Special: Fiat Multipla (132)
Fiat Multipla

Een lelijke auto kan nog altijd een mooi verhaal opleveren.
Wat maakt iets eigenlijk echt lelijk? Je zou zeggen: een niet harmonieus uiterlijk. Misvormde lijnen. Als je het moet uitdrukken op vier wielen, komen mensen vaak uit op maar één auto: de Fiat Multipla. Dat is volgens velen de lelijkste auto aller tijden. Het is lastig om daar iets tegenin te brengen, want nee, het is inderdaad absoluut geen mooie auto. Maar moeten we de Multipla wel afrekenen op zijn uiterlijk? We duiken even in de historie.
Het begint in 1959. De Fiat 600 is op dat moment net een jaar op de markt. In tegenstelling tot wat je wellicht zou denken was de Fiat 600 eerder op de markt dan de veel bekendere Fiat 500. De Fiat 600 was iets groter (lees: minder klein). De motor is zoals de naam het al aangeeft een 600 cc motor, maar in tegenstelling tot de tweepits Fiat 500 motor, heeft de 600 een heuse viercilinder onder de kap.

In 1959 krijgt de Fiat 600 er een variant bij. En het is zelfs een bijzondere. Ondanks dat de 600 een stukje ruimer was dan de 500, hield het nog steeds niet echt over. Daarom komt er een grotere variant. Omdat het motorblok bij de auto achterin ligt, wordt de voorkant verlengd. Het dak is hoger. De frontovergang is langer. Gezien de ruimte die de auto op straat inneemt biedt de auto van binnen opvallend veel ruimte. De naam: Fiat 600 Multipla.

De auto is te krijgen met diverse interieur-indelingen. Je kon de auto bijvoorbeeld als vijfzitter krijgen. Dan heb je een voorbank en achterbank. De bagage kun je kwijt tussen de achterkant van de leuning en boven de motor. Een andere variant is de zespersoons uitvoering. Deze had een voorbank voor 2 personen en daarachter 2 rijen van elk 2 stoelen. Die vier stoeltjes kon je ook nog eens wegklappen. In vergelijking met een gewone 600 was dat een wereld van verschil.

De 600 Multilpla was echter geen daverend succes. Althans, niet in vergelijking met de gewone Fiat 600, laat staan de Fiat 500. Desalniettemin blijft de auto maar liefst 14 jaar in productie. De Fiat Multilpla zou je (terecht) kun zien als de eerste Multi Purpose Vehicle. Was het een mooie auto? Neen, maar dat maakte niet uit. Het was een compact, innovatief en betaalbaar autootje.

Fast forward naar 1996. Wederom is er een nieuwe compacte MPV op de markt: de Renault Mégane Scénic. Renault was natuurlijk al (een) stamvader van de MPV’s dankzij de Espace (alhoewel Chrysler met de Plymouth Voyager eerder was) en ook de Twingo was een innovatieve monospace. De Megane Scénic was gebaseerd op de Megane, een C-segment hatchback. Deze Midi-MPV was een regelrechte hit. Voor elke fabrikant was het duidelijk: zorg ervoor dat er zo snel mogelijk een midi-MPV in de showrooms staat.

Maak kennis met Roberto Giolito. De beste man wordt op de 1e van januari geboren, in 1962. Al vroeg blijkt dat tekenen hem waanzinnig goed afgaat. Na zijn middelbare school gaat hij naar de ISIA (Hoger Instituut voor Artistieke Industrieën), alwaar hij werkt aan grafische ontwerpen en meubels. Op 27-jarige leeftijd komt hij terecht bij Fiat. Het Turijnse automerk is namelijk op zoek naar een nieuwe generatie ontwerpers, die hun werk kunnen doen met het gebruik van computers. Hij mag eerst een paar concept-cars ontwerpen, de Fiat Downtown concept en de Fiat Zic Concept. Beide zijn geen parels voor het netvlies, maar dat was ook niet de intentie. Het zijn compacte autootjes, gebouwd met eenvoudige en reeds bestaande Fiat-techniek.

In 1996 wordt er wederom een concept van Roberto Giolito getoond. Om mee te kunnen doen met de Midi-MPV rage mag Giolito er ook eentje ontwerpen. Gezien zijn eerdere werk was Fiat niet uit op een behoudend vormgegeven auto. Die kregen ze ook niet. De Multipla Concept uit 1996 was namelijk compleet gestoord. De auto was bol, had overal vreemde details en zag er gewoonweg niet uit. Leuk geprobeerd, maar dit gestoorde gevaarte zou nooit het levenslicht zien.

Mis! Dus toch. In 1998 komt de Fiat Multipla op de markt. Net als de Coupe Fiat hoort eigenlijk de typenaam ervoor: Multipla Fiat. Marketing nonsens natuurlijk. Maar het is niet de naam waar men over valt, want dat is natuurlijk het design. Fiat heeft bijzonder veel lef getoond door het concept gewoon in productie te nemen. Er werd namelijk bijna niets veranderd voor het productiemodel. Dat is überhaupt al iets wat (te) weinig voorkomt, en al helemaal bij zo'n lelijke auto.

Maar waarom eigenlijk? Waarom lelijk zijn om het lelijk zijn? Dat heeft toch geen enkele zin? Dat klopt helemaal. Maar de Multipla was niet lelijk om het lelijk zijn. De Fiat Multipla was namelijk briljant. En omdat de Multipla zo briljant was, was deze toevallig lelijk. De Multipla was geen concurrent voor de Ferrari F50 (die ook lelijk was, maar dat terzijde). Bij het ontwerpen van de Multipla waren er véél meer facetten waar rekening mee gehouden moest worden.

Want, wat is de Multipla nu eigenlijk? Een Midi-MPV, zoveel is duidelijk. De auto stond op het platform van de Fiat Brava, maar was een stukje korter. De totale lengte bedraagt slechts 3,99 meter. De breedte daarentegen is een forse 1,87 meter. Combineer dat met de hoogte van 1,67 meter en je krijgt bijzondere verhoudingen. Kort, breed en hoog. De breedte van de auto wordt nog eens benadrukt door de rechte zijkant. Normaliter loopt deze iets naar binnen, maar niet bij de Multipla.

De buitenmaten waren verantwoordelijk voor de meest perfecte interieur-indeling van welke Midi-MPV dan ook. Midi-MPV's waren toen 5-zits hatchbacks die iets verhoogd waren. De Opel Zafira was een zevenzitter, maar de twee achterste stoelen zaten midden in de kreukelzone. De twee achterste stoelen waren ook nog eens bijzonder krap en wanneer ze open geklapt waren, bleef er van de bagageruimte bijna niets meer over. De Zafira mag dan wel 'mooier' zijn dan een Multipla, als het aankomt op slim gebruik maken van de beschikbare ruimte staat de Multipla op eenzame hoogte.

Fiat was ervan overtuigd dat een 2+3+2 configuratie nooit ideaal zou zijn. Als je iedereen aan boord hebt, kan de bagage niet mee. Daarom was de Multipla zo breed. Je kon er met zes man inzitten. Drie op de voorste rij en drie op de achterste rij. De bagageruimte onder de hoedenplank bedroeg 430 liter. Kijk, daar kun je nog wat mee. Het was een MPV, dus het interieur was bijzonder variabel. Je kon de stoelen neerklappen of verwijderen. Deed je dat, dan was de bagageruimte even vorstelijk als die van een Mercedes-Benz E-klasse Combi (S210): bijna 2.000 liter. En dat voor een auto die korter is dan een C-segment hatchback.

Het dashboard was net als de rest van de Multipla: compleet gestoord, maar het klopte. De ergonomie was namelijk uitstekend. De versnellingspook zat op het dashboard. Dat ziet er niet sexy uit, maar het werkt wel prettig. Alles was eigenlijk kinderlijk eenvoudig te bedienen. Mocht je veel spullen over hebben, dan kon je die in allerlei bakjes en vakjes kwijt. Nogmaals: het was niet mooi, maar het werkte uit de kunst.

Heel verfrissend was het motoren- en modellenaanbod van de Multipla. Tegenwoordig zijn er talloze verschillende motoren en uitvoeringen leverbaar op alle auto's. Dat wil de markt nu eenmal (zegt men). Niet zo bij de Multipla. Je kon kiezen uit twee motoren: benzine (1.6, 105 pk) of een diesel (1.9 JTD, 105 pk). Had je die keuze gemaakt, dan had je nog één keuze te gaan: de uitrusting. De Multipla kon je kaal krijgen (SX) of met opties (ELX). That's it. De ELX had als belangrijkste item airconditioning. Multipla's zijn altijd handgeschakeld, een automaat was niet leverbaar.

Al vanaf de introductie gaat het er alleen maar over hoe lelijk de auto is. Het is de lelijkste auto aller tijden in elk lijstje of bij elke lezersvraag. Dat is eeuwig zonde, want de Fiat Multipla is eigenlijk bloedmooi. Roberto Giolito had met de Multipla een welhaast perfecte auto ontworpen. Dankzij de Fiat-technici was de auto kwalitatief ook bizar goed. We hebben het al gehad over de binnenruimte, de flexibiliteit en de ergonomie.

Mede dankzij die vreemde verhouding was het ook een bijzonder fijne auto om in te rijden. Je zat behoorlijk hoog. De instap was gemakkelijk. Het overzicht was enorm goed. Aan de achterkant: waar het glas stopt, stopt de auto. Parkeersensoren waren nog geen gemeengoed in 1998. Die gekke voorkant had ook nut. Omdat de koplampen tussen de wielen zat en niet het voor het voorwiel, was het rustiger voor het oog. Dankzij die gekke bobbel aan de voorkant was de motorkap behoorlijk horizontaal. Als je iets voorover boog, kon je de neus zelfs zien. Iets wat onmogelijk was bij andere Midi-MPV's.

De Multipla was gebaseerd op de Brava, een prima rijdende C-segment hatchback. Maar de Multipla reed beter. Omdat de auto relatief kort en relatief breed was, kon je enorm hoeken met deze MPV. Het gaat te ver om te zeggen dat de Multipla zich kon meten met een Ford Focus. Maar de op zijn veren dansende Golf IV was aanzienlijk minder dynamisch dan de Multipla.

Op motorisch vlak droeg met name de dieselmotor bij aan de feestvreugde. De 1.9 JTD was zo smeuïg als een grote pot Calvé pindakaas. Al vanaf 1.500 toeren werd het maximale koppel geleverd. De Multplia stuurde relatief strak. De koets bleef heel erg lang vlak. Nee het was geen GTI, maar in de Midi-MPV klasse was de Multipla by far de fijnst rijdende.

Om toch nog een beetje commercieel te kunnen profiteren van de Multipla, kreeg de auto uiteindelijk een nogal grondige facelift. Aan de achterkant veranderde er niet zo heel erg veel. Ook het koetswerk bleef grotendeels gelijk. De auto zou nooit mooi worden. Maar de neus werd wel aangepakt. De kenmerkende Dolfijn-neus werd overboord gekieperd ten faveure van een conventioneler front. Recht van voren was de Multipla opeens een welhaast saaie auto.

Al met al is dit een positief verhaal dus over de Mulitpla. Is dat wel terecht? Want het ís een bijzonder lelijke auto. De Aston Martin DB9 aan de andere kant is schitterend. Dus Ian Calllum is briljant en Roberto Giolito was maar een rare. Als we de auto beschouwen als sculptuur, dan klopt dat ook. Maar misschien moeten we dat niet doen. Paul Bracq zei altijd: een designer staat in dienst van de fabrikant. Niet andersom. Robert Giolito heeft namelijk precies voldaan aan alle eisen die gesteld werden aan de Multipla. De auto mocht niet langer zijn dan 4 meter, er moesten 6 personen (plus hun bagage!) in passen en dat allemaal op basis van bestaande techniek. Oh en maak er ook nog even wat bijzonders van. Dat is precies wat Roberto heeft gedaan. Ian Callum mag de meest onpraktische sportwagens ontwerpen voor een fabrikant dat niet eens winst maakt. Dat is heel makkelijk scoren.

En dan nog iets. Er zijn sinds de Multipla enorm veel lelijke auto's op de markt gekomen. Niet zo lelijk als de Multipla, maar nog altijd bijzonder lelijk. Twee voorbeelden die direct naar boven komen zijn de Porsche Panamera (970) en BMW X6. De Panamera is nog altijd erg lelijk. Dat komt door de eisen die Wendelin Wiedeking eraan stelde: de Panamera moest in staat zijn als limousine te fungeren. Daarom loopt die achterkant zo raar en hoog door. Het heeft een praktische reden. Bij de BMW X6 (of Mercedes-Benz GLE Coupé) is er geen excuus. Met een enkele lijn hebben ze het hele ontwerp om zeep geholpen. De X6 is veel lelijker dan de X5 én dankzij die lelijkheid is de X6 ook nog eens minder praktisch. Een rare afweging voor een SUV die 2.200 Kg weegt.

Vergelijk dat even met de Multipla. Het enige wat de Multipla fout deed, was lelijk zijn. Maar die lelijkheid kwam tot stand om een van de allerbeste Midi-MPV's ooit te ontwerpen. De Multipla was ruim, compleet en spotgoedkoop (voor minder dan 20 mille had je een nieuwe!). De Multipla is die lelijke bastaardhond die al jarenlang je trouwste maatje is. Het ziet er niet uit, maar doet meer dan dat je verwacht. En kom op: liever een lelijke auto, dan eentje die je nu al vergeten bent. Of wil je liever rondrijden in een Daewoo Tacuma, Hyundai Matrix, Mazda Premacy of Nissan Almera Tino?

Men bezigt weleens de term 'mooi door lelijkheid'. Die gaat in dit geval niet op. De Multipla was, is en blijft gewoon lelijk. De gekke bobbel is niet het moedervlekje bij Cindy Crawford. Het is de snor van Susan Boyle. Van haar moet je een CD kopen, geen naaktkalender. Maar al met al was de Multipla oogverblindend mooi dankzij lelijkheid. Want door alle lelijke facetten aan deze curieuze Italiaan, is het een bijzonder geslaagd meesterwerkje geworden.





