Deze 15 E-Klasse concurrenten faalden helaas

Praat mee!

E-Klasse concurrenten

E-Klasse concurrenten

Een dikke auto bouwen is niet voldoende om als E-Klasse concurrent te gelden. Deze E-segmenters faalden jammerlijk.

Afgelopen week is de Mercedes-Benz E-Klasse onthuld. Zoals je mag verwachten van de Stuttgarters hebben ze er weer iets heel erg indrukwekkends van gemaakt. Een enorme lading techniek, strak design, een zeer hoogwaardig interieur en ongetwijfeld ongekend comfortabele rijeigenschappen zullen ervoor zorgen dat de auto de top van zijn klasse is. Sowieso nu de BMW 5 Serie G30-generatie aan het einde van zijn carrière zit en de Audi A6 C8 ook weer een tijdje meeloopt, zal de E-Klasse de komende jaren wel weer de keiharde vedette in zijn klasse zijn.

De nieuwe W214

Menig fabrikant heeft zich stukgebeten op de Duitse drie en dus ook de E-Klasse. Ondanks dat fabrikanten hun stinkende best deden om een waardige concurrent te maken, schoot het vaak te kort. Allen compenseren met een lagere prijs, betere standaarduitrusting of een stevige knuffel van een verkoopleider is dan niet voldoende. Het gaat om het totaalplaatje en dat is juist waar de E-Klasse vaak erg god scoort. Het enige nadeel is vaak dat ‘ie wel erg duur is en dat de uitrusting wat tegenvalt.

Maar zoals gezegd, het E-segment is een behoorlijk Duits feestje inmiddels. Er zijn nog wat premium concurrenten als de Jaguar XF en Volvo S90, maar over het algemeen spelen die auto’s een meer bescheiden rol in de verkoopstatistieken. Bij de volgende E-Klasse concurrenten was de rol dermate bescheiden dat ‘ie uit productie genomen werd:

Mitsubishi Sigma

1990 - 1996

De eerste E-Klasse concurrent die faalden is deze topper van De Gestaalde Perfectie. De Mitsubishi Sigma was eigenlijk gewoon een grote Galant. Je kan het ook zien als een luxe vierdeurs 3000GT. In Nederland kon je dit model krijgen tot 1996, de opvolger kwam nooit naar Nederland. De Sigma kreeg altijd een zescilinder, in tijden dat de meeste E-Klasses in ons land nog gewoon en eenvoudige viercilinder onder de kap hadden.

Je kan ‘m zelfs als stationwagon krijgen, terwijl de sedan leverbaar was met vierwielbesturing. Ook was er een lading electronica standaard, terwijl een E-Klasse geen airco, geen elektrische ramen en geen elektrische spiegels had (sterker, de rechter was veel kleiner…).

Rover 800

1991 - 1998

Bij Rover moest de 75 als opvolger dienen voor de 600 en 800. De 75 was echter een D-segment auto, terwijl de 800 E-segment was. De Rover 800 komt uit een lange lijn van bijzondere Rovers die in het verleden erg succesvol waren, denk aan de P5 en SD1. De Rover 800 was in technisch opzicht gelieerd aan de Honda Legend. Dus met voorwielaandrijving en overdwars geplaatste motor.

Je kon kiezen uit en statige sedan, vlotte liftback of een fraaie coupé. Omdat het een Honda was, zat het met de betrouwbaarheid behoorlijk snor. Er was en snelle ‘Vitesse’ voor mensen met haast of een V6 voor mensen met een voorliefde voor comfort. Buiten het Verenigd Koninkrijk keek niemand ernaar om.

Ford Scorpio

1994 - 1998

Dit was nooit een serieuze Mercedes E-Klasse concurrent. Het is niet allemaal weemoed, hoor. De Ford Scorpio was gewoon een heel erg matige en bovenal erg lelijke auto. Achterwielaangedreven, dat wel. Maar niet echt inspirerend om te rijden, terwijl de Ford Mondeo juist een sensatie was. Ondanks dat het model compleet nieuw leek te zijn in 1994, was het een nieuwe body op een oud chassis. Tja. De Cosworth V6 was cool, maar dat was het dan ook wel.

Zonde dat Ford het zo heeft aangepakt, want in de jaren ’80 was de Ford Scorpio juist een vooruitstrevende auto qua techniek en design. Dermate premium dat ‘ie in de VS als ‘Merkur’ verkocht werd om de E-Klasse van repliek te dienen! Maar Ford maakte een vergissing met het design en vergat de auto door te ontwikkelen. Oh, uiteindelijk zijn er gewoon 7.000 exemplaren van deze generatie in Nederland geleverd.

Mazda Xedos 9

2001 - 2002

Mazda probeerde in dit segment al langer door te breken. Man, het merk had niet één, maar twee luxemerken in gedachten: Amati en Xedos. In Europa was Xedos een tijdje actief als merk met de Xedos 6 en Xedos 9. Met bijzondere techniek (Miller Cycle zescilinder en vierwielbesturing), rijke uitrusting en gunstige prijzen probeerde Mazda het de premium-klant te verleiden.

Zonder succes. Xedos werd uiteindelijk geen merk, maar een type. In 2002 was het genoeg en stopte Mazda ermee. Van deze generatie zijn er slechts zo’n 80 verkocht in ons land.

Opel Omega (B2)

2000 - 2003

De favoriete auto van @jaapiyo kan niet ontbreken. Vanwege de achterwielaandrijving vindt hij dit een heel erg premium auto. Dat was het natuurlijk niet, maar het scheelde niet veel. Waar de Ford Scorpio met de jaren slechter leek te worden, ging het bij de Omega omhoog. De laatste facelift was bijzonder geslaagd met een compleet nieuw interieur. Man, er was zelfs een puike zescilinder common-rail diesel (ja, echt) van BMW leverbaar!

Opel probeerde zelfs een V8 in het vooronder te lepelen, om de Omega echt als E-Klasse concurrent te doen gelden. Vanwege temperatuurhuishouding (zo’n ding moet de hele dag 250 kunnen lopen in Duitsland) en beperkte afzetprognose ging dat helaas niet door. In 2002 kwam de vervanger in de vorm van de Opel Signum, dat eigenlijk een carrosserievariant van de Opel Vectra was.

Nissan Maxima QX (A33)

2000 - 2004

Het probleem is dat je niet simpelweg een grote sedan kunt maken en het daarbij kan laten. Dat is min of meer wel wat Nissan heeft gedaan met de Maxima. Vreemd, want Nissan had met de Cima en Cedric wel degelijk achterwielaangedreven luxe-sedans. De Maxima QX reed overigens uitstekend en was in Nederland altijd voorzien van een V6. Je kon kiezen uit een 2.0 V6 (140 pk) en 3.0 V6 (190 pk).

De faceliftversie in 2000 was niet zo fraai als het strakke model van ervoor. De auto was zeldzaam impopulair in Nederland. Niet omdat het een slechte auto was, maar omdat zelfs Nissan niet doorhad dat de auto leverbaar was.

Alfa Romeo 166 (936)

1998 - 2005

Je krijgt meerdere keren dezelfde smoes te horen vandaag. En dat is dat uit een uit de kluiten gewassen D-segment-sedan beide modellen moest vervangen. De Alfa Romeo 159 was volgens Alfa Romeo de opvolger van de 156 én de 166. De 166 staat op hetzelfde ‘Type-E’-platform als de Lancia Thema, maar is sterk herzien om er een sportieve auto van te maken. Ondanks de beste bedoelingen kunnen we het ons niet voorstellen dat er ook maar één Mercedes-klant overstapte naar Alfa Romeo voor een 166. In die zin was het gen echte E-Klasse concurrent.

De 166 was namelijk een behoorlijk directe rijdersauto voor zijn soort. Snelle besturing, stabiele wegligging en met de V6 had je een concert onder de motorkap. De ruimste in zijn klasse was het niet en er was ook geen optie voor een stationwagon. De auto ging later nog door het leven als Trumpchi GA5 tot 2018!

Kia Opirus (GH)

2003 - 2008

Tja. Hoe we hier om gelachen hebben. De Kia Opirus was echt drie keer niets. OK, het idee was grappig. Een grote Kia met heel erg veel uitrusting. In Azië was over-the-top kitsch dat léék op Europese luxe populair en in de VS was men er ook niet vies van. De Opirus was een regelrechte kopie van de E-Klasse met die grille en vier ronde koplampen.

Uiteindelijk werd dit gedrocht tot 2012 gebouwd en geleverd met een 285 pk die de voorwielen aandreef. Kia kon en kan veel beter, met de K900 laat het merk zien keurige bijna premium-auto’s te kunnen bouwen. Maar de Opirus was dat zeker niet. Uiteindelijk zijn er toch nog meer dan 150 stuks in Nederland verkocht. Waarschijnlijk voor elke dealer een of twee stuks.

Renault Vel Satis

2002 - 2009

Net als de Citroën C6 was de Renault Vel Satis een heel erg bijzonder alternatief op een Mercedes-Benz E-Klasse. De Vel Satis was compleet anders dan dat we kenden uit dit segment. Het was een soort grote hatchback met bijzonder design en enorm ruim interieur met gigantische fauteuils.

Als je wil kon je ‘m zelfs met een V6 diesel krijgen (van Isuzu) of en V6 3.5 (van Nissan). De Initiale was afgeladen met uitrusting. Niemand die het interesseerde, want de grote Renault was geen succes. Er zijn er zo’n 63.500 stuks van gebouwd van 2001 tot 2009. In Nederland zijn er zo’n 2.000 van verkocht. In sommige landen kreeg de Vel Satis WEL een opvolger in de vorm van de Safrane/Latitude, wat niets meer dan een omgekatte Samsung SM9 sedan is.

Peugeot 607

2000 - 2010

In principe hetzelfde verhaal als met de Citroen C6. Alleen is de 607 een stuk minder eigenwijs. Het was een van de eerste Peugeots die niet door Pininfarina is ontworpen, zo’n strakke verschijning als de 605 was het niet. Het was op zich best een Franse Mercedes E-Klasse. Lekker ruim, een verrassend fraai interieur, zeer fijne diesels en comfortabel rijgedrag.

Met de facelift kreeg de auto eindelijk een zescilinder diesel en iets meer visuele présence. Ondanks een gunstige prijsstelling kocht men echter liever een eenvoudige E200 diesel dan een volgehangen 607 V6 HDI. Zonde. Echt een deceptie was de 607 niet hoor, uiteindelijk verkocht Peugeot Nederland er alsnog dik 4.500 van.

Honda Legend (KB1)

2006 - 2010

Kwalitatief een uitstekende E-Klasse concurrent. De Honda Legend zit een beetje tussen het E- en luxe-segment in. In Nederland ging dit model al in 2009 uit het leveringsprogramma, maar in de rest van de wereld bleef het model nog een tijdje leverbaar. Als Acura RL kon je de auto jarenlang krijgen in de VS. De laatste generatie die je in Nederland kon krijgen, de KB1, was heel erg goed. Een 300 pk sterke V6, ingenieus vierwielaandrijvingssysteem en enorm veel luxe maakte het tot een zeer fijne auto.

Maar ja, in deze periode wilde men in deze klasse een station met dikke diesel, geen dorstige benzine sedan. Acura RLX werd nog en tijd verkocht, in 2020 ging dit model eruit en in 2021 stopte Honda met de Legend op de thuismarkt. In Nederland is dit een witte raaf: de importeur verkocht er iets meer dan 50 in totaal.

Saab 9-5 (YS5E)

2010 - 2011

De auto faalde niet, maar het hele merk. Dankzij Victor Muller hebben we nog eventjes kunnen genieten van deze eigenwijze sedan van Saab. Het geeft maar eens aan hoe slecht GM is in het managen van bijzondere automerken, want de Saab 9-5 werd onder regie ontwikkeld. In basis is het eigenlijk gewoon een luxe Opel Insignia, maar dat mag je niet zeggen. Voor het eerst was er een Saab die ook interessant was voor de niet-die-hard-Saab-fan.

Citroen C6

2005 - 2012

Bij een Citroën is het verhaal minimaal net zo interessant als de auto. Dat is de reden dat de Citroexpert (aanrader!!) nog altijd tot de nok toe gevuld is met leuke achtergrondverhalen. De Citroen C6 Lignage was in een concept car in 1999 en eigenlijk moest deze toen in productie gaan. Simpel, de XM was oud en vers bloed was welkom.

Citroën besloot echter dat de C5 de nieuwe opvolger was voor de Xantia én de XM. Totdat men uiteindelijk, zes jaar later, alsnog de C6 in productie namen. Het design was episch, het comfort overdadig. De C6 is heerlijk eigenwijs, bijzonder aristocratisch, zonder dat deze aanstootgevend of ordinair is. Helaas was die doelgroep van eigengereide en gefortuneerde individualisten te klein om van te leven voor Citroën. Iets meer dan 800 stuks werden er hier in ons land verkocht

Lancia Thema (405)

2011 - 2014

Bij FCA had wijlen Marchionne het hallucinerende idee dat et verstandig was om Chryslers te voorzien van Lancia-logo. Eh, ja. De Lancia Thema is een gefacelifte Chrysler 300C en diende al opvolger van de eveneens bijzondere Lancia Thesis. De Thema was compleet anders en eigenlijk best en waardig E-Klasse alternatief. Achterwielaandrijving, puike diesels, een hoop binnenruimte.

Het had eigenlijk niets met Lancia’s te maken, maar de Thema was een fijne kilometervreter en uitstekende taxi. Geen stationwagon helaas. En ja, er waren enkele versies met V8! Op speciaal verzoek kon je een verlengde of gepantserde Thema krijgen. Die hadden dan de 5.7 HEMI onder de kap en heette helaas geen Thema 8.32. In Nederland was de Thema een matig succes. Johan Derksen heeft zijn kaars een tijdje erin vervoerd. In Nederland zijn er iets meer dan 100 van geleverd.

Lexus GS (L10)

2012 - 2018

Dit was misschien wel de beste concurrent voor de E-Klasse die het niet heeft gered. De Lexus GS is een fraai stukje techniek. Een achterwielaangedreven sedan met zeer fraai interieur en eigenwijze styling. Ook bij deze Lexus een focus op comfort, alhoewel er wel degelijk sprake is van ‘en wegligging’. Het grootste nadeel was het infotainment-systeem. Wie geeft daar nu eigenlijk om?

Nou, mensen die zo’n dergelijke auto kunnen betalen. De Lexus ES geldt officieel als opvolger, maar is eigenlijk een maatje kleiner en klasse lager. In Nederland rijden er dik 400 exemplaren van deze generatie, waaronder een paar met machtige V8 in de GS-F.

Meer lezen? Dit zijn de 13 leukste niet-Duitse sportsedans!