Special: Chrysler Crossfire SRT-6 (ZH)
Chrysler Crossfire SRT-6 (ZH) '04

Net als een glam-rock gitarist in de jaren '80: met een paar trucjes kun je briljant zijn.
Waar moet een compacte coupé eigenlijk aan voldoen? We kunnen natuurlijk heel veel eisen erop loslaten en dan krijgen we waarschijnlijk een Porsche Cayman S. Zo’n allrounder die bijna alles goed doet. Daar hoort uiteraard een navenant prijskaartje bij, maar dan heb je wel een zeer getalenteerde rijdersauto. Wat als je eisen iets anders zijn, zoals deze drie:
1. Het moet er spectaculair uitzien.
2. Het moet goed van zijn plaats komen.
3. Het moet dagelijks inzetbaar zijn.
Dan zijn er andere auto’s die om de hoek komen kijken. Eentje daarvan is de Chrysler Crossfire. Een auto die wellicht meer te bieden had, dan wat wij ervan vroegen.
Het begint allemaal bij de opmerkelijke samenwerking tussen Daimler-Benz en Chrysler. Deze fusie leek een beetje op het zoeken naar een danspartner op het gala van de middelbare school. Omdat de ‘mooie’ danspartners al waren vergeven, werden Daimler en Chrysler op elkaar aangewezen. In die periode fuseerden veel automerken met elkaar en werden veel merken overgenomen. Om een producent van formaat te blijven, starten de Amerikaanse en Duitse giganten hun samenwerking.

Normaal gesproken is het de bedoeling dat er sprake is van een grote mate van synergie. Iets wat Volkswagen, Renault-Nissan en Ford behoorlijk goed voor elkaar kregen. Platforms, aandrijflijnen en elektronica werden uitgewisseld om kosten te besparen. Bij Daimler-Chrysler viel dat enigszins mee, want hun productlijnen liepen behoorlijk ‘langs elkaar heen.’

Daarom pakten ze bij Chrysler in 2001 een Mercedes-Benz bij de kladden om te zien wat zij ervan konden maken. Chrysler rook een kans, daar Audi enorm goed scoorde met de TT en merken als Mazda (RX8) en Nissan (350Z) een soortgelijke auto hadden aangekondigd middels diverse concept cars. Op de NAIAS in 2001 toonde Chrysler de Crossfire Concept. De auto was gebaseerd op de Mercedes-Benz SLK, maar leek er geenszins op. De SLK was een schattig roadstertje, de Crossfire was een badass coupé.

De reacties waren dusdanig positief dat Chrysler het aandurfde om de auto in productie te nemen. Uiteraard werd het een en ander aangepast voor er kon worden aangevangen met de productie, maar in grote lijnen bleef het ontwerp gelijk. Zo was de achterzijde bijna identiek. De kenmerkende aflopende kont werd door Brits autocabaratier Jeremy Clarkson omschreven als een hond die zijn endeldarm aan het legen is.

DaimlerChrysler wilde aantonen dat de Crossfire het beste van twee werelden was. De Crossfire werd gebouwd in het Oostenrijkse Graz, terwijl de techniek rechtstreeks uit Duitsland kwam. Dit was gedaan om de perceptie hoog te houden en het journaille ervan te overtuigen dat dit een kwaliteitsproduct was. Onder de onmiskenbaar spectaculaire koets ging ‘gewoon’ een SLK schuil. Het onderstel, motor, transmissie en het interieur waren identiek. Het identieke interieur was opgebouwd uit iets minder mooie plastics, maar kreeg wel een lik aluminiumkleurige verf voor meer sjeu.

Qua motor begon het al meteen goed. Als basis werd er gekozen voor de M112, een 3.2 liter V6, goed voor 218 pk bij 5.700 toeren en 310 Nm bij 3.000 toeren. Een redelijk relaxt blok voor het betere cruisewerk, alhoewel er met de prestaties niets mis was. In 6,5 seconden kon je de 100 km/u halen. De topsnelheid bedroeg 242 km/u. Voor zowel de handgeschakelde zesbak en de vijftrapsautomaat werden deze cijfers opgegeven.

Op 3 februari 2003 ging de Crossfire in productie. In eerste instantie bleek de auto een redelijk succes. In het eerste jaar werden er meer dan 35.000 stuks van verkocht, wat voor een dergelijke auto niet eens zo heel verkeerd was. Iedereen die de auto gaaf vond, kocht er eentje. De mensen die twijfelden werden niet echt overtuigd door de pers. De Crossfire werd totaal niet begrepen door de autojournalisten en de concurrentie was gewoonweg te groot.

Het tweede jaar ging qua sales nog wel (bijna 28.000 stuks), maar daarna raakten de verkopen in een vrije val. Om dit enigszins op te vangen, werd het gamma zo snel mogelijk uitgebreid. Ten eerste de Crossfire Roadster. De SLK verkocht goed vanwege het feit dat het óók een cabriolet is en ook de TT was populair in ‘Roadster’-trim. Als Roadster werd de Crossfire al wat beter begrepen. Men zag het nu meer als een soort speedboot voor op de weg, wat behoorlijk overeenkomt met de rijeigenschappen en vooral het stuurgedrag.

De Roadster was er in dezelfde uitvoeringen als de Coupé. In eerste instantie alleen als Limited Edition, dat was de (complete) standaarduitvoering. Daarnaast kwam er ook een ‘Black Edition’ alsmede een nieuwe basisuitvoering. Deze schraapuitvoering moest items als stoelverwarming, lederen bekleding, mistlampen aan de voorkant, elektrieke stoelbediening en buitenspiegelverwarming ontberen. Dat scheelde in Nederland bijna 5 mille qua aanschafprijs. Zowel de Coupé als de Roadster konden besteld worden in deze naamloze instapversie.

De leukste Crossfire kwam een maandje later op de markt, dat was de Crossfire SRT-6. Er was al een Dodge SRT-4 (de snelste voorwielaandrijver aller tijden) en natuurlijk de brute Viper SRT-10. De SRT-6 maakte gebruik van dezelfde V6, maar dan met een mechanische compressor er bovenop geschroefd. Dit had zijn uitwerking, want de motor leverde nu 335 pk bij 6.100 toeren en 420 Nm bij 3.500 toeren. De toeren benoemen we er in dit geval specifiek bij om aan te geven dat het motorkarakter nauwelijks gewijzigd is, de getallen zijn gewoon een stuk hoger.

Dit zorgde voor een aanzienlijk snellere auto. De SRT-6 voelde niet alleen sneller, hij was de het ook. De standaardsprint was al in 5,3 seconden gedaan en voluit kon je 255 km/u halen, de auto was niet voorzien van een begrenzer. Om het hogere vermogen aan te kunnen werd de Crossfire SRT-6 aangepakt: vering, dempers, onderstel, stabi's, remmen: het stond allemaal op een hoger niveau. Niet geheel toevallig kwam er (erg) veel overeen met de Mercedes-Benz SLK 32 AMG.

De Crossfire SRT-6 was te leveren als coupé en Roadster. Beide auto’s waren volgens Chrysler even snel, ondanks het hogere gewicht en de mindere aerodynamica van de Roadster. In vergelijking met auto's als de Porsche Boxster S schoot de auto hopeloos tekort, maar met de upgrades was de Crossfire SRT-6 een beter rijdende auto geworden. Beter uitziend ook, want de spoiler, splitter en velgen stonden prachtig.

Het mocht allemaal niet baten. Er waren maar weinig mensen die zin hadden in deze Amerikaanse Duitser. De Crossfire SRT-6 werd halverwege uit het leveringsgamma geschrapt. De gewone uitvoeringen mochten het nog even uitzingen tot het einde van 2007. Om de impopulariteit aan te geven; er werden in het laatste jaar slechts 2.000 Crossfires wereldwijd verkocht.

Omdat de Crossfire zo impopulair bleek, was het logisch dat er geen opvolger klaarstond. Maar was de Crossfire dan terecht een verkoopdrama? Er zijn er in totaal iets meer dan 75.000 stuks van verkocht. Het was vooral geforceerde synergie tussen Mercedes en Chrysler wat de nekslag was. De Crossfire stond op het chassis van de SLK (R170), een auto die absoluut niet dynamisch was. Met name de besturing hoorde thuis in een vrachtwagen, niet een sportwagen. Mercedes had dat zelf ook door. Op het moment dat de Crossfire op de markt kwam, introduceerde Mercedes de sterk verbeterde R171, die véél beter reed. Aan de andere kant, voor de liefhebbers van Amerikaanse auto’s was het ook net niet. Het zag er Amerikaans uit, maar de techniek was te Duits om hen blij te maken.

Dus voor wie is de Crossfire nu dan wel? Voor degene die buiten de gebaande paden durft te gaan. Een groot voordeel vind je bij de motor. Zoek je een gebruikte SLK, dan struikel je over de instap-viercilinders. Hetzelfde geldt voor de Audi TT. Bij de Chrysler heb je altijd die 3.2 V6. En daarmee voldoet ie uitstekend aan de drie gestelde eisen. De auto zag er spectaculair uit, ging uitstekend van zijn plek en je kon er prima elke dag mee naar je werk rijden. De auto scoorde gewoon slecht op alle andere punten.




