De Polestar 4 stelt teleur in de test

Praat mee!
Redacteur Autoblog

Polestar 4 test

Polestar 4 test

Geen achterruit en bitter weinig knoppen, de Polestar 4 uit deze test doet het in ieder geval lekker anders.

Het is nog niet makkelijk om een nieuw merk te lanceren. In 2019 mocht Polestar de schitterende (en technisch interessante) Polestar 1 lanceren. Het was feitelijk een Volvo S90 coupé, maar dan met 600 pk. Hoe dat beviel, kan je nog eens teruglezen in de test van de Polestar 1.

In 2020 kreeg de wereld niet alleen het Covid-virus, maar konden we ook het eerste rondje rijden met de Polestar 2. Gezien het verkoopsucces kan het niet anders dan dat je die auto wel eens gezien hebt.

Polestar-Volvo-Geely: hoe zat dat ook alweer?

Polestar begon als het raceteam en de huistuner van Volvo, met lekkere snoepjes als de C30 Polestar en V60 Polestar. Later mocht het merk het zelfstandig gaan proberen, maar met nog wel wat invloeden van en samenwerking met Volvo.

De Polestar 1 deelde zijn SPA-basis met de grotere Volvo’s (van S60 tot XC90). De Polestar is een meer sexy EX40 en staat op het CMA-platform van Volvo. Dan is er de Polestar 3 die het SPA2-basis deelt met de EX90 en die net als zijn Volvo-broer met nogal wat vertraging op de markt komt.

De Polestar 4 heeft wat meer Chinese genen, want die staat op het SEA-platform, een elektrische basis die van het Chinese moederbedrijf Geely komt. De Zeekr 001 gebruikt dat platform ook, maar Volvo lijkt op deze basis vooralsnog geen auto’s te gaan bouwen.

Wat de frunk is een Polestar 4

Nieuwe merken moeten zich invechten op de bestaande markt. De Polestar 1 en 2 hadden het voordeel dicht tegen Volvo aan te schurken, maar Polestar zal het nu zelf moeten doen.

Aan de nummering heb je niets om de “4” te duiden, Polestar nummert de auto’s op basis van de marktintroductie. De Polestar 3 is bijvoorbeeld veel groter dan de Polestar 4, maar ook dan de Polestar 2.

De Polestar 4 meet 4,84m bij 2.14m en weegt een heftige 2.230kg. Het is een D-segment coupé-SUV en staat in de prijslijst voor een milletje of 60. Voor de meeste mensen zal het dus niet de eerste leaseauto in hun carrière zijn, de Polestar 4 mikt op een hoger segment.

Styling en die rot-spiegel

De styling is een mix tussen Volvo elementen (de voorkant) en een meer eigen design: de achterkant. Om een geile coupé-lijn te krijgen, maar ook een beetje hoofdruimte te behouden nam Polestar afscheid van de achterruit.

Daarmee werd de binnenspiegel ook zinloos en dus gebruikt de Polestar 4 een camera en beeldscherm zodat je achteruit kan kijken. Het werkt, maar fijn is het niet. Als goede automobilist kijk je ver vooruit, wil je nu in de spiegel kijken, dan moet je plotsklaps heel dichtbij kijken. Dat is vermoeiender dan nodig is. Brildragers doen er goed aan dit serieus te testen, met multifocale glazen schijn je je hoofd gek te moeten kantelen en/of snel hoofdpijn te krijgen. Altijd testrijden dus!

Accu, range en laden

De accu van de Polestar 4 is 100 kWh groot, waarvan netto 94 kWh bruikbaar is. De accu werkt op 400 Volt wat DC snelladen tot 200 kW mogelijk maakt. In de singlemotor configuratie moet de Polestar 4 620 km WLTP halen.

De Polestar 4 Long Range Dual Motor is minder efficiënt, maar haalt op papier nog altijd 590 km. De voorste motor wordt bij normaal rijden losgekoppeld, dat is goed voor de range. Het is minder fijn voor de rijeigenschappen, want het duurt net te lang voordat die weer aangekoppeld. Alsof je weer in een ouderwetse auto met verbrandingsmotor rijdt en moet wachten tot de automaat is teruggeschakeld.

De Polestar 4 heeft 544pk/ 686Nm en moet daarmee 3.8s de 100 halen. Dat is overigens een vrij theoretische waarde, want alleen als de state-of-charge (SOC) hoog genoeg is, komt de Polestar 4 in de buurt van die waarde. Bij 40% accu-capaciteit bleef onze stopwatch (Dragy) staan op 5,27s. Bij 10% SOC duurt de sprint naar de 100 zelfs als ruim 7 seconde.

Hakken over de sloot is hoe ik de rijeigenschappen zou beschrijven. Vering en demping zijn net aan om de massa in bedwang te houden. Wie hoopt dat Polestar het sportieve broertje van Volvo is, komt ook wat bedrogen uit. Op asfalt trakteert de Polestar 4 je snel op onderstuur. Aangezien beide motoren exact evenveel vermogen leveren, ga je ook niet met het uitbundige vermogen de neus naar binnen duwen. Op een gladdere ondergrond lukt dat overigens prima, maar zo vaak hebben we geen sneeuw in Nederland.

Prijs en conclusie Polestar 4 test

De Polestar 4 Single Motor is er vanaf € 59.800, de Long Range Dual Motor is 8 mille duurder. De Polestar 4 uit de test had onder meer een gouden kleurtje (+ € 1.600), diervriendelijk nappa leer (+ € 5.000) en het Performance pakket van € 4.500. Totale schade: 84 mille.

Je kan daar een erg scharrig uitgevoerde Macan voor halen, een al wat dikkere Audi Q6 of bij BMW terecht. Gevoelsmatig biedt de Polestar 4 net te weinig echt rijplezier en wordt best geplaagd door wat kinderziektes/ rare keuzes. In essentie is het merk Polestar wel gaaf en ik kan me voorstellen dat je voor het uiterlijk valt.