Renault 4 (1961-1992): de eend voor weldenkende mensen

Praat mee!
Redacteur Autoblog

Renault 4

Renault 4

De Citroën 2CV krijgt bakken met liefde, terwijl de Renault 4 zijn dagen in relatieve vergetelheid moet slijten. Volkomen onterecht, de R4 is misschien wel de beste auto ooit gebouwd.

Waar denk je aan als je aan de populairste Franse auto ooit denkt? Juist, dat moet wel de Citroën 2CV zijn toch? Nou, mooi niet, die komt met 5,14 miljoen exemplaren pas op de vierde plek. Op nummer 1 staat enigszins verrassend de Peugeot 206, die in Iran nog steeds gebouwd wordt en ondertussen de 10 miljoen is gepasseerd. Zijn voorganger 205 wint het met 5,3 miljoen exemplaren nipt van de Lelijke Eend, terwijl de tweede plek gereserveerd is voor het onderwerp van dit artikel. De Renault 4 is goed voor maar liefst 8.135.424 exemplaren.

Renault 4

Eigenlijk is het vreemd dat de ‘Quatrelle’ niet de liefde krijgt die hij verdiend. Denk aan de beroemde ‘volksauto’s’ en iedereen noemt meteen de Kever, Mini en de Eend. Laat ze een vierde noemen en de meeste zullen voor de Fiat 500 gaan. De Kever spant qua productieaantallen de kroon, maar ook de Mini (5,4 miljoen) en de 500 (3,9 miljoen) kan de Renault makkelijk hebben. Waarom heeft de auto dan toch niet die cultstatus die deze andere goedkope mobiliteitsoplossingen wel hebben?

Renault 3

Misschien was de auto wel te goed. Van de vijf genoemde auto’s voor het volk kwam de Renault het laatst op de markt, in 1961 om precies te zijn. Grote concurrent was de 2CV, maar ook de Mini, VW en Fiat zijn ongetwijfeld goed bestudeerd tijdens de ontwikkeling van een opvolger voor de uit 1947 stammende Renault 4CV. Op de punten waar de concurrentie het liet liggen, overtuigde de Renault. Toch lijkt nu juist dat zijn achilleshiel. De onhandige indeling van de Kever en 500, het krappe interieur en het koffertje van de Mini, de onderbemeten motorisering van de 2CV, het draagt allemaal bij aan de charme van deze iconen. De Renault was simpelweg een gebruiksvoorwerp, een enorm praktisch wagentje dat eigenlijk niks fout doet, maar misschien daarom ook niet echt tot de verbeelding spreekt.

Renault 4

Net als de 2CV kreeg de auto vier portieren, waardoor hij als gezinsauto sowieso al een streepje voor had op de Kever, 500 en de Mini. Daar voegde Renault nog een groot, naar boven scharnierend kofferdeksel aan toe, waarmee het een van de eerste échte hatchbacks is. Omdat de motor voorin lag en zich enkel met de voorwielen bezig hield, was de auto achterin bijzonder ruim voor zijn formaat, terwijl de schakelpook uit het dashboard in plaats van uit de vloer ook voorin wat extra ruimte verschafte.

Renault 4

Toch was die schakelpook bij zijn introductie in 1961 nog reden tot klagen. Je bediende er namelijk een drieversnellingsbak mee, terwijl Citroën haar 2CV al direct in 1948 voorzag van een vierbak. Diens 425cc-tweepittertje met 12,5 pk stak echter magertjes af tegen de 747cc vierpitter met 26.5 of 32 pk voor de Renault, afhankelijk van de gekozen carburateur en dus was de Renault simpelweg een stuk minder traag. Wat de Quatrelle niet was, was minder comfortabel.

Renault-vs-citroen

We kennen allemaal het verhaal van het mandje met eieren dat je met de 2CV over elke ondergrond kunt vervoeren, maar dankzij torsiestaafvering aan de achterzijde kan dit met een Viertje ook gewoon. Tijdens de presentatie op de Parijse Autosalon van 1961 konden mensen genieten van het comfort aan boord terwijl de auto op een contraptie stond die een zeer hobbelige weg simuleerde. De truc was dat Renault twee zeer lange torsiestaven gebruikte die achter elkaar waren gemonteerd. Hierdoor was de wielbasis links een stukje korter dan rechts, maar het resultaat was subliem.

Renault 4 Chassis

Al die extra ruimte, extra cilinders en paardekrachten kwamen wel tegen een iets hogere prijs dan de 2CV, maar ook daar verzon Renault iets op. Ze haalden het laatste beetje luxe uit het Viertje, ‘vergaten’ de achterste zijruiten en voorzagen het resultaat van een 603cc motortje met 22.5 pk. Deze Renault 3 was zelfs iets goedkoper dan de 2CV, zodat er eigenlijk geen enkele reden meer was om jezelf te pijnigen met een Eend.

Renault 4

In vierenhalf jaar waren de eerste miljoen exemplaren reeds van de band gerold en eigenlijk was er niet eens zo heel veel nodig om de auto tot 1992 in productie te houden. Drie milde facelifts voegden aan de buitenkant vooral steeds wat extra plastic toe, terwijl de auto in 1967 ook eindelijk zijn vierbak kreeg. Aan de binnenkant was vooral de toevoeging van een dashboard prettig, want bij de eerste exemplaren was daar nauwelijks sprake van. Veel meer dan een stuur, een teller en twee hendeltjes kreeg je niet.

Renault 4

Ook werd gaandeweg de jaren het motortje steeds iets groter en krachtiger, tot een heuse 1.1 aan toe. Hoewel de vraag naar goedkope mobiliteit groot bleef, was de auto eind jaren ‘80 en begin jaren ‘90 definitief te ouderwets. Ook op het gebied van veiligheid en emissies was er voor de Renault 4 geen toekomst meer. Een directe opvolger krijgt de Vier begin jaren ‘90 niet, al zien velen de Twingo als diens spirituele afstammeling.

Renault Gamma eind jaren 80

Begin je al sympathie te voelen voor dit karretje? Mooi, maar we zijn er nog niet. Renault leverde het Viertje namelijk ook nog in een aantal briljante uitvoeringen. Dankzij het losse chassis (de carrosserie was overigens wel deels verantwoordelijk voor de stijfheid) was het voor Renault namelijk een makkie om diverse varianten te bouwen. De populairste is zonder twijfel de Renault 4 Fourgonette, ofwel de ‘Bestelvier’, die direct bij introductie beschikbaar was en tot 1993 in de showrooms stond. Hoewel ook hier Citroën eerder was, was de uitvoering van Renault beter. De R4 Fourgonette was ruimer en sneller. Briljant was het extra luik boven de achterdeuren, waardoor het vervoeren van bijvoorbeeld een ladder zeer gemakkelijk was. Voor wie dat wenste was er eveneens een pick-up leverbaar.

Renault 4 Fourgonette

Andere varianten waren onder andere de Plein Air en de 4x4, beide gebouwd door Sinpar. In navolging van de Mehari kwam Renault met de gelijksoortige R4 Rodeo, terwijl de Ami/Dyane concurrentie kreeg van de Renault 6. Dit was visueel meer een gekrompen Renault 16, maar onderhuids was het gewoon een Viertje. Waarmee Renault wel eerder was dan Citroën én vrijwel alle autofabrikanten is het actiemodel. In 1963 presenteerde Renault de R4 La Parisienne, die met zijn modieuze motiefje op de flanken en bijpassende kofferset gericht was op de mondaine vrouw. Aanvankelijk was het een eenmalige samenwerking tussen modemagazine Elle en Renault, maar de vraag bleek zo groot dat de auto jarenlang op de prijslijsten te vinden was.

Renault 4 varianten

Al met al perfectioneerde Renault de auto voor het volk door te leren van de fouten van anderen. Eigenlijk had én heeft de mens niets meer nodig dan een Renault 4. Zo veel mensen die dat destijds door hadden, zo weinig mensen lijken tegenwoordig nog warm te lopen voor Le Quatrelle. Zelfs de Paus verplaatst zich in dit pretentieloze wagentje, dus waar wacht je nog op? Van mij krijg je een brede grijs als je langs rijdt.