Deze 11 premium toppers konden geen verschil maken

Praat mee!

Infiniti Q50 Red Sport 400 V37 '19

Infiniti Q50 Red Sport 400 V37 '19

Ze waren zo dichtbij.

Ze begonnen zo enthousiast. De dames en heren van Infiniti hadden de meest ambitieuze plannen om de wereld te veroveren. Het merk bestond al in 1989, maar pas in 2008 mochten wij Europeanen ons laven aan de geneugten van zo’n Japanse premium auto. Dat pakte helaas een beetje rampzalig uit. Dat zullen we even toelichten. Aan de ene kant is Infiniti een merk dat wereldwijd behoorlijk goed verkoopt. Met name in de States worden er zo'n 100.000 op jaarbasis weggezet. Het rampzalige is het getal dat Infiniti in Europa heeft weten te halen: 60.000. Dat lijkt nog redelijk wat, maar in 11 jaar tijd is dat gewoonweg te weinig. Op basis daarvan heeft Infiniti besloten om de Europese (en Britse) markt te verlaten. Daarom kijken wij terug naar de 11 meest opmerkelijke Infiniti's van de afgelopen jaren:

Infiniti M30 Convertible (F31) ’90

Infiniti was het eerste 'Japanse' luxemerk dat met een cabriolet op de proppen kwam. In de film 'Three Kings' is dat een dingetje tussen Ice Cube en Mark Wahlberg, die denkt dat het een Lexus is. Nope, het was echt een Infiniti. De M30 Cabriolet was een super-de-luxe premium cabrio, die het moest opnemen tegen het geweld van bijvoorbeeld een E-Klasse cabriolet. In technische zin was de auto slechts leverbaar in één configuratie: een drieliter V6 met slechts 162 pk, die via een trage viertraps automaat zijn krachten op de achterwielen afleverde. De auto is slechts twee jaar in productie geweest. In die tussentijd zijn er 6.000 exemplaren van gebouwd.

Infiniti M30 Convertible (F31) '90

Infiniti J30 (Y32)

Al voordat Mercedes-Benz in 2004 met de CLS op de proppen kwam, had Infiniti in 1993 al een soort vierdeurs coupé in de showrooms staan. Het werd echter niet zo hard door de marketingbureau's geroepen. Er kan echter over gediscussieerd worden. De Infiniti J30 had met name een sterk aflopende 'kofferbak-lijn' in combinatie met een vrij normale daklijn. De achterlichten zijn ondergebracht in een horizontale strip, waardoor de auto een zeer kenmerkende bips heeft. Onder de kap van de J30 troffen we dezelfde V6 als in de Nissan 300 ZX, maar dan zonder de dubbele turbo.

Infiniti J30 (Y32) '93

Infiniti FX45 (S50) '04

Dankzij deze auto hadden we aanvankelijk best goede hoop voor Infiniti dat ze zouden slagen. Het was namelijk een van de eerste sportieve SUV's, die zich redelijk eenvoudig kon meten met auto's als de Porsche Cayenne of een BMW X5. Waar sommige Japanners weleens te anoniem zijn vormgegeven, had deze FX daar geen last van. Nog een reden om aan te kunnen nemen dat Infiniti weleens een succesje zou kunnen worden: ze werden al geïmporteerd. Diverse US-car specialisten haalde de auto naar Nederland. Je zag ze niet met bosjes rondrijden, maar er was zeker animo voor. De FX45 had een dikke V8, maar het was vooral de FX35 met V6 die vaak voorzien werd van gele platen.

Infiniti FX45 (S50) '04

Infiniti Q45 (F50) ‘04

Bij Lexus was de LS400 aanvankelijk hun belangrijkste auto. De auto werd specifiek voor het merk ontworpen en kreeg later pas een Toyota-badge (met de naam Celsior). In het geval van de Infiniti Q45 zit het net even wat anders. Nissan had namelijk al in Japan de superluxe 'President' in het modelgamma. De 'F50' was de derde generatie en verreweg de meest technologisch geavanceerde supersedan die Infiniti ooit gemaakt heeft. Het probleem is dat niemand het door had, iets dat vaker bij de carrière van Infiniti zou blijven opspelen. In tegenstelling tot de Audi A8 of Jaguar XJ, was het nauwelijks mogelijk om een optie te bestellen op dit meer dan 5 meter lange slagschip. Werkelijk alles zat er standaard op, waaronder een 345 pk sterke V8. In 2006 ging de Q45 uit productie, er zou daarna nooit meer een S-Klasse concurrent in de showrooms staan.

Infiniti Essence Concept ‘09

Het was duidelijk dat Infiniti moeite had om zijn eigen identiteit kenbaar te maken. Althans, qua personenenwagens. Als het op SUV's en crossovers aankwam, had Infiniti juist wél een duidelijke merk-uitstraling en dientengevolge ook betere verkoopcijfers. Om Infiniti meer een eigen gezicht te geven, kwam er een concept car die de lijnen uit kon zitten. Dat was in 2009 het gevolg met de Essence Concept. Ongeacht het merk, dit moet welhaast een van de fraaiste coupé's van de afgelopen 25 jaar zijn. En ja, dan rekenen we ook de AMG GT en Jaguar F-Type Coupé mee.

Infiniti Essence Concept '09

Infiniti IPL G37 Convertible (CV36) ‘12

BMW heeft M, Mercedes heeft AMG. Dat zijn niet alleen lucratieve ondernemingen, maar ook enorme imageboosters. Nu vraag je of er ook speciale sportieve Infiniti's zijn en die vraag kan bevestigend beantwoord worden. De divisie heet 'Infiniti Performance Line' en houdt zich bezig met iets spannendere Infiniti's. Het eerste wapenfeit van IPL was de Infiniti IPL G37, die je als Coupé en Convertible kon krijgen. We vermelden de Convertible, aangezien dat een van de weinige fraaie CC's van zijn tijd was. Het IPL-programma faalde op spectaculaire wijze. Het probleem was dat er te weinige veranderde. Een strakker onderstel, iets meer vermogen (zo'n 20 pk), een sportiever interieur en wat dikker uiterlijk was niet voldoende. Van de Q60 (wat gewoon een gefacelifte G37 was) kwam er ook een IPL, daarna stierf het label een stille dood.

Infiniti IPL G37 Convertbile (CV36) '12

Infiniti FX50S “Sebastian Vettel” (S51) ’12

Om de naamsbekendheid van Infiniti te vergroten, werd de naam geplakt op de Red Bulls. Er kwam zelfs een heuse FX50S Sebastian Vettel Edition. Eigenlijk maakte Infiniti bij deze auto dezelfde fout als met de IPL-Infiniti's. Er gebeurde te weinig, terwijl er véél voor betaald diende te worden. De auto's werden door CRD gebouwd, een submerk van Brabus dat vaker dit soort kleine series bouwt. Echt een groot verschil met de gewone FX50S was er niet, de motor leverde iets meer power dankzij (een geweldig klinkende) uitlaat. Verder stond de auto 2 centimeter lager op zijn wielen, ditmaal 21" jetsers van BBS. Ondanks 'slechts' 420 pk moest het gevaarte 300 km/u halen. Prijs van dit alles? Zo'n 220.000 euro, het dubbele van een gewone FX50S...

Infiniti Q50 Eau Rouge Concept ‘14 (V37)

Ein-de-lijk leek Infiniti het licht gezien te hebben. In plaats van aan te klooien met marginaal snellere Infiniti's, waarom niet aankloppen bij Nissan en Nismo voor wat smakelijke techniek uit de GT-R? De Infiniti Q50 Eau Rouge Concept was eigenlijk een vierdeurs GT-R. Hoe cool klinkt dat? Inderdaad: daarmee zou het een indrukwekkende 'M3-Killer' zijn. De motor, een twinturbo V6 met 570 pk, kwam rechtstreeks uit de GT-R. Om de kosten te drukken, kwam de vierwielaandrijving van de Infiniti Q70, evenals de zeventraps automaat. De hardware uit de GT-R paste niet. Jammer, want daardoor was de auto een drama in dynamisch opzicht. Het zou te kostbaar worden om er een goede businesscase van te kunnen maken.

Infiniti Q50 Eau Rouge Concept '14

Q60 Red Sport 400 (CV37) ’16

De bovenste drie Infiniti's faalden dus jammerlijk. Uiteraard gaf Infiniti niet op en kwamen ze met nóg een snelle variant met een speciale badge, de 'Red Sport'. Dankzij de biturbo setup op de drieliter V6, was er meer dan 400 pk voorhanden! In Nederland kon je deze motor overigens ook voor een zacht prijsje krijgen. Sla die over en probeer een 'Red Sport' te importeren. De Red Sport heeft grotere remmen, een straffer onderstel, directere besturing, sport stoelen en dikke wielen. Het meest belangrijke aspect was de besturing. De gewone Q60 had 'steer-by-wire', de Red Sport een fysieke stuurstang voor meer communicatie.

Infiniti Q60 Red Sport 400 (CV37) '16

Infiniti QX30

Aanvankelijk wilden we de Infiniti Prototype 9 Concept uit 2017 behandelen. Gewoon omdat het een monsterlijk gave concept car is. Echter, het had niets met Infiniti te maken. Er wordt waarschijnlijk nog steeds onderzoek gedaan om te zien wat de ontwerpers geslikt of gesnoven hebben. Maar nee, we behandelen hier de Infiniti QX30. Dit was een compacte crossover. De auto stond op het platform van de Mercedes-Benz GLA en was eventueel verkrijgbaar met diesels van Renault. Eigenlijk te krankzinnig voor woorden dat zelfs deze auto geen succes werd. Klein, premium, crossover, redelijk zuinig en schoon. Wat wil een mens nog meer?

Infiniti QX30 2.0t Sport '19

Infiniti QX80 5.6 ’18

Dat Infiniti gefaald heeft in Europa is niet zo vreemd eigenlijk. De Infiniti's die namelijk wel de moeite waard zijn, zijn in Europa zwaar overbodig en duur. Waarom een QX30 kopen (die niemand kent) terwijl je voor het zelfde geld een GLA hebt? Sommige Infiniti's waren zelfs duurder dan de Duitse alternatieven. Tsja, dan weet je dat het een lastig verhaal gaat worden. Daarom gaat Infiniti zich weer richten op de VS en Azië. Gelukkig kunnen ze doorgaan met waar ze goed in zijn: monsterlijk gave SUV's bouwen. De QX80 is daar het bewijs van. Het ding is zo over de top lompgroot, dat het weer gaaf is.

Infiniti Q80 5.6 '19

Kortom: moeten we Infiniti gaan missen? Eigenlijk niet. Het merk heeft in Europa nauwelijks verschil kunnen maken. Op zich ook wel logisch als je bedenkt dat Renault, Dacia en Nissan het hier al aardig doen. Die eerste twee merken worden niet in de VS aangeboden. Ook is de concurrentie moordend. Er zijn drie premium merken die een gigantisch marktaandeel hebben. De overige merken moeten het doen met de restjes. Tel daarbij op dat het design voor velen te Aziatisch was en de auto's vrij prijzig waren, waardoor uiteindelijk slechts 60.000 mensen geïnteresseerd waren in een dergelijke auto. Oh, en die namen waren hopeloos en nodeloos verwarrend. Moet je Infiniti's nu links laten liggen? Zeker niet. Het blijven immers wel technisch verbeterde Nissans. Met de bouwkwaliteit was niet zoveel mis. Het zijn geweldige occasions. Dat waren ze altijd al, maar nu het merk van de markt verdwijnt, hebben we geen keuze meer.