC-F nog best gretig door naar de 270 en voel je hem echt in de begrenzer vallen. Een slimme softwareknutselaar zal ongetwijfeld een ruim hogere top kunnen regelen.

We rijden door naar de locatie waar we de auto stilstaand filmen en fotograferen: de Eisenbahnbrücke Wesel. Dit is de laatste brug die de Duitsers hadden over de Rijn, ze bliezen hem begin 1945 op om te voorkomen dat de geallieerden ze verder konden volgen Duitsland in aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. Een mooie, symbolische plek om een knaloranje aanval op Duitse automobielen te filmen, toch? Dat de Japanners vrienden waren van de Duitsers in WOII zien we maar even door de vingers.
Als we alle shots hebben zoeken we wat Bundesstrassen op. De RC-F heeft een "vast" onderstel. Geen gedoe met variabele dempers maar een setup die altijd gelijk is. Dat onderstel doet het prima, communiceert lekker en heeft een prima balans. Insturen kan met veel precisie en toch is de RC-F nooit oncomfortabel. Verbreek je overigens de grip, dan merk je meteen dat er 1750 kilogram gaat glijden, driften is niet makkelijk met deze auto.

De versnellingsbak is ook een tikkeltje lomp. De schakelmomenten zijn soms erg hard, zeker bij het terugschakelen in de sportieve modi. Ook is de bak (in alle standen) bij de kleinste verandering van de stand van het gaspedaal meteen aan het zoeken naar een ander verzet. De V8 levert zijn power wel, maar met name onderin mis je wat punch. Zijn het de kilo's (een RC-F weegt 1750 kilo) of missen we gewoon turbo's voor extra koppel onderin? Hoger in de toeren is de RC-F wel heerlijk gretig en heeft een prima soundtrack overigens, maar de aandrijflijn doet wat musclecar-achtig aan qua prestaties. Niet wat je zou verwachten bij een RC-F. Het voelt als totaal weinig verfijnd en dat verrast me een beetje. Ik had een Japans precisie-instrument verwacht, maar de aandrijflijn en het hoge gewicht gooien roet in het eten.

Het is een vreemde auto, dit. Aan de ene kant vind ik hem heel tof. Hij is anders, heeft een heel eigen identiteit en die heerlijk klinkende V8. Tegelijkertijd weet je dat je elke krachtmeting met de gevestigde orde waarschijnlijk gaat verliezen. Het prijskaartje helpt ook niet, want doordat je met een atmosferische 5.0 liter V8 op stap gaat mag je van de Nederlandse staat flink bijbetalen voor CO2 uitstoot. De vanaf-prijs ligt op 122.000 euro, wil je het Carbon-pack dan komt de prijs rond de 135.000 euro te liggen. Voor dat geld kan je heel veel moois kopen en als je dan toch Duitsers het leven zuur wil maken kun je misschien beter een F-Type R aanschaffen. Wanneer je wél een RC-F moet kopen? Als je iets anders wil, als je niet geeft om wedstrijdjes met Duitse concurrenten, als je wil genieten van een prachtige soundtrack en als je geen dertien in een dozijn design op je oprit wil zetten. De keus is aan jou.
[lg_folder folder="0_Reviews/Lexus/RC-F/" count="8" cols="4" paging="true"]




