Autoblog Garage: Mégane R.S. Trophy vs A110: van welke word je blijer?
Autoblog Garage: Mégane R.S. Trophy vs A110: van welke word je blijer?

Prijstechnisch ligt onze Renault Mégane R.S. Trophy duurtester redelijk dicht in de buurt van een Alpine A110. Beide zijn echte rijdersauto’s. Welke geeft je aan het einde van de dag de grootste glimlach op je gezicht?
Laten we beginnen met de open deur dat smaak persoonlijk is. De conclusie van dit artikel is dan ook op basis van meningen. We hebben de Renault Mégane R.S. Trophy nu een tijdje in onze Autoblog Garage als duurtester en dat bevalt uitstekend. Het is echt een toffe bak. Er kwam echter een vraagstuk in mij naar boven. Ons exemplaar kost namelijk 60.470 euro. Een bedrag dat redelijk dicht in de buurt kom van de Alpine A110 (vanaf 64.300 euro). Op praktisch gebied wint de Mégane het natuurlijk makkelijk, maar hoe zit het met de fun? Reden voor mij en @michaelras om beide auto’s eens tegenover elkaar te zetten.

Hier in Nederland beide auto’s testen was te beperkt voor wat we wilden doen. We wilden namelijk uitzoeken hoe beide auto’s scoren op het gebied van rijplezier. Gewoon in de bebouwde kom, maar ook op de snelweg en natuurlijk op de betere stuurmanswegen. Reden voor Michael en ik om op een vroege zaterdagochtend richting het Eiffel-gebied te vertrekken. Hier heb je voldoende ruimte, rustige stukjes in de bebouwde kom en honderden kilometers snelweg om beide auto’s aan te voelen.

Head turner
Onze Mégane R.S. Trophy is een opvallende banaan, zo in het geel. Het leek echter niemand uit te maken in dit gezelschap. Iedereen keek naar de Alpine A110. En dat voor een nogal ingetogen spec, de A110 was donkerblauw uitgevoerd. Een fraai aanblik, al werden Michael en ik niet heel vrolijk van de retro velgen. Even een korte pauze bij een wegrestaurant, terugkomen bij de auto’s en zien dat mensen foto’s maken van de A110. Met een BMW M2 of een Porsche 718 in dezelfde kleur had er niemand naar omgekeken. Mocht je een A110 overwegen dan is dit iets om rekening mee te houden. Ook als je geen aandacht wil krijg je het toch met zijn opvallende koets.

Het rijden
Hoe twee auto’s met dezelfde krachtbron toch zo anders aan kunnen vullen. Bij de Mégane voelt de 1.8 turbomotor wat afstandelijk. De turbo moet even opspoelen en dan kicken de newtonmeters in je rug. De Renault is het leukst als je de ruimte hebt. Wat hoger in de toeren heb je alle kracht tot je beschikking en gaat 'ie af. De A110 is onderin beter bij de les. Voor een snelle inhaalactie hoef je niet enorm terug te schakelen. Let wel: onze Trophy is een handbak, de A110 een automaat.
Een belangrijke factor is het verschil in gewicht. De Mégane mag dan meer vermogen hebben, de hot hatch weegt wel 1.430 kg. De Alpine weegt slechts 1.080 kg en dat voel je aan alles. Voor de meest betrokken rijbeleving moet je dan ook bij de A110 zijn.

Dankzij achterwielaandrijving, de middenmotor en een strakke zitpositie voel je koning te rijk in de A110. Het vette van de Alpine is dat je de motor achter je oren hoort werken. Vooral het turbogeluid is machtig en tovert een glimlach op je gezicht. Ik hou er wel van om al die mechaniek te horen. Het doe me denken aan mijn Mazda MX-5 ND waar je door het weinige isolatiemateriaal ook altijd wat gestommel hoort.
De Mégane bijt zich in een bocht en wil je zo hard mogelijk erdoorheen duwen. De A110 heeft een rustiger karakter en voelt als de wijzere broer die zijn jonge broertje laat spelen. Voor een sportauto kun je de A110 met behoorlijke snelheid over drempels gooien, het veert allemaal prima.
De Trophy staat op een setje Bridgestone Potenza’s S001. Niet de meest ideale banden voor in guur oktoberweer. Echt hoeken konden we niet met de duurtester, zelfs in de vierde versnelling geven deze banden nog wheelspin tijdens een regenbui. Wat dat betreft is de Mégane R.S. Trophy als een puber op een hardcore feestje met een pilletje op. Hij blijft maar gaan en daagt constant uit. Het is een giftige hot hatch en behoorlijk speels. De A110 moet je op z’n donder geven om datzelfde gevoel te krijgen. Dezelfde voldoening geven doet de auto niet. Maar het is wel een auto die meer indruk maakt op je vrienden dan een ‘Renault Mégane’. Als je daar om geeft.

Gebruiksgemak
Alpine heeft de A110 wat meer eigen gemaakt door er een ander infotainmentsysteem in te plaatsen in vergelijking met een Renault. Begrijpelijk, maar doe het dan ook goed. Het R-Link systeem van Renault is niet moeders mooiste qua graphics. Het werkt echter prima en als je het eenmaal doorhebt zijn alle zaken eenvoudig te vinden. Het systeem van de A110 is lastiger uit te vogelen en soms lopen Nederlandse en Engelse woorden door elkaar. Alsof het op een vrijdagmiddag nog even snel in elkaar is gezet. Is het zeiken? Misschien. Voor een auto met dit prijskaartje mag je toch wel verwachten dat dit goed in elkaar zit.

Zoals gezegd in het begin van dit artikel wint de Mégane het uiteraard op praktisch gebied. Maak niet meteen de illusie dat de A110 kansloos is. Er is een kleine kofferbak achterin en een grotere kofferbak aan de voorzijde. Hou er rekening mee dat de auto op beide locaties hitte afgeeft. Even boodschappen doen met een koude auto is geen probleem. Na ons avontuur in Duitsland had ik echter een half gebraden rugzak. De temperatuur kan behoorlijk oplopen in de kofferbakken.
De Mégane heeft tal van opbergvakken, de A110 is daar beperkt in. Onder de middentunnel zit een anti-slip gedeelte waar je sleutels en je portemonnee kunt leggen. Dit werkt aardig goed. Zelfs bij stevig sturen blijven de spullen op de plek liggen.
Eén van de sterkste punten van de A110 is de kwaliteit vanbinnen. Het interieur zit echt goed in elkaar. Mooie en soms zelfs exotische materialen zijn te vinden in de Alpine. Keurig afgewerkt en alle bedieningsknoppen zitten op logische plekken. Het is en blijft een Frans merk en dat betekent dat er iets eigenwijs moet zijn. In dit geval onverlichte knoppen op het stuur. Je zult de knoppen op het stuur uit je hoofd moeten leren, want ’s avonds in het donker zijn de knopjes niet meer te zien.
Maar van welke wordt je blijer?
Voordat we zelf een conclusie trekken hebben we een klein onderzoekje gedaan op Instagram. Welke auto zou de volger kiezen op basis van het uiterlijk? De uitkomst was een verrassing. 49% procent van de stemmen koos voor de Mégane R.S. Trophy. De Alpine was met 51% van de stemmen de winnaar. Wie had gedacht dat tussen deze twee auto’s kiezen zo moeilijk kon zijn!
Het was voor mij en Michael dan ook geen eenvoudige opgave. De Mégane stuurt geweldig, heeft lekker veel vermogen en combineert dit met een praktische koets. De Alpine is een exoot, trekt meer de aandacht en voelt als een echte sportwagen met zijn middenmotor in combinatie met een zacht randje.

Net als de Instagram-poll, hadden ook wij een wisselende uitkomst. Voor mij komt de Mégane R.S. Trophy als winnaar uit de bus. Het package dat Renault met deze auto levert voelt heel compleet. De Alpine kan voor mij over 10 jaar als ‘winnaar’ uit deze test komen: als ze als occasion een stuk betaalbaarder worden dan dat ze nu zijn. De Alpine is cool, maar niet 64.000 euro cool naar mijn bescheiden mening.
@michaelras kiest de A110 als ‘winnaar’. “Rijden met de lichtvoetige Alpine en zijn superieure grip ten opzichte van de Megane in dit herfstweer maakt de keuze makkelijk. Daarnaast beschikt hij over een softere afstelling van het onderstel in vergelijking met de Trophy en dat was dit rondje Eiffel een welkome verrassing.”
Eerder reden Casper en Martijn in dit duo. Wat zij ervan vonden kun je zien in de video hieronder:




