Special: Alfa Romeo 156 (932)


Volgens Walter de’Silva is de Audi A5 de mooiste auto die hij heeft ontworpen. Hij zit ernaast.
Het is moeilijk om niet naar het exterieur van een auto te kijken. Het design, het lijnenspel, de details, de proporties. Het geeft aan wat je kan verwachten van een auto. Het kan je blij maken (Peugeot 406 Coupé) of juist heel erg triest (BMW X4). Net zoals bij hele knappe vrouwen willen mannen nog wel eens vergeten dat er soms een bijzonder getalenteerde dame achter dat knappe koppie schuilt. De Alfa Romeo 156 is zo’n auto.

Het ging niet lekker met Alfa Romeo in de jaren ’90. Die Alfisti waren immers boos dat de opvolger van de door hen geliefde 75 voorwielaandrijving had gekregen. Sterker nog, onderhuids was het net een Fiat Tipo. Ook het uiterlijk en het interieur wonnen geen schoonheidsprijzen. Niet dat de Alfa Romeo 155 een lelijke auto was, maar het was een beetje een zouteloze auto. Niet alleen de Alfisti liepen niet warm voor de auto, ook de ‘vreemd-merk’-rijders hadden de 155 niet op hun wenslijstje staan. Al in 1993 besluit Alfa Romeo te gaan werken aan een opvolger. Moederbedrijf Fiat zette hoog in: dit moest namelijk een bestseller worden om een toekomst voor het merk te garanderen.

Daarom kregen maar liefst drie designteams de opdracht om met een voorstel te komen voor een middenklasse sedan: Pininfarina, ItalDesign en Fiat’s eigen Centro Stile, destijds nog onder leiding van Walter de’Silva. Om de kosten laag te houden moest de auto wederom gebaseerd worden op het platform van een Fiat Tipo. Nu klinkt dat erger dan dat het is. Het platform was behoorlijk flexibel qua indeling. Bijna elke auto uit die tijd van Fiat werd gebouwd op dat platform. Denk aan onder andere de Coupe Fiat, Bravo, Brava, Marea, Tempra, 145, 146, 155, Spider, GTV, Delta en Dedra. Eigenlijk is het de bedoeling om de 166 eerder op de markt te brengen. Maar aangezien het tien-voor-twaalf is bij Alfa besluit Fiat dat de ontwikkeling van die auto gestaakt wordt en de 156 voorrang krijgt. Dat is de reden dat de 166 ouderwetser is dan de 156, maar toch later op de markt kwam.

Uiteraard werd het platform flink aangepast om de Alfa Romeo 156 een geheel eigen karakter te geven. Van de drie proposities van de Italiaanse designhuizen, wordt er gekozen voor het ontwerp van Centro Stile zelf. Geen gekke keuze, want zelden was een sedan zo perfect, mooi en geslaagd. Werkelijk alles klopt gewoon aan het design.

De kleine koplampen, de klassieke grille, de vouwen in de motorkap, het gladde zijaanzicht, de chromen handgrepen voor de voordeuren en de verborgen handgrepen voor de achterdeuren. Hoe Italiaans dat er ook uitziet, die verstopte achterdeur-hendels waren eigenlijk een Japans designfoefje: zowel Mazda (RX-7 FD3S) als Honda (NSX NA1) hadden het al toegepast op voordeuren, om zo een strakke fijne lijn te creëren. Waarde ex-collega @Dizono weet te melden dat de Nissan Terrano en Chevrolet Beretta nog veel eerder waren met deze designgimmick, waarvan akte.

Ook in het interieur wordt aandacht besteed om een bijzondere sfeer te creëren. De 155 had een van de saaiste interieurs aller tijden, dus echt moeilijk kon het niet zijn om er wat leukers van te maken. Uiteraard is het gelukt. De stoelen waren van een sportieve snit, optioneel kon je Recaro sportzetels krijgen of Momo-leder. Net als in de betere BMW’s staat het dashboard iets gedraaid, naar de bestuurder toe. Maar het mooiste zijn nog wel de meters. De toerenteller en snelheidsmeter zitten elk in hun eigen kelk, terwijl je in het dashboard ook nog eens drie metertjes had.

Bij de introductie worden er vier benzinemotoren aangeboden en twee diesels. Topper van de benzinereeks is de 2.5 V6 24v. Een Busso V6 met 190 pk en 222 Nm. Naast een mooi geluid is het ook een uiterst vlotte auto: 0-100 in 7,3 seconden en een topsnelheid van 230 km/u zijn uitstekende waarden anno 1998. Uiteraard is de motor niet alleen een auditief genot, maar ook een esthetisch genoegen. De verchroomde inlaatkelken zijn beeldschoon.

De diesels verdienen eveneens een bijzondere vermelding. Het zijn namelijk de eerste diesels met het ‘Commonrail-inspuitsysteem. Via een aparte buis (rail) word de brandstof onder enorm hoge druk (zo’n 1.200 bar) in de cilinder geïnjecteerd. Het resultaat is een betere verbranding. Maar de bestuurder merkt meer. Dankzij deze techniek is de diesel een stuk salonfähiger. Volkswagen gaf met de TDI de diesel performance, maar Alfa geeft de diesel manieren. De JTD motoren zijn soepel, stil en smeuïger dan een lauwwarme pot Calvé pindakaas.

Mede dankzij die diesels wordt de auto een enorme lease hit. De Alfa is maar iets prijziger dan de reguliere middenklasse (Nissan Primera, Peugeot 406), waardoor mensen de upgrade redelijk makkelijk kunnen maken. Voor de voorheen premium rijdende leaser is een volle 156 met dikke motor en prettige aankleding mogelijk, in plaats van een 316iN of Audi A4 1.6.

De motoren die echter het beste passen bij het karakter van de 156 zijn de Twin Spark motoren. Er zijn er drie: een 1.6 (120 pk), 1.8 (144 pk) en 2.0 (155 pk). De Twin Spark blokken zijn een stuk lichter dan de zescilinder en de diesels. Daardoor sturen deze varianten nog fijner. En fijn sturen, dat deed de 156. De besturing was vol gevoel, zeer precies en waanzinnig direct. Tel daarbij op dat het onderstel uitstekend is afgesteld met voldoende vering en uitstekende demping en je zult begrijpen dat bochtige wegen een ware traktatie waren. Deze motoren waren de spreekwoordelijke kers op de spreekwoordelijke appelmoes. Je kon ze heerlijke de toeren in jagen, waarbij je getrakteerd werd op een fijne snerp.

In 1999 krijgt de Berlina gezelschap van een Sportwagon (afbeelding boven). Halverwege de jaren '90 werd de lijn al ingezet dat stationwagon-varianten de hippe alternatieven waren voor de sedan. De uitstraling was belangrijker dan de hoeveelheid liters bagageruimte. Denk aan auto’s als de Audi A4 Avant, Volvo V40 en Mercedes-Benz C-klasse Combi. De Sportwagon is zo mogelijk nog mooier dan de Berlina. De aflopende daklijn en slank aflopende carrosserie geven de auto een geheel nieuw en fraai cachet.

In 2002 ontvangt de 156 een ‘facelift’ (afbeelding boven). Dat facelift staat tussen haakjes omdat het koetswerk grotendeels met rust wordt gelaten. De bumperstrips en buitenspiegel-kappen zijn nu in kleur meegespoten, er zijn nieuwe kleuren en andere velgen leverbaar. De wijzigingen zijn groter in het interieur. Daar wordt het geheel naar een hoger plan getild. Nog niet op het niveau van een Audi A4 of BMW 3 Serie, maar veel scheelt het niet. Zeker het ontwerp maakte het meer dan goed. Ook is het interieur luxer aan te kleden met een Bose-stereo, uitgebreider navigatiesysteem en nieuwe Momo-leersoorten.

De meeste wijzingen bevinden zich onderhuids. De 2.0 Twin Spark wordt vervangen door een 2.0 JTS, een motor met directe brandstofinjectie. Met 165 pk en 206 Nm een waardig opvolger en in theorie nog zuiniger bovendien. Ook de veiligheid gaat er op vooruit: ESP met ASR is vanaf de facelift standaard, evenals raamairbags. Maar het grootste nieuws was een nieuwe topuitvoering, de 156 GTA.

Met de naam GTA (Gran Turismo Alleggerita) grijpt Alfa Romeo terug naar het verleden. Ondanks dat de 156 GTA alles behalve licht (Alleggerita) is, worden de frames voor de sportstoelen en het dashboard opgetrokken uit magnesium. Dat de 156 GTA desalniettemin zwaarder is, komt door de uiterst potente ‘Big Busso’. De 3.2 is de sterkste en laatste iteratie van dit inmiddels stokoude motortype. De V6 levert 250 pk en 300 Nm. Goed voor 0-100 in 6,3 seconden (met de handbak, de Selespeed was niet al te best) en een top van 250 km/u.

Op een paar onderdelen na (de deuren, achterklep en motorkap) waren alle carrosseriedelen opnieuw ontworpen en ontwikkeld, met hulp van concernbroeder Maserati. De bumpers en skirts geven de GTA een overduidelijke toerwagen-racer look. In het interieur vallen de sportkuipen met de reepjes leder in de zittingen. Als Ferrari een middenklasser op de markt zou brengen, zou die veel op de 156 GTA lijken.

Om de GTA ook daadwerkelijk beter te laten rijden wordt het onderstel grondig aangepast met dikkere anti-roll stabi’s, stijvere dempers en hardere veren. Het krachtige remgerij komt van de firma Brembo. De besturing werd voor de gelegenheid nóg directer gemaakt. Bijna op het niveau sportwagen. Dat gold ook trouwens voor de draaicirkel. Bij de plaatselijke buurtsuper moest je vaker steken dan je zou willen. Hoort er allemaal bij: dat heet karakter.

De GTA laat zich een beetje lastig plaatsen. Als je denkt een M3 (E46) van Alfa Romeo te hebben, zul je bedrogen uitkomen. Zo’n hooligan was het niet. Sterker nog, als je de GTA rijdt als een M3 zul je zeer teleurgesteld zijn. Je moet de GTA met zorg en precisie door de bochten loodsen. Zeker in lange doordraaiers was de auto in zijn element. Wel belangrijk is dat je de VDC uitzet. De 156 GTA mag dan een voorwielaandrijver zijn, een voorzichtige vierwiel-drift was zeker mogelijk.

Gas los voor de bocht, iets uit sturen en met een ruk insturen zorgde ervoor dat de kont keurig om komt. Ook met het uit-accelereren was het prettiger om het VDC uit te hebben staan. Dat systeem was nog vrij rudimentair en greep (te) vroeg in. Schakel het uit en je kan veel prettiger ‘enthousiast’ (lees: schofterig hard) rijden met de GTA.

De kakofonie van de overvierkante Busso verveelde nooit. Onderin pakte 'ie uitstekend op om boven in de toeren helemaal los te gaan. Ok, een M3 of zelfs Audi S4 waren aanzienlijk sneller, maar je had er zeker niet meer lol mee. De Alfa Romeo 156 GTA is ook zeldzaam. Van de 156 GTA Berlina zijn 1.973 gebouwd. De 156 GTA Sportwagon is nog zeldzamer, slechts 1.678 Sportwagons zijn gebouwd tussen 2002 en 2005. Een 156 GTA daarmee bijvoorbeeld zeldzamer dan een BMW Z8, waar er meer dan 5.700 van zijn.

Al in 2003 krijgt de 156 wederom een facelift. Ditmaal een veel ingrijpendere variant. De koets krijgt een complete retouche door niemand minder dan Giorgetto Giugiaro van ItalDesign, het designhuis waarvan het eerste 156 ontwerp nog werd verworpen ten faveure van het design van de’Silva. Met name de neus is anders. De grille staat veel verder naar voren en de lichtunits zijn iets minder karakteristiek. Aan de achterkant veranderd er minder, op een speels lijntje tussen de achterlichten na. De GTA deelde overigens niet mee in de facelift, deze behield de lijnen van Walter de’Silva. Heel erg vreemd is dit overigens niet, de eerder genoemde E46 M3 heeft ook nooit de facelift ontvangen die zijn mindere broertjes wel kregen.

Het grootste nieuws van de tweede lift zijn de nieuwe dieselmotoren. Deze hebben nu een vier kleppen per cilinder en een nieuwe versie van het commonrail injectieysteem. De prestaties (140 pk voor de 1.9, 175 voor de 2.4) gingen er op vooruit, evenals de manieren. Het enige wat er op achteruit ging, was het verbruik. Ook nieuw was het Q4 vierwielaandrijvingsysteem. Middels een Torsen differentieel werden de achterwielen ook van aandrijving voorzien. Ondanks dat het de GTA veel goed had kunnen doen, kon je de Q4-uitvoering slechts op één motor krijgen, de 1.9 JTD 16v.

Om enigszins te kunnen meeliften op de aanstormende SUV-hype wordt er besloten een Sportwagon Q4 ‘stoerder’ te maken. Het resultaat kwam in 2004 op de markt en word ‘156 Crosswagon Q4’ genoemd. Deze auto neemt de complete aandrijflijn over van de Sportwagon Q4, maar staat aanzienlijk hoger op zijn poten voor een grotere bodemspeling. De grote plastic bumpers laten er geen twijfel over bestaan dat deze Alfa offroad pretenties heeft. Uiteraard is het niet een Willys Jeep, maar in Oostenrijk en Zwitserland is de auto een bescheiden succesje.

In 2005 is het na iets meer dan zeven jaar klaar voor de 156. Zijn opvolger, de 159 staat te trappelen om het stokje over te nemen. Helemaal dood is de 156 niet, de Crosswagon staat namelijk nog tot 2007 stoer te zijn in de showroom.

Wat is de magie van een Alfa Romeo? Dat is lastig te bevatten. Waarschijnlijk is het de combinatie van praktische bruikbaarheid, een extravagant uiterlijk, uitgesproken sportiviteit en financiële haalbaarheid. Vaak mijmeren de fanboys en Alfisti over de Giulia, Guilietta en de 75. De tijden dat Alfa Romeo nog échte Alfa’s bouwde. Maar bij dat rijtje moet de Alfa Romeo 156 ook genoemd worden. Het hoeft niet eens per se een GTA te zijn, maar het helpt wel.





