Dit zijn de 10 gaafste sportcoupé's uit de jaren '90

Praat mee!

Opel Calibra

Opel Calibra

De perfecte auto's voor de modebewuste liefhebber.

Het is inmiddels gesneden koek: het segment der compacte crossovers is bijzonder heet. Iedereen en zijn moeder wil er eentje hebben. Of het nu een budget crossover is of juist een prestigieuze crossover: ze zijn waanzinnig in trek. Daar zitten geen rationele redenen achter, ondanks dat het volgens de folder allemaal compromisloze en perfecte auto’s zijn. Toch is het enigszins begrijpelijk dat cross-overs zo populair zijn. Je zit net even wat hoger, men interpreteert de looks als stoer + sportief en het lijkt verder net zo praktisch te zijn als een gemiddelde hatchback.

Naast de populariteit van crossovers is er nog iets wat mij dwars zit. Twee dingen eigenlijk. Crossovers zijn sportief en zien er sportief uit. Daar gaat het voor ondergetekende een beetje fout. Een te hoge auto is bij voorbaat niet sportief. Een auto is hoe lager hoe beter. Zelfde geldt voor het gewicht. Hoe lichter hoe beter. Tweede reden is dat de compacte crossover nog iets veel ergers heeft gedaan, namelijk het overbodig maken van de compacte sportcoupé. Het was typisch de auto die het wat gefortuneerde gezin ‘voor erbij’ op de inrit had staan. In de jaren ’90 stikte het ervan. Elk zichzelf respecterend automerk had er meerdere in de showroom staan. Het leuke was ook dat het allemaal compleet andere auto’s waren met een eigen karakter.

Kijk, die crossovers zijn simpel: opgehoogde C-segmenters met een kleine vier (of drie!)-cilinder turbomotor. Bij voorkeur voorwielaandrijving of een Haldex-je naar achteren. Omdat deze generieke opbouw voor al die auto’s hetzelfde is, rijden ze eigenlijk ook allemaal hetzelfde. Daarom moet de Coupé renaissance uit de jaren ’90 weer opleven. We geven je 11 voorbeelden:

Alfa Romeo GTV 3.0 V6 24v Lusso (916C)

Wat was het?

Een tweedeurs coupé ontworpen door Enrico Fumia, de man die ook de Alfa 164 en Audi Quartz tekende. De basis van de GTV is het 'Tipo Due'-platform. In de jaren '90 werden vele producten van Fiat, Alfa Romeo en Lancia op dit platform gebouwd.


Wat is er zo bijzonder aan?

Die koplampen. Het is eigenlijk een grote koplamp, maar door de motorkap zijn het twee priemende lampen. Hoe gaaf is dat? Sowieso is de styling briljant. Er was destijds geen auto die erop leek.

Welke variant moet ik hebben?


Het liefste een V6 van na de eerste facelift. De 3.0 V6 wil je hebben. De prestaties, het geluid, de sensatie. Dit is gewoon een miniatuur Ferrari. De prestaties zijn niet bovengemiddeld, maar niet wereldschokkend. De rij-ervaring is dat wel. Het faceliftmodel is net even wat verfijnder en heeft vooral een veel fraaier dashboard.

Wat betaal ik daar tegenwoordig voor?

Voor 12.500 mille heb je een keurig postfacelift model met 3.0 V6. Een 2.0 V6 Turbo is bijna even snel en veel goedkoper, maar ook wat onderhoudsintensiever.

Alfa Romeo GTV 3.0 V6 24v Lusso (916) '98

BMW Z3 Coupé 2.8i (E36/8) '98

Wat was het?

Een coupé op basis van de uitermate populaire Z3 Roadster. De Z3 was ontworpen door de Japanner Joji Nagashima, die ook tekende voor de E36, E39 en E90. De auto is gebouwd op hetzelfde platform van de Z3, dus een ratjetoe aan onderdelen. Aan de voorkant was deze gelijk aan de E36, maar de achterwielophanging van de Z3 kwam van de E30.

Wat is er zo bijzonder aan?

De proporties. Dit is hoe een klassieke shooting brake eruit hoort te zien. Een enorm lange, prachtig gewelfde motorkap, een kort achtersteven met sterk aflopende C-stijl. Weinig overhang aan de voorkant, iets meer aan achterkant.

Welke variant moet ik hebben?

Er is er maar eentje, eigenlijk. De M Coupe is natuurlijk de bloedserieuze geinponem, maar bijzonder duur en meer een 911-concurrent dan betaalbare coupé. De Z3 Coupé kwam enkel met zescilinder motoren. De romige 2.8 zes-in-lijn met 193 pk voldoet uitstekend. In positieve zin: dit rijdt een beetje als een klassieker. Vermijd de trage automaat.

Wat betaal ik daar tegenwoordig voor?

Mits je niet meteen wil beginnen met hoge kilometerstanden, zul je toch echt minimaal 15 mille moeten neerleggen. Voor 20 mille kun je kiezen uit fraaie exemplaren met minder dan een ton op de klok.

BMW Z3 Coupé 2.8i (E36/8) '98

Nissan 200SX (S14a)

Wat was het?

Een compacte, typische Nissan. Ontworpen door een Commodore 64.

Wat is er zo bijzonder aan?

Het uiterlijk is niet veel soeps, het interieur is saai. Dat hoort toch niet bij een sportcoupé? De prioriteiten voor Nissan lagen echter wat anders. De S14a is vooral heel erg een overontwikkelde auto. Het onderstel, de motor, de transmissie, de aandrijfassen: alles lijkt gebouwd te zijn om veel meer vermogen aan te kunnen.

Welke variant moet ik hebben?

In Nederland was er maar eentje: een turbo met handbak. Vermijd de rechtsgestuurde Silvia Q's (dat is de non-turbo) import met automaat.

Wat betaal ik daar tegenwoordig voor?

Geld is niet het grootste probleem. Vind er maar eens eentje. En dan een originele. De meeste zijn ingezet als getuned driftmonster voor Japanners die met hun enkel tegen de linkeroorschelp deze dingen in de meest onmogelijke bochten driften. Heb je er eentje gevonden, dan ben je al gauw tussen de 12.500 en 15.000 euro kwijt.

Nissan 200SX (S14a) '96

Opel Calibra Turbo 4x4

Wat was het?

Een driedeurs coupé op basis van de Opel Vectra. De Turbo is de topuitvoering, compleet met vierwielaandrijving en handgeschakelde zesbak.

Wat is er zo bijzonder aan?

Eigenlijk niets. De Vectra Turbo 4x4 is vooral leuk, omdat je die bijna nooit ziet en omdat ie er eigenlijk nog suffer uitziet. De Calibra is niet een sportievere auto dan de Vectra: ze rijden identiek. Net als met Euroshopper wasmiddel en Dubro: andere verpakking, zelfde product. Toch heeft de Calibra een USP: zijn stroomlijn. Dit gekke ding blíjft maar doorlopen.

Welke variant moet ik hebben?

Die turbo dus. Alhoewel de V6 beter bij het relaxte karakter van de auto past. Sowieso moet het een originele zijn, de turbo lijkt de enige variant met iets van een meerwaarde in investeringspotentieel.

Wat betaal ik daar tegenwoordig voor?

Een beetje Calibra 2.0i met niet al teveel kilometers vind je al van zo'n 700 euro. Een goede Turbo 4x4 doet ongeveer 10.000 euro. Een splinternieuwe doet slechts 15 mille.

Opel Calibra Turbo 4x4

Volkswagen Corrado

Wat was het?

Een zeldzame beslissing van Volkswagen om een sportief coupeetje te maken die ook nog eens uit de kunst rijdt. In principe is het niets meer dan een Golf met een ander koetswerkje, alhoewel de auto daarmee schromelijk te kort doen.

Wat is er zo bijzonder aan?

Ze hebben daar in Wolfsburg echt hun best gedaan om de autoliefhebber aan te spreken. Bijna alle motoren hebben karakter (16v, G60, VR6), het onderstel is geweldig afgestemd en met name de VR6 was in zijn tijd echt heel erg snel. Oh, en een uitklapbare spoiler.

Welke variant moet ik hebben?

Iedereen zegt de VR6 en dat klopt ook, de combinatie van geluid en prestaties is goed. Echter, de G60 is ook zeker niet te versmaden en best bijzonder. Zeker met een open luchtfilter is het een van de best klinkende viercilinders ooit gemaakt.

Wat betaal ik daar tegenwoordig voor?

Afhankelijk welk type je haalt en hoeveel Rieger-onderdelen je wil vervangen. Voor een paar duizend euro vind je al een verprutste 2.0 als opknapper. Een knappe VR6 met niet te veel kilometers doet zo'n 15 mille met uitschieters naar 20.

Volkswagen Corrado G60

Peugeot 406 Coupe ’97

Wat was het?

Een tweedeurs variant op basis van een van de meest geslaagde middenklassers aller tijden, de Peugeot 406. De koets werd door Pininfarina ontworpen en gebouwd. Het chassis en motor werden in Frankrijk gebouwd, het koetswerk werd in Italië erop gezet.

Wat is er zo bijzonder aan?

Het is één van de mooiste auto's die Pininfarina heeft ontworpen. Ook was het een fijn rijdende auto. Geen hardcore sportmonster, maar uitstekend geschikt om bochten net even wat sneller te nemen. Tevens onvermoeibaar op lange ritten. Een ware Gran Turismo, dus.

Welke variant moet ik hebben?

Ga voor die V6. De hebben automatisch 16" velgen met Brembo-remmen erachter. Net even wat fijner. Het geluid en het koppel in de lage toeren zijn ook erg prettig. De 2.0 benzinemotor stuurt prettiger en is aanzienlijk zuiniger.

Wat betaal ik daar tegenwoordig voor?

Voor 3.000 euro heb je al een heel redelijk exemplaar met een klein beetje werk. Ze zijn in grote getale verkocht, dus de markt is nu behoorlijk verzadigd. Voor 6-7 mille heb je een hele nette met weinig kilometers en alle opties.

Peugeot 406 Coupé

Honda Prelude 2.2 VTI ’97 (BB8)

Wat was het?

Een bijzondere coupé van Honda, terwijl dat merk er in die tijd heel wat maakte. De Civic Si Coupé was in drievoud de held in de eerste Fast & Furious-film. Wilde je een compactere coupé dan was er een CRX en voor de trackdayliefhebber was er de Integra Type-R. Gewoon vier (4!) coupé's in de jaren '90 en dan rekenen we de Accord Coupe niet eens mee! Daardoor raakte de Prelude een beetje ondergesneeuwd.

Wat is er zo bijzonder aan?

Het zijn hele dichte machientjes. Het is niet zo'n hardcore apparaat als de Integra Type-R, maar aanzienlijk sportiever dan veel andere concurrenten. De 2.2 viercilinder is goed voor 185 pk die nog ouderwets hoog in de toeren te vinden zijn. Ook bijzonder: de vierwielbesturing. Het maakt de auto zeer wendbaar.

Welke variant moet ik hebben?

Absoluut de 2.2, die motor zorgt daadwerkelijk voor sensatie. De 2.0 is goed, maar een tikkeltje saai.

Wat betaal ik daar tegenwoordig voor?

Voor 3 mille pik je een nette 2.0 op, voor het dubbele vind je aardige 2.2's.

Honda Prelude 2.2 VTI

Audi TT Coupé (8N)

Wat was het?

Heel kort door de bocht is het een Golf met een ander koetswerk. Volgens de Bauhaus-stijl ontworpen door Freeman Thomas. Grote ommekeer voor het voorheen erg ingetogen Audi.

Wat is er zo bijzonder aan?

De styling. Er wordt weleens gezegd dat auto's op elkaar gaan lijken, maar veel meer afwijkend dan een Audi TT vind je ze niet. Zeker een heel vroeg exemplaar zonder achterspoiler is een designstatement op wielen. In tegenstelling tot veel coupé's in deze prijsklasse had de TT een waanzinnig fraai interieur.

Welke variant moet ik hebben?

Er was niet veel keuze in de jaren '90. De 1.8T quattro met 225 pk is het leukst, maar houdt er rekening mee dat het nooit echt een pure rijdersauto is. Aangezien het vooral om de stijl gaat is een voorwielaangedreven 1.8T met 180 pk meer dan zat. Nog een voordeel: omdat dat eigenlijk een Golf GTI is, zijn de onderhoudskosten vrij laag en onderdelen makkelijk te vinden.

Wat betaal ik daar tegenwoordig voor?

Vanaf 3 mille koop je andermans ellende. Er staan zeer veel TT's te koop en er zit (helaas) ook veel troep tussen. Voor zo'n 7-10 mille heb je zeer nette exemplaren met weinig kilometers.

Audi TT Coupe (8N) '98

Toyota Sprinter Trueno BZ-R (AE111)

Wat was het?

Heel kort door de bocht is het een premium coupé-variant van de Toyota Corolla. Dus een knakenhard dashboard met grafstemming. Zoals wel vaker met Japanners zit al het bijzondere onderhuids.

Wat is er zo bijzonder aan?

Goede vraag! Dit is een waanzinnig delicate sportcoupé. De AE86 mag dan misschien één van de beste achterwielaandrijvers ooit gebouwd zijn, de AE111 is één van de beste voorwielaandrijvers. De snelste variant, de BZ-R, sloeg alles. De motor (4A-GE) is een 1.6 liter 'Blacktop' viercilinder met 5 kleppen per cilinder. Deze was gekoppeld aan een uiterst precies schakelende zesbak die via een sperdifferienteel het vermogen overbracht op de voorwielen. Ook de remmen, schokbrekers en de veren werden aangepast. Oh, en het gewicht: minder dan 1.100 kilogram!

Welke variant moet ik hebben?

De BZ-R. Er was ook een Toyota Corolla Levin BZ-R, die mag uiteraard ook. In principe dezelfde auto. Er waren ook BZ-G en BZ-V modellen, maar die hebben niet de bijzondere hardware aan boord.

Wat betaal ik daar tegenwoordig voor?

Vind er maar eens eentje. Ook in Japan zijn ze vrij zeldzaam geworden. Vanwege de hardware werden ze vaak omgebouwd tot trackday auto. Af en toe komt er eentje te koop, in originele staat zijn ze zo'n 15 mille waard.

Toyota Sprinter Trueno BZ-R (AE111) '97

Mitsubishi FTO GP Version R

Wat was het?

Een kleine, compacte compacte coupé met een voorkant die wat weg had van een Aston Martin DB7.

Wat is er zo bijzonder aan?

De Eclipse was eigenlijk een goedkope ratjetoe van onderdelen. Het zag er gaaf uit, maar het was verder niet een bijzondere sportwagen of een exceptionele Gran Tourer. Eerlijk is eerlijk, daar was de prijs ook naar. De FTO is de junior GTO. Een mini-supercar. Met 2.0 V6 die tot wel 200 pk kan leveren.

Welke variant moet ik hebben?

De GR-modellen met viercilinder kun je het beste overslaan. De 2.0 V6 met 170 pk is al een stuk beter, maar klinkt sneller dan dat 'ie is. De Aero Series met de 200 pk MIVEC V6 zijn het meest begerenswaardig. Zowel qua handling, snelheid als uiterlijk. Ook leuk, in tegenstelling tot de grote concurrent (de Integra Type-R) had de FTO geen rode sportstoelen, maar knalblauw. De bank was dan wel weer gewoon zwart. Je hebt er niets aan, maar nu weet je het.

Wat betaal ik daar tegenwoordig voor?

Een 1.8 GR pik je voor 1.000 pond op in het Verenigd Koninkrijk. Maar die enige FTO met verzamelwaarde, de GP Version R zit op zo'n 8.000 euro.

Mitsubishi FTO GP Version R