Deze merken heeft General Motors afgedankt

Praat mee!

General Motors

General Motors

General Motors heeft een hoop merken bedankt voor bewezen diensten.

Afgelopen week bereikte ons het nieuws dat General Motors afscheid gaat nemen van hun Australische merk Holden. Nu lag dat ook een klein beetje in de lijn der verwachting. Holden maakte al een tijdje geen eigen auto’s meer. Holden was een ratjetoe van modellen: Astra (Opel Astra), Commodore (Opel Insignia) en een lijn van Chevrolet SUV’s als de Equinox, Trailblazer, Trax, Colorado en de GMC Acadia. 

Om die modellen om te bouwen was General Motors simpelweg veel te veel geld kwijt. Daarbij ging het al niet al te best met Holden. Het merk was inmiddels afgegleden naar een tiende plaats van best verkochte merken in Australië. Mensen in Australië kopen liever Aziatisch. 

Aderlating

Enfin, voor General Motors is het wéér een aderlating. Natuurlijk, het ging niet meer zo goed als voorheen. Maar General Motors was ooit een gigantisch concern met een enorm aantal verschillende merken. Sterker nog: ze hebben het bijna uitgevonden. Op dit moment bestaat General Motors slechts uit vier merken: Chevrolet, GMC, Buick en Cadillac. Het allerergste is dat de meeste Buicks en GMC luxere Chevrolets zijn.

Spuitje

Kortom, General Motors heeft er een handje van om automerken de nek om te draaien of om ze af te stoten. Aanvankelijk dachten we met een top 12 aan te kunnen komen, maar General Motors heeft véél meer automerken een spuitje gegeven of te vondeling gelegd. Pak een goed glas druivensap en ga er lekker voor zitten:

William C. Durant

We kunnen General Motors niet behandelen zonder William C. Durant te benoemen. Hij was de oprichter van General Motors. Durant was een man met een visie. Toen de autoindustrie net op gang kwam, was het zijn idee om in een groot concern diverse merken te huisvesten. Er waren in die tijd véél meer merken dan tegenwoordig. Op deze wijze kon je als fabrikant je richten op diverse segmenten in de markt. 

1905 - 1911: Rainier

In deze periode was het nog niet direct duidelijk welke fabrikant het wél ging maken en welk merk het niet ging maken. Rainier was een premium fabrikant van grote, luxe en krachtige voertuigen. Om aan te geven hoeveel vertrouwen de fabrikant had in zijn eigen producten, kregen klanten 1 jaar garantie op hun nieuwe Rainier! Het leek allemaal veelbelovend te zijn, totdat een kortstondige financiële recessie roet in het eten gooide. General Motors kon het merk overnemen voor een schijntje in 1909. Na een paar jaar kon GM er uiteindelijk toch niet zoveel mee en werd het merk opgeheven in 1911. GM gebruikte de naam Rainier voor een Buick heel veel jaren later.

Rainier

1893 - 1912: Elmore

Dit merk was een van de grote pioniers. Elmore werd opgericht in 1893 en vanaf 1897 werden er auto’s gebouwd. Het idee van Elmore was om juist betaalbare auto’s te produceren. Dat idee leek General Motors wel wat. In 1908 kocht GM het merk om het in 1912 op te heffen: het zou nog even duren voordat betaalbare auto’s populair werden.

Elmore

1905 - 1915: Cartercar

Er gaan dagen voorbij dat jullie niet aan Cartercar denken. Zonde, want het merk was zeer vooruitstrevend. Ze maakten namelijk gebruik van een type frictie-transmissie dat een soort rudimentaire voorloper was op de CVT automaat. Alleen al door die innovatie vond GM baas Durant het moeilijk om Cartercar níet te kopen in 1909. Nadat GM hun baas Durant eruit had gewerkt, konden ze het bestaan van Cartercar ook beëindigen. 

Cartercar

1920 -1921: Sheridan

Je kan ook teveel gradaties zien. In zijn tweede periode bij General Motors ging Durant gewoon weer verder waar hij goed in was: nieuwe merken toevoegen aan het portfolio. Vaak kocht hij deze, maar Sheridan werd onder bewind van Durant opgericht in 1920. Sheridan is in feite de allereerste auto van General Motor zélf die ze hebben ontwikkeld en gebouwd. Sheridan was een merk tussen Buick en Chevrolet in. Kwalitatief was het zeer veelbelovend. Durant werd in 1921 andermaal ontslagen bij GM en Sheridan werd niet veel later stop gezet. Toevalligerwijs nam Durant de inboedel over en starte hij Durant Motors.

Sheridan

1913 - 1923: Scripps-Booth

Scripps-Booth was een beetje het Amerikaanse Audi. Althans, als we de slogan van Audi toepassen. Scripss-Booth was gericht op het hogere marktsegment en wilde met technologische voorsprong een plekje vinden aldaar. William Durant zag dat zitten en nam het merk op in de portfolio van GM. Durant zag er kennelijk meer in dan GM, want na zijn ontslag, kreeg ook Scripps Booth een spuitje.

Scripps-Booth

1929 - 1930: Marquette

Marquette was een luxemerk om het gemis van Rainier op te kunnen vangen. Het merk werd gepositioneerd tussen Oldsmobile en Buick. Marquette heeft slechts twee jaar gedraaid. General Motors kwam erachter dat Marquette voornamelijk verkopen afsnoepte van Oldsmobile. Het merk werd in 1930 stilletjes geschrapt.

Marquette

1929 - 1931: Viking

Marketing is iets van alle tijden. Goed uitgedokterde marketing is iets wat pas later om de hoek kwam kijken. Het idee van Viking was niet eens zo heel gek. Het merk werd opgericht in 1929. Volgens GM waren er toen nogal wat gaten in hun merken- en modellenportfolio’s. Viking moest een soort luxe Oldsmobile worden. De klanten hadden echter geen idee waar Viking voor stond, dus na twee jaar kon het merk alweer in de mottenballen.

Vinking

1907 - 1931: Oakland

Oakland was wederom een aanschaf van William Durant. In tegenstelling tot veel andere merken kon Oakland het nog even een tijdje uitzingen. Oakland maakte relatief betaalbare middenklassers. Natuurlijk, auto’s waren toen nog zeker geen gemeengoed, maar Oakland wilde voornamelijk aantallen maken. General Motors plaatste Oakland echter boven Chevrolet, omdat die twee te veel zouden concurreren. Net als veel andere merken was er te veel overlap. In dit geval met Pontiac, waardoor in 1931 het laatste jaar was van Oakland.

Oakland

1927 - 1940: LaSalle

Je zou kunnen zeggen dat er weinig ruimte is tussen een Buick en Cadillac. Buick zat aan de bovenkant van de hogere middenklasse, Cadillac was een luxemerk. LaSalle werd daar tussenin gepropt. Nu waren dat soort tussenmerken tegelijkertijd een soort tussenoplossing. Als Cadillac de vraag niet aankon of al een paar modellen in de range had, kon LaSalle de aanvullende modellen leveren. LaSalle deed het niet eens zo heel erg slecht maar na verloop van tijd leken ze gewoon te veel op Cadillacs.

LaSalle

1869 - 1942: McLaughlin

Natuurlijk was de autoindustrie niet enkel in de Verenigde Staten aan het ontwikkelen. Ook in Canada waren er diverse merken. McLaughlin was daar eentje van. Het merk is al behoorlijk oud. Aanvankelijk hield McLaughlin zich bezig met rijtuigen te bouwen. Je weet wel, met zo’n paard ervoor voor de paardenkrachten. McLaughlin rijtuigen waren zeer populair, dus de overstap naar automobielen was redelijk snel gemaakt. De eigenaar van McLaughlin was goede vrienden met William Durant, dus logisch dat General Motors het Canadese merk overnam. Aangezien de technische ontwikkelingen een beetje stagneerde, kon er zo gebruik worden gemaakt van Buick techniek. Aangezien het gewoon Canadese Buicks waren, werd in 1942 gestopt met het merk. Het bedrijf McLaughlin werd omgedoopt tot General Motors Canada.

McLaughlin

1925 - 1943: Yellow Coach

De Yellow Coach Manufacturing Company was een Amerikaans paradepaardje, opgericht in 1925. In feite was het merk vooruitstrevender dan General Motors zou zijn in de volgende 50 jaar. Net als veel andere merken in die tijd, hield Yellow Coach er rekening mee dat elektrische rijden een dingetje zou kunnen worden. Echter, gezien de grote afstanden die afgelegd moesten worden met hun bussen, werd er gekozen voor benzine- en dieselmotoren. Yellow Coach groeide onder GM uit tot een welhaast iconisch bedrijf, door de gestroomlijnde intercity bussen voor Greyhound te produceren. Yellow Coach ging in 1943  grotendeels op in GMC.

Yello Coach

1966 - 1969: Beaumont

Beaumont is een probeersel van General Motors Canada. In feite waren het niets meer dan Chevrolet Chevelles en Pontiac Le Mans’ met andere badges, bestemd voor de Canadese markt. Ze werden wél in Canada gebouwd, op deze manier kon men de Canadese klant wat trotser maken. Heel succesvol was het niet. Na drie jaar werd Beaumont opgeheven en werden de Chevelle en Grand Prix gewoon geleverd onder hun ‘echte’ merknaam. Zie het een beetje als Volvo S40’s die in 2000 als ‘DAF’ werden verkocht.

Beaumont

1958 - 1970: Envoy

Het kan opgevallen zijn dat General Motors voornamelijk aan strategische merken doet, op een paar uitzonderingen na. Verzamel een paar producten, hussel wat namen door elkaar, verzin een merk plus logo en tada: je hebt een nieuw automerk. Dat was ook het geval met het merk Envoy. Envoy was een Canadees merk en onder die vlag werden Vauxhalls geïmporteerd en aan de man gebracht.

Envoy

1962 - 1971: Acadian

We gaan door met Canadese GM-merken, want ook Acadian komt uit het land van Bryan Adams. Acadian was een betaalbaar merk met compacte auto's. De Acadians werden verkocht bij de dealers van Pontiac-Buick. Begrijpt u het nog? Die merken verkochten voornamelijk grotere auto's, met Acadian konden die dealers een kleinere auto verkopen. De Acadians leken ernorm veel op Pontiacs. In technisch opzicht waren het gewoon Chevy Nova's en Chevelles.

Acadian

1968 - 1976: Ranger

Veel van deze merken zijn volkomen onbekend in Nederland. De meeste zijn nooit officieel geleverd. Dat is met Ranger wel anders, want daarvan is er een handjevol verkocht in ons koude kikkerlandje. Ranger richtte zich op drie zeer specifieke markten: België, Zuid-Afrika en Zwitserland. In technisch opzicht was het een ratjetoe van Holdens, Opels en Vauxhalls. Het merk was er vooral om importzaken tegen te gaan, de auto’s werden namelijk lokaal gebouwd. Na acht jaar bleek het toch te omslachtig te zijn. Met name omdat de klanten er niet zoveel van begrepen.

Ranger

1971 - 1984: Statesman

Hoeveel Australische merken ken je eigenlijk? Naast Holden? Leuk voor de trivia: Statesman! Jazeker, Statesman werd opgericht in 1971. Statesman was een luxemerk van Holden. Een Statesman was gebaseerd op de Commodore, maar dan met een langere wielbasis en luxere aankleding. In 1984 werd het merk Statesman opgeheven en werd het een typenaam. Je kon een Holden Statesman of Holden Caprice kopen als je een langere en luxere Commodore wenste. De Statesman werd tot 2010 geproduceerd. In Europa is de auto heel even leverbaar geweest onder de naam Bitter Vero.

Statesman

1930 - 1986: Bedford

Een van de meest trotse Britse fabrikanten die het enorm lang heeft uitgehouden is Bedford. Het heeft niets te maken met Ford. Bedford was het bedrijfswagenmerk van Vauxhall. Een beetje zoals Scania het vrachtwagen merk van Saab was. In 1969 werd Bedford opgeheven. Alle Bedfords waren inmiddels andere GM producten die werden voorzien van Bedford logo. 

Ondersteunend beeld bij het artikel

1988 - 1991: Passport

In de VS en Canada zijn dealers enorm groot. Vaak verkopen ze meerdere merken. Zo had je in Canada de ‘Passport’-dealers. Deze dealers verkochten ook auto’s onder hun eigen merknaam. Zo was de Passport Optima een Opel Kadett E! De meeste Passports waren overigens SUV’s van Isuzu. Een paar jaar lang ging het op zich niet zo verkeerd, maar General Motors wilde meer merken huisvesten. Passport werd opgeheven en de dealers gingen modellen leveren van Saab, Isuzu en Saturn. Waardoor er feitelijk niet eens zo heel veel veranderde.

Ondersteunend beeld bij het artikel

1986 - 1993: Lotus

Jazeker, General Motors heeft ook een heus sportwagenmerk in zijn portfolio gehad. Een van de hoge heren bij General Motors (Bob Eaton) was weg van Lotus en zag mogelijkheden om merken van GM te verrijken met de kennis en kunde van Lotus. De Esprit kreeg een opfrisbeurt, de Elan werd geïntroduceerd (met Isuzu motor, ook een aan GM verwant merk). Ook de Chevrolet Corvette ZR-1 en Lotus Omega zagen het levenslicht. In 1993 werd Lotus verkocht aan Roman Artioli, je weet wel: de opa van Elise Artioli en de eigenaar van Bugatti.

Lotus Esprit S4 '93

1994: Asuna

Asuna was net als Passport een merk dat kleine, goedkope auto’s moest aanbieden in Canada. Er waren drie modellen van Asuna. De Sunfire was een Isuzu Piazza, de Sunrunner was een Suzuki Vitara en de Le Mans was een Daewoo Nexia a.k.a. Opel Kadett E. Het idee sloeg niet aan, waardoor GM na twee jaar al stopte met Asuna.

Ondersteunend beeld bij het artikel

1989 - 1997: Geo

Wat Asuna was voor Canada, was Geo voor de Verenigde Staten. General Motors had in de jaren ’80 en ’90 de Japanse concurrentie flink onderschat. De Japanners verbeterden hun producten op zeer regelmatige basis en brachten relatief snel nieuwe modellen uit. Hierdoor leken de General Motors merken nóg hopelozer te zijn, dan dat ze al waren. Met name op het gebied van kleine auto’s. In 1989 wordt Geo in het leven geroepen. Geo moest het antwoord worden op de compacte modellen van Japanse merken. Dat deed Geo met voornamelijk Japanse auto’s: de Geo Metro (Suzuki Swift), Prizm (Toyota Corolla), Spectrum (Isuzu I-Mark), Impulse (Isuzu Impulse) en Tracker (Suzuki Vitara). De Geo’s hadden niet een al te beste naam. GM verloste het ‘merk’ uit zijn lijden in 1997.

Ondersteunend beeld bij het artikel

1908 - 2004: Oldsmobile

Oldsmobile is een van de oudste automerken. De naam komt overigens niet door voortschrijdend inzicht, maar dankzij oprichter Ransom Olds. Aanvankelijk heette het bedrijf Olds Automobiles, maar omdat iedereen het uitsprak als Oldsmobile, deed de fabrikant het zelf uiteindelijk ook. Oldsmobile was een betaalbaar doch technisch vooruitstrevend merk. Denk aan het gebruik van diesels, voorwielaandrijving en turbomotoren. Oldsmobile was boven Chevrolet en Pontiac gepositioneerd, maar onder Cadillac. Inderdaad, daar waar Buick ook al zat. Oldsmobile moest zich in de jaren ’80 en ’90 gaan richten op de Japanse merken. Iets waarin het niet echt kon slagen. Uiteindelijk was het een merk met enkel gerebadgede Chevrolets, op één geslaagd model na: de Alero. Die werd in Nederland gek genoeg wél als Chevrolet verkocht.

Ondersteunend beeld bij het artikel

2004 - 2009: Corvette

We doen ook even een Nederlands tintje in dit overzicht. De Chevrolet Corvette heeft altijd gediend als een betaalbare alternatief op Europese sportwagens. Naarmate de generaties elkaar aflosten, werden de Corvettes steeds beter. Met name vanaf de vijfde generatie. In Amerika was het verschil tussen de Corvettes en andere Chevy's vrij groot, maar in Europa al helemaal. Rond deze periode kregen alle Koreaanse ex-Daewoo's de naam Chevrolet. Dus modellen als de Matix, Kalos en Lacetti kregen een Chevrolet badge. Importeur Kroymans kwam met het lumineuze idee om de sportwagons onder het merk 'Corvette' te verkopen met C6, Z06 en ZR1 als modelnaam. Een paar jaar later werd het weer gewoon een Chevrolet.

Ondersteunend beeld bij het artikel

1926 - 2010: Pontiac

Dat dit merk het niet gered heeft, zegt voornamelijk heel erg veel over het mismanagement van General Motors. Na de jaren ’90 werd er niet heel erg veel meer geïnvesteerd in auto’s en slechts een beetje in pickups en SUV’s. Een nieuw frontje op oude techniek en GM kon weer cashen. Bij Pontiac was dit een stuk lastiger. Na 2000 maakte het eens zo trotse merk een vrije val door. Het merk probeerde van alles met voornamelijk erg goede en leuke auto’s. Daar zat het publiek niet op te wachten. Na de financiële crisis was er geen uitzicht meer voor Pontiac en werd het merk opgeheven.

Ondersteunend beeld bij het artikel

1982 - 2010: Saturn

Eigenlijk is Saturn het meest innovatieve merk van General Motors. Het merk werd opgericht omdat GM een paar auto’s had ontwikkeld die ze niet echt kwijt konden bij hun andere merken. Slim. De Japanse automerken werden zeer populair in de VS en General Motors wilde een interessant alternatief aanbieden. Dat lukte wonderwel. In de jaren ’90 deed het merk het niet onaardig. Saturn bouwde betaalbare auto’s zonder opsmuk. Na de millenniumwisseling werden veel eigen modellen vervangen voor uitgeklede Chevrolets en diverse Opels. GM verkocht de merkrechten aan de Penske groep, maar die kon geen partij vinden om Saturns te bouwen. In 2010 werd de laatste Saturn gebouwd. De populaire modellen gingen als Chevrolet verder.

Ondersteunend beeld bij het artikel

1989 - 2010: Saab:

Van alle merken die General Motors gekocht heeft, had men zich hier nog wel het meest in verslikt. Het Zweedse merk was premium, doch stronteigenwijs. Dit leverde bijzondere auto’s op en een hondstrouwe klantenkring op. Het plan was om van Saab een soort alternatief voor Volvo en Audi te worden. Daar slaagde men half in. De ingenieurs van Saab moesten aan de slag met GM-techniek, maar wanneer de GM-bazen even niet keken, ging Saab toch hun eigen onderdelen ontwikkelen. Uiteindelijk was het dweilen met de kraan open. In februari van 2010 werd Saab verkocht aan Spyker. Daarna volgde een traag, tragisch en integraal afsterving-proces.

Ondersteunend beeld bij het artikel

1999 - 2010: Hummer:

General Motors heeft vaak bewijzen een uitstekende korte termijnvisie te hebben en een redelijk matige lange termijnvisie. In het geval van Hummer werd dat pijnlijk duidelijk. Hummer was gewoon nog een kanaal om relatief stokoude techniek te kunnen slijten. Met succes! Totdat de financiële crisis uitbrak in 2008. Toen bleek dat er eigenlijk níets was wat gered diende te worden. GM probeerde Hummer te verkopen aan een Chinese partij, maar dat lukte helaas niet. In de lente 2010 kreeg het megalomane merk eindelijk en spuitje. Nu Tesla weer bizar grote en zware auto’s in heeft gemaakt, komt Hummer terug met een elektrische pickup.

Hummer H3T '08

2001 - 2011: Daewoo

U bent toe aan een Daewoo! Kende je de slogan nog? Een enorm agressief marketing-apparaat moest ervoor zorgen dat je oude Opel-techniek met afgedankte Italiaanse koetswerken ging kopen. De groei in kwaliteit en verkopen die Kia en Hyundai wél hebben weten te maken, kon Daewoo niet voor elkaar boxen. Daewoo werd halverwege het nieuwe millennium omgedoopt tot Chevrolet op markten waar Chevrolet nog niet veel voor kwam. In 2011 werd het moederbedrijf omdoopt tot GM Korea. De enige ‘nieuwe’ auto uit de Daewoo fabriek is de Opel Karl, wat in feite en verre nazaat is van de Daewoo Matiz. 

Daewoo Tosca '11

2010 - 2015: Alpheon

Dit merk is erg jong. Het werd opgericht in 2010. Het was het luxe merk van GM Korea. Ondanks ambitieuze plannen viel het plan in het water. Slechts 500 mensen kochten een Alpheon, wat in feit niets meer was dan een Buick Lacrosse met een paar luxe lampjes en schermen erin. Vijf jaar na de oprichting trok GM Korea de stekker eruit.

Alpheon

1929 - 2017: Opel

Dat General Motors Opel van de hand heeft gedaan, geeft wel aan dat GM steeds vaker de handdoek in de ring gooit. De markt is enorm lastig op dit moment in Europa. De eisen zijn erg hoog en de marges zijn laag. Precies het tegenovergestelde van de VS. Opel was voor GM zeer belangrijk. Het merk was jarenlang bijzonder populair in Europa. De GM-modellen worden langzaam uitgefaseerd in het Opel-gamma, maar er zijn nog wel wat GM-genen te ontwaren in de Karl, Astra en Insignia bijvoorbeeld.

Opel Insignia Sports Tourer '20

1925 - 2017: Vauxhall

Al lange tijd is Vauxhall het Britse Opel. Alle auto's die wij Europeanen krijgen als Opel, worden in het Verenigd Koninkrijk verkocht als Vauxhall. Dat is overigens niet altijd zo geweest. Voordat General Motors de boel overnam, was Vauxhall een luxemerk! Daarna mocht Vauxhall overigens nog een tijdje eigen modellen leveren op basis van GM-techniek. Denk aan de Cavalier, dat was een Opel Ascona met Manta neus. Daarna werd het 'gewoon' een Britse Opel.

Vauxhall Insignia Tourer Exclusieve '17

1926 - 2021: Holden

Holden is een bedrijf dat al bestaat sinds 1856 en bouwt sinds 1908 automobielen. Toen waren dat voornamelijk in licentie gebouwde auto's om de Australiërs mobiel te maken. General Motors nam in 1926 Holden over om zo op dit continent een sterke aanbieding te hebben. Net als veel andere General Motors merken was Holden vaak een verzamelnaam van verschillende modellen van Toyota, Nissan, Suzuki Opel, Daewoo en Chevrolet. De Holden Commodore was de enige échte Australische en unieke auto. Deze ging in 2019 uit productie. Daarna zag het er al niet rooskleurig uit. In 2021 wordt het merk opgeheven.

Holden Commodore '20