Special: de sterkste Formule 1-racer ooit
Special: de sterkste Formule 1-racer ooit

Hybride geneuzel, brandstofverbruik dat aan banden wordt gelegd en het gas loslaten om de batterijen op te laden? Cute, maar halverwege de jaren '80 hadden F1-coureurs nog haar op hun borst.
Waarschijnlijk ook op hun schouders en rug, want de turbomonsters waar in die tijd mee werd gereden waren bloedjelink. Voorbeelden zijn hier vaak zat voorbijgefietst, toch is er eentje die meer aandacht verdient: de Benetton B186. Op zich was de auto zelf niet eens zo bijzonder. Twee pole positions, drie snelste rondes en een overwinning. Verder kwam de B186 in één seizoen niet. Maar onder de bont gekleurde kap lag een beul van een racemotor.
Die motor was er een uit de koker van BMW en niet geheel toevallig leverde de legendarische Paul Rosche een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de M12/13. De 1.5-liter viercilinder met KKK turbo leverde in kwalificatie-trim meer dan 1.350 pk bij een wagengewicht van zo'n 550 kg. Omwille van betrouwbaarheid en verbruik werd de turbodruk voor de races teruggeschroefd totdat het blok ongeveer 900 pk leverde. Verbruik? Jazeker. In die tijd mochten teams in de races 195 kg brandstof verbruiken, grofweg twee keer zoveel als nu het geval is.
Leuk om te weten: BMW gebruikte voor de vervaardiging van deze motoren alleen oude blokken van straatmotoren die minstens 100.000 kilometer hadden gelopen. Deze gietijzeren blokken waren helemaal uitgehard en uitermate geschikt om dienst te doen als F1-motor. Zoals Rosche het omschreef: "they are like well-hung meat". Juist ja. BMW had trouwens wel meer vreemde manieren om de blokken op smaak te brengen. Zo werden de viercilinders buiten in de kou en regen bewaard. Ook zouden de ingenieurs regelmatig over de blokken heen hebben gepiest omdat urine op de een of andere wijze een positieve uitwerking heeft op het ijzer.
De M12/13 werd reeds enkele jaren gebruikt voordat het blok in 1986 bij (onder andere) Benetton terechtkwam. Achter het stuur zaten Teo Fabi en Gerhard Berger. Zoals gezegd werden voor de kwalificaties alle registers opengetrokken. De wastegate werd dichtgeplakt, de turbodruk werd opgeschroefd tot een bizarre 5,5 bar en vervolgens was het exacte vermogen onbekend. De testbank ging namelijk maar tot 1.280 pk. Champagne problems!

Overigens was dat kwalificatieverhaal nog best een lastige. Coureurs konden 's ochtends niet oefenen met het kwalificatievermogen, want dan zouden ze sowieso twee blokken slopen. Bovendien hadden ze vaak echt maar één rondje om een snelle tijd neer te zetten voordat het blok, de banden, de 'bak of iets anders in de soep zou draaien.
Op de snelle circuits bewees de BMW-motor z'n nut, maar het turbogat was natuurlijk bijzonder groot. Gerhard Berger bekende later dat hij weleens vóór de bocht vol op het gas ging, zodat hij bij het uitkomen het volle vermogen ter beschikking had. Op de toenmalige Österreichring kwalificeerde Teo Fabi de Benetton met een gemiddelde snelheid van 256 km/u. Op Monza klokte Berger een topsnelheid van 352 km/u, dertig jaar geleden en zonder DRS!
Nog een bizarre anekdote, om maar aan te geven wat voor beestachtige auto dit was: Berger claimde in Mexico ooit wielspin te hebben gehad bij een snelheid van 345 km/u en in de zesde versnelling. Helaas was het BMW niet te doen om mooie verhalen, maar om resultaten. Die werden mondjesmaat geboekt al was het niet genoeg om de hoge heren in München te overtuigen. De stekker werd uit het project getrokken en wij zitten nu opgescheept met hybride koffiemolens die minder lawaai maken dan de grasmaaier van je buurman. Filmpje!













