Nee, dit is geen Ferrari en ook geen Testarossa

Praat mee!
Redacteur Autoblog
F1/Noord-Brabant en de rest van de wereld Correspondent

De Testarossa die je geen Testarossa mag noemen.

De timing had niet veel beter kunnen zijn. Ferrari heeft nog maar net de Testarossa-badge afgestoft van de SF90-opvolger of deze knaap heeft zijn première. Alsof ze in Uden wisten wat er in Maranello speelt. Na dik anderhalf jaar is het Niels van Roij en zijn team gelukt om de eerste Ferrari Testarossa GTS te bouwen.

Het spijt me. Ik heb zojuist al twee keer, twee verboden woorden gebruikt bij de creatie van de Nederlander. De originele bouwers van deze, eh, rode kop vinden het niet zo leuk als je een zaag in hun creatie zet. Vandaar dat je geen steigerende paarden of naamplaatjes op de auto ziet. In plaats daarvan mag je hem Guida Touring Sport noemen, wat weer net anders is dan Gran Turismo Spider.

De GTS is een targa

De voltooiing van het project werd gevierd met de presentatie van de auto bij de Wheels Mariënwaerdt 2025 van dit weekend. Er zitten 3.000 uur om de icoon om te bouwen naar Targa-versie. Maar da's niet het enige.

De dorpels, portieropeningen, hoedenplank, transmissietunnel en delen onder het dashboard zijn allemaal versterkt. Deze wijzigingen zouden voor het blote oog niet zichtbaar moeten zijn. Omdat ze toch bezig waren, is het dashboard opnieuw bekleed en zijn de deurpanelen herontworpen.

De one-off GTS stamt uit 1987 en behoudt zijn originele aandrijflijn. Hij heeft dus nog steeds een platte V12. De twaalfcilinder produceert 390 pk en 500 Nm. Schakelen gaat via een vijftraps handbak.

Waar laat je de dakpanelen?

De Guida Touring Sport gaat straks naar een Britse eigenaar in Andorra. Daar wil de zon weleens schijnen en wil je dus genieten van het open dak. Omdat het een Targa is, heb je een plek nodig om de panelen op te bergen. Hiervoor heeft het ombouwbedrijf op maat gemaakte tassen gemaakt die je in de bagageruimte kunt wegstoppen. Handig!

We krijgen natuurlijk niet te horen wat die 3.000 uur aan ploeteren waard zijn. Je kunt het misschien aan Van Roij zelf vragen als je hem dit weekend tegenkomt op het Wheels Mariënwaerdt.