Waarom waterstof (voorlopig) alleen maar vervuilend is
Toyota Mirai

Volgens velen is niet elektriciteit, maar waterstof de toekomst. Toyota en Honda mogen zeker tot die groep gerekend worden, net als onze overheid. Waterstofauto's worden namelijk nog meer ontzien in de bijtelling dan volledig elektrische auto's. En hoewel waterstof op zich een schoon goedje is, kleeft er een hele vieze bijsmaak aan.
Waterstof (H), een element dat overal om én in ons aanwezig is, maar nooit alleen komt. Het is eigenlijk altijk gekoppeld aan andere elementen om zo bijvoorbeeld water (H2O) te vormen. Anders dan fossiele brandstoffen, zullen we waterstof moeten produceren, we kunnen het nergens delven.
Hoe je waterstof kunt maken
Grote kans dat je scheikundeleraar wel eens heeft laten zien hoe je met elektrolyse waterstof kunt maken. Het is namelijk bijzonder eenvoudig: je neemt twee elektroden, steekt die in water en je laat er met bijvoorbeeld een 9V-batterij wat elektriciteit door lopen. Aansteker bij wat van dat zelf geproduceerde waterstofgas en je kreeg nog een leuke knal als bewijs dat je waterstof hebt gemaakt.
Wanneer waterstof in een brandstofcel zich weer gaat binden met zuurstof om zo water te vormen, komt energie vrij. De wet van behoud van energie komt hier om de hoek kijken; er kan nooit meer energie vrij komen dan de energie die gebruikt is om met elektrolyse waterstof te maken. Ergo: waterstof kan dus enkel geproduceerd worden en daarvoor is energie nodig. Die energie kan, minus de efficiëntieverliezen van zowel de productie, transport, opslag en de brandstofcel, vervolgens gebruikt worden om en elektromotor aan te drijven. Daarmee is waterstof -net als een accu- vooral een energiedrager en niet -zoals benzine of diesel- een brandstof.
Hoe waterstof écht wordt gemaakt
Maar daarmee zijn we er nog niet. Op dit moment is het namelijk helemaal niet mogelijk om middels elektrolyse op grote schaal waterstof te maken. Daarvoor zijn de elektrodes te duur en moeten deze te vaak vervangen worden. Momenteel wordt daarom vrijwel al het waterstof gemaakt doormiddel van stoomreforming. Dat is een chemisch proces waarbij aardgas en stoom samengevoegd worden bij 850 graden celcius en onder een druk van 25 bar. Een proces dat veel efficiëntieverliezen kent en waarvoor dus op grote schaal fossiele brandstoffen worden gebruikt. Voeg daar nog bij dat waterstof vluchtig is en het zich moeilijk laat opslaan. Laat een tank met waterstof langere tijd staan en het spul verdwijnt als sneeuw onder de zon. Dat maakt opslag en transport ook minder efficiënt dan van elektriciteit of fossiele brandstoffen.
Hoewel we op Groen7 meermaals bericht hebben over nieuwe onderzoeken en uitvindingen die de productie van waterstof schoner moeten maken, is er vooralsnog weinig schoons aan waterstof. Je kunt dan wel het water uit de uitlaat van een Toyota Mirai drinken, maar de échte uitlaat van zo'n waterstofauto staat op een andere plek te roken.
En wat doet onze overheid?
Onze overheid heeft in al haar wijsheid besloten de bijtelling op waterstofauto's de komende jaren net zo laag te houden als de bijtelling op elektrische auto's. Daar waar in de toekomst die lage bijtelling op elektrische auto's alleen geldt voor maximaal 50.000 euro van het aankoopbedrag, daar geldt deze beperking niet voor waterstofauto's. Brandstofceltechniek is momenteel nog kostbaar en op deze manier wil onze overheid de industrie de gelegenheid geven deze verder te ontwikkelen. Maar moeten we dat eigenlijk wel willen?




