Zo onsterfelijk is de Renault Clio II

Praat mee!
Redacteur Autoblog

Deel 2 van een onbepaalde serie 'auto's die maar niet dood willen.' Vandaag weer over een auto die je ook nog meer dan gemiddeld ziet: de Renault Clio II.

Een tijdje geleden namen we met jullie de Peugeot 206 door. Waarom? Omdat het een ontiegelijk populaire auto is, zonder dat je dat wellicht doorhebt. In Nederland zie je ze voor hun leeftijd nog vrij veel, maar elders ter wereld worden ze zelfs nog gemaakt. De Peugeot 206 is op de originele Kever na de meest geproduceerde auto binnen één generatie (en die vergelijking is ook niet helemaal eerlijk, want de Kever was bijna drie keer zo lang in productie).

Peugeot 206

Clio

Het toeval wil dat de Peugeot 206 absoluut niet de enige auto is waar dit voor geldt. Er is namelijk nog zo'n auto die maar niet dood wilde. In theorie meer van hetzelfde. Een kleine hatchback uit Frankrijk die na een dood in eigen continent het nog jaren heeft volgehouden op een ander continent. Het is, hoe kan het ook anders, de Renault Clio II. Laten we gelijk de olifant uit de kamer verwijderen: ja, dat is de auto die momenteel de shine pakt op de parkeerplaats van ondergetekende. Alles daarover kun je lezen in de Autoblog Garage introductie van mijn Clio.

Ondersteunend beeld bij het artikel

Mijn Clio komt uit 2004 en dat is 'gewoon' het termijn van de Renault Clio II. Het is namelijk in theorie een erg vergelijkbaar verhaal met de 206. De Renault Clio II kwam in 1998 op de markt als B-segment hatchback tussen de Mégane en Twingo. Het ontwerp kwam van Patrick LeQuement, die erg goed bezig was voor Renault des tijds. Dat bleek: de Clio II was goedkoop en degelijk zonder perse saai te zijn. De Clio kreeg een breed arsenaal motoren mee, een 1.2, een 1.4 en een 1.6 (allemaal beschikbaar met of zonder zestien kleppen (16V)), twee diesels (eerst een 1.9 en later een 1.5 dCi) en natuurlijk de potente tweeliter in de Renault Sport-modellen.

Ondersteunend beeld bij het artikel

Ook was er natuurlijk de knotsgekke 3.0 V6 24V in de Clio Renault Sport V6, maar eigenlijk mag je die niet vergelijken met de Clio II. Dat is namelijk het resultaat van iemand die een Clio-carrosserie op een supercar-chassis heeft gezet, met de Clio als goedkope B-segmenter heeft het weinig te maken.

Ondersteunend beeld bij het artikel

Normaal

Goed, de reguliere Clio II is een recept voor succes, zo bleek later. Wat de Renault Clio II ook vergelijkbaar maakte met de Peugeot: als je inzoomt op de Renault Clio II binnen Nederland, is er helemaal niks bijzonders aan. Er kwam een ingrijpende facelift in 2001 die de auto tot en met 2005 hier een hit zou maken.

Ondersteunend beeld bij het artikel

Er zijn er van 1998 tot 2005 zo'n 57.500 stuks nieuw verkocht in Nederland. Daarna kwam de Clio III en ook dat was een soortgelijk verhaal met de Peugeot: die werd net als de 207 wat volwassener. Van Twingo plus naar Mégane min zeg maar.

Ondersteunend beeld bij het artikel

Campus

Dat zorgde voor een soortgelijk 'probleem' als bij Peugeot. De Renault Clio III werd hierdoor iets duurder, waardoor er min of meer een gat ontstond tussen Twingo en Clio. Dit gat werd opgevuld door een auto die groter is dan de Twingo, maar eenvoudiger van techniek en iets kleiner is dan de Clio. Net als de Peugeot 206+ leefde de Clio II nog even door als Clio Campus.

Ondersteunend beeld bij het artikel

In theorie een fantastisch idee, maar ook hier geldt dat wij Nederlanders liever gewoon doorspaarden voor een Renault Clio III. Dan heb je toch net iets meer auto, voor in theorie slechts een fractie meer geld. Er zijn nog redelijk wat Campussen hier verkocht, maar lang niet zo veel als de 'originele' Clio II. Voor wie altijd de kennis in dergelijke artikelen wil toepassen op de straat: je kunt een Campus herkennen aan gladde bumpers (de normale Clio II heeft plastic stukken erin verwerkt) en de kentekenplaat achter verhuisde van achterklep naar achterbumper.

Ondersteunend beeld bij het artikel

Einde nabij

Dat eindigt de saga van de Renault Clio II in Nederland, al is een score van 1998 tot 2009 helemaal niet slecht. Het verhaal van de Clio II krijgt echter nog een staartje. In Frankrijk zijn dit soort auto's namelijk erg gewild. Fransen zijn erg gehecht aan automobiliteit en als je voor een duppie op de eerste rang kunt zitten, dan doe je dat. De Clio II leefde daar door.

Ondersteunend beeld bij het artikel

Campus Phase II

Sterker nog: de auto werd nogmaals gefacelift. Je kan de Campus 'Phase II' herkennen (als je in Frankrijk bent) aan een bumper met meer welvingen en een andere grille. Wat de vergelijking met de Peugeot 206+ weer op laat borrelen: wanneer ook het leven van de Clio III ten einde komt, is het ook wel klaar met de Clio Campus. Die heeft een hele generatie parallel geleefd aan de Clio III en met de introductie van de Clio IV wordt het echt te gek om een stokoude Clio naast de gloednieuwe 'Laurens van den Acker-Clio' in de Renault-showroom te zetten. Het jaar is 2012 en de Clio II heeft zijn stempel gezet op de autoverkopen. Het succes van de Clio is absoluut te danken aan de tweede generatie.

Ondersteunend beeld bij het artikel

Clio Mio

Er zijn echter landen waar men geen donder geeft om 'of het allemaal wel de nieuwste basis heeft'. Nee, daar moet een auto rijden en goedkoop zijn. Er zijn talloze landen die deze strategie volgen, neem Iran en het einde van het 206-verhaal (die wordt daar dus nu nog gebouwd). De Clio kreeg ook nog een laatste kans.

Ondersteunend beeld bij het artikel

Dit keer in Zuid-Amerika, waar de Clio IV voor veel mensen een prijsklasse te hoog zit. Die hebben wel baat bij een goedkope auto op een oude basis die je gewoon uit een dealer kunt plukken. Dus wat introduceerde Renault in Zuid-Amerika in 2012? Juistem. Een auto genaamd Clio Mio en je hoeft geen twee of drie keer te kijken om te zien dat dit gewoon weer een Clio II is.

Ondersteunend beeld bij het artikel

Om de stokoude Clio II een beetje in lijn te krijgen met nieuwere Renaults, werd er dit keer wel wat meer veranderd dan de voorbumper. Oké, die werd ook veranderd, maar werd bijgestaan door volledig nieuwe koplampen, een nieuwe motorkap, een grille met de grote ruit in het midden, nieuwe achterbumper, een achterklep met een iets moderner ogende Clio-badge en een set nieuwe achterlichten. De spiegels, deuren, dak- en raampartij en het interieur verraden hoe oud de Clio Mio is. De Clio had een 'niks mis mee-interieur' van 1998 tot en met 2005, maar nu is het echt wel een belachelijk oubollig geheel. Fun fact: er zit op het dashboard aan de passagierskant van de Clio Mio een groot vak waar je spullen in kan leggen. Bij de Clio II Phase II al zit daar de passagiersairbag. Ja, daar werd dus op bespaard bij de Mio.

Ondersteunend beeld bij het artikel

Einde (nu echt)

Ook dat eindeloos reanimeren van een oud concept lijkt dus erg op het verhaal van de Peugeot 206. Laatstgenoemde was echter een ander verhaal qua organisatie. Peugeot schoof gewoon alles op het bordje van IKCO (Iran Khodro) die de auto's in elkaar schroeven in Iran. Wat IKCO verder deed met de 206 had Peugeot weinig mee te maken.

Ondersteunend beeld bij het artikel

Renault deed het anders: er kwam een alternatief voor de Clio Mio. Dat werd de Renault Sandero. Verwarrend: dit is een Renault-versie van de Dacia Sandero, die ooit zijn leven begon als een Renault. Anyway, de Sandero staat op aangepaste underpinnings van de Clio III, iets moderner dus. Ook stokoud heden ten dage, maar minder stokoud dan de Clio uit 1998.

Het verhaal van de Clio II eindigt in 2016. De auto is in totaal vier keer ingrijpend gefacelift en talloze keren vernieuwd om uiteindelijk 18 jaar te leven. Toegegeven, het is niet zo indrukwekkend als de Peugeot 206 en we betwijfelen of de ruim 10 miljoen exemplaren daarvan geëvenaard worden door de Renault Clio II, maar echt ver er vanaf zal het niet zitten. Onsterfelijke B-segmenters: Fransen (en vooral fans van Fransen buiten Europa) houden er van.

Ondersteunend beeld bij het artikel