Occasion test deel 1: 911 Turbo vs SL55 AMG
911 Turbo vs SL55 AMG

Niet zo lang geleden stelde Dennis ons een existentiële gewetensvraag. Waar zouden we het liefst een ton aan besteden, een C55 AMG of een RS4? Daar was ik vrij snel uit, namelijk geen van beide. Maar waaraan dan wel?
Noot voor de Belgische lezer: Trek gerust 25% tot 30% van de in dit artikel genoemde geldbedragen af i.v.m. fiscale naaierij in Nederland.
Lastig, want wat koop je vandaag de dag nog voor €100.000,-? Een beetje leuke auto met navenante opties zit daar al snel boven. Een jong gebruikte occasion biedt dan uitkomst en daarmee worden de mogelijkheden opeens aanzienlijk groter met ons fictieve budget.
Na uitvoerig bij mezelf te rade te zijn gegaan lijkt de keuze tussen een Mercedes SL55 AMG (R230) en een Porsche 911 Turbo (996) me wel een mooie om mijn tanden op stuk te bijten.

Het zal de oplettende lezer niet ontgaan dat ik op het punt sta om een vergelijking te maken tussen een coupé en een roadster. Appels met peren vergelijken? Het verschil is minder groot dan je wellicht zou denken. De SL is met gesloten dak immers ook een coupé, en de 911 is ook als cabrio leverbaar. In die cabrio zijn de achterstoeltjes dermate onbruikbaar, voor alles behalve het vervoeren van een blikje fris, dat ik dat ook gewoon maar als roadster beschouw. Naast de genuanceerde verschillen zijn er veel meer overeenkomsten tussen deze twee auto's, laten we daar eens naar kijken.
Om te beginnen kosten ze ongeveer hetzelfde, zowel nieuw als occasion. Daarnaast is van de 911 onlangs een nieuw model, en van de SL de facelift aangekondigd, waardoor de toch al astronomische afschrijving waarschijnlijk nog een extra duwtje krijgt. En beide auto's hebben een beetje fout imago. De suggestieve kwalificaties zijn doorgaans niet van de lucht bij het aanschouwen van auto en eigenaar. Denk aan termen als: proleet, patjepeeër, patser, pooier, crimineel, ordinair, onderwereld, etc. Laat staan als er een vrouw achter het stuur zit...
Toegegeven, het zijn niet de meest subtiele uitvoeringen van hun respectievelijke serie. Maar het is een feit dat de SL en 911 beide erfgoed vanaf de 50/60er jaren in hun genen meedragen. De 911 als opvolger van de 356 (a.k.a. platgeslagen kever), en de SL als roadster variant op de 300SL (a.k.a. Gullwing). Hoe je het ook wendt of keert; een 911- of SL-model is, zodra ze op de markt verschijnt, een instant klassieker.

Beide auto's zijn in Nederland voor ca. €110.000,- te hebben (2003, niet te veel gelopen, goed onderhouden). Maar als je niks in te ruilen hebt dan loont het om in Duitsland te shoppen, want inclusief BPM praat je dan over ca. €90.000,-. De verwachting is dat de BPM op een tweedehands auto op termijn duurder wordt, dus wees er snel bij!
De voordelen van import uit Duitsland zijn evident: Meer keuze, minder geld. Het is wel raadzaam om in beide gevallen de auto bij een gerenommeerde (merk)dealer weg te halen, want garantie en een goeie werkplaats kunnen handig zijn, mocht er wat mis zijn dan loopt dat met enige pech behoorlijk in de papieren. Het is ook mogelijk om garantie uit Duitsland in Nederland te laten uitvoeren. Informeer daarover bij de Duitse dealer. Let op afgetrapte 911's en defecte de electronica in de SL. Verder zijn banden, remschijven en -blokken, koppeling, en andere aan slijtage onderhevige onderdelen een inspectie waard. Denk bij bijvoorbeeld nieuwe banden rondom aan minimaal €1.400,- voor elke auto, het loont dus om de juiste te kiezen, €1.000,- meer bij aanschaf kan zich vertalen in €5.000,- minder onderhoudskosten op korte termijn.
Genoeg overeenkomsten om deze auto's eens met elkaar te vergelijken. Na enig georganiseer is het gelukt om twee aan elkaar gewaagde exemplaren uit hetzelfde bouwjaar bij elkaar te krijgen. Het is zelfs gelukt om ze in dezelfde (en tevens enige juiste) kleurstelling te krijgen: Zilvergrijs met zwart/antraciet interieur.
Lees de uiteindelijke vergelijking in deel 2 van dit verslag.




