Deze 11 hatchbacks hebben de motor achterin

Praat mee!

Clio V6, Clio V6 en Clio V6

Clio V6, Clio V6 en Clio V6

De motor op de plaats van de achterbank. Verkoop dat maar aan vrouwlief...

Alec Issigonis is de bedenker van de huidige moderne auto, eigenlijk. De blauwdruk van zijn Mini is nog altijd degene die tegenwoordig door het gros van de de fabrikanten word gebruikt: viercilinder overdwars voorin, tranmissie eronder en voorwielaandrijving. Autobianchi had het lumineuze idee om de transmissie er naast te zetten. De reden is erg logisch, want je hebt zo meer binnenruimte.

Met name bij hatchbacks is dit het beproefde recept. De enige afwijking is de BMW 1-serie, welke achterwielaandrijving heeft. De huidige althans, want de volgende 1-serie krijgt voorwielaandrijving vanwege de redenen hierboven beschreven. Gelukkig zijn er uitzonderingen. Omwille van motorsport (homologatie), promotie of gewoon omdat het kan. Dit zijn de 11 leukste:

Renault Clio Renault Sport V6

Te gek voor woorden eigenlijk, dat zo'n auto gebouwd werd. In tegenstelling tot de R5 Turbo was de Clio V6 geen eens een homologatiemodel. Ja, er werden wel races meegedaan, maar dat waren cupraces, die overigens zeer spannend waren, want de Clio was een listig karretje.

Het leukste van de Clio V6 was niet eens de auto zelf, maar een kleine anekdote. Deze Clio is verantwoordelijk voor de Lupo 1.2 TDI. Piëch was met wat megolomane plannen bezig, waaronder de zuinigste productie auto aller tijden. Audi ontwikkelde een geheel aluminium auto welke zeer gestroomlijnd was (inderdaad, dat werd de Audi A2). Toen Piëch en technici te horen kregen dat Renault óók bezig was aan een 3-liter auto voor de toen net nieuwe Clio, versnelden ze het proces door de Lupo iets lichter en aerodynamischer te maken. We zijn nog altijd benieuwd naar de gezichtsuitdrukking zag toen de Clio V6 stond te schitteren op de auto salon...

Clio V6 Phase I

MG Metro 6R4 Clubman

Typisch voorbeeld van hoe je een klein autootje er bijzonder dik uit kunt laten zien. De Metro 6R4 werd door Williams Grand Prix gebouwd. In plaats van joekels van turbo's op een kleine motor had de Metro een dikke 3-liter V6. Er zijn uiteindelijk 200 stuks ter homologatie gebouwd, alhoewel veel exemplaren direct geprepareerd werden om deel te nemen aan competities. De rally versie had veel potentie maar was niet succesvol. Voordat de kinderziektes eruit gehaald werden, bestond de rally-klasse niet meer. MG verkocht de rechten van de motor aan TWR. Deze zouden er een raceblok voor maken voor diverse Jaguars. In 3,5 liter vorm met twee turbo's goed voor 550pk in de Jaguar XJ220.

Metro 6R4

Renault 5 Turbo

Renault wilde al langere tijd meedoen aan het Rallykampioenschap maar had daar (nog) niet de juiste auto voor om het op te baseren. In plaats van te concureren met de zwaargewichten besloot Renault het anders op te lossen. Als men een 1.4 turbo zou gebruiken, mocht het mininum gewicht het laagste zijn: 820kg, zodoende concentreerde Renault zich daarop. De standaard 5 had zijn motor overdwars en FWD, voor de Turbo werd alles omgegooid. De motor verhuisde naar het midden, de aandrijving naar achter.

R5 Turbo

Ford Festiva V6 Shogun

We kijken op de redactie graag naar Jay Leno's garage. Waarom moge duidelijk zijn. Ondergetekende vroeg zich altijd af wat die extreem dikke Kia Pride/Mazda 121 op de achtergrond was. Een Festiva Shogun dus. Niet door Ford zelf gebouwd, maar in tegenstelling tot anderen in dit rijtje zijn er wel degelijk een paar van gebouwd, 7 stuks om precies te zijn. De Festiva Shogun had een 3.0 V6 motor van Yamaha, die ook gebruikt werd in de Taurus SHO (de snelle topuitvoering van Fords voormalig bestseller) en kon uitgerust worden met nitro-glycerine injectie.

Ford Festiva SHOGun

Daihatsu Charade DeTomaso 926R

Net als de Ford RS200 een auto welke nét te laat kwam. Dankzij de crashes in Group B werden de regels dermate aangepast dat vele fabrikanten hun auto's niet meer konden gebruiken. Dat gold ook voor de Charade DeTomaso 926R. De motor lag uiteraard tussen de achterwielen gekoppeld aan een handschakelde vijfbak en achterwielaandrijving. De piepkleine driepitter was voorzien van een IHI-turbo en leverde dik 125pk. 200 stuks kwamen er. Later volgden nog meer verdere samenwerkingsprojecten tussen Daihatsu en DeTomaso.

Charade 926 R

Peugeot 205 T16

Wederom een Group B afgevaardigde. Ondanks dat de auto niet zo heel veel meer te maken had met een gewone 205, moest deze auto er wel voor zorgen dat er dus 205'jes verkocht werden. De 205 T16 nam het successtokje over van Audi. Audi had 4WD goed gegokt, maar de motor in het midden was dé oplossing. De 205 T16 was er ook als straatauto, vanwege de homologatie. Ook ná Group B een interassante carriere gehad. De auto kreeg een tweede leven als '405' T16 Raid (Dakar) en daarna zelfs als Citroën ZX!

205 T16

Volkswagen Golf GTI W12

Een cadeautje voor de VW fans. De Golf GTI W12-650 was een krankzinnig idee. Echt van een Golf kon je niet spreken, de motor (650pk sterk!) komt van een Bentley Continental GT en het subframe achter van een Gallardo. Alle onderdelen waren namelijk van een product uit de Volkswagen Group. Het idee was beter dan de uitwerking, want volgens enkele journalisten was het apparaat overpowerd, onderontwikkeld en onbestuurbaar. Goh.

Golf GTI W12-650

Lancia Delta S4 Stradale

Een Delta die eigenlijk geen Delta was. Voordat Lancia oppermachtig zou zijn met Delta HF Integrale, deed fabrieksteam Abarth mee met de Delta S4. De S4 had een motor in het midden, met een turbo én mechanische compressor. De crash met Henri Toivonen betekende het einde van Group B en dus ook deze auto.

Delta S4 Stradale

Nissan Micra 350 SR

Deze auto begon zijn leven als Nissan Micra-R. De heren van RML (Ray Mallock, geen onbekende in de autosport) lepelden de tweeliter van de Primera BTCC racer in de Micra. Echter, het karakter van de motor was nogal 'piekerig', dus werd er een licht aangepaste V6 uit de Nissan 350Z gemonteerd, mede om de net geïntroduceerde Micra 160 SR te promoten. Het was gewoon een rijdbare auto, maar tot serieproductie heeft het nooit geleid. De auto werd ingezet voor diverse promotionele doeleinden.

Micra 350 SR

Toyota Aygo Crazy

Eigenlijk hetzelfde idee als de Micra. Deze Aygo kreeg de motor en aandrijflijn uit een MR-2. Deze werd voorzien van een turbokit van Toyota Team Europe (nu TMG) waardoor het vermogen uit kwam op 200pk en 240nm. Niet verkeerd. De naam is natuurlijk hilarisch (snap je 'm?) en het was goed voor behoorlijk wat PR. Ook dit was niet zo maar een vingeroefening, je kon er daadwerkelijk mee rijden, driften en ehh, crashen.

I Go Crazy. Haha.

Renault Clio Renault Sport V6 Phase II

We begonnen met een Clio V6 en daar eindigen we ook mee. Ondanks dat het slechts een facelift leek had de Phase II een daadwerkelijk grotere wielbasis. De motor was grondig herzien door Porsche: niet alleen voor meer vermogen maar vooral om het karakter te veranderen. De Phase II reed vele malen beter (en stabieler!) dan de Phase I, alhoewel het nog steeds geen gooi-en-smijt-Clio was. Geen probleem, dit was meer een supercar met een Clio koets erop. De Phase 1 werd gebouwd door Valmet en TWR en was niet echt degelijk in elkaar geschroefd. Gebruikte exemplaren zijn serieus duur tegenwoordig. Met de Phase II besloot Renault dat Renault Sport in Dieppe de auto's mocht bouwen, welke enorm veel beter waren.

Clio V6 Phase II