Dit zijn de 14 beste betaalbare achterwielaandrijvers
beste betaalbare achterwielaandrijvers

We nemen betaalbaar relatief ruim, uiteraard. Maar toch, dit zijn de 14 beste betaalbare achterwielaandrijvers.
Vorige week was het dan zover. De Toyota 86 is uit productie genomen. De productie van de identieke Subaru BRZ werd al eerder gestaakt. De auto bracht niet het succes waarop gehoopt werd. Een betaalbare achterwielaandrijver bouwen is buitengewoon lastig. Gelukkig komt er wél een opvolger.
In veel gevallen is achterwielaandrijver een duurdere auto om te construeren. Zeker als je er speciaal een platform voor moet ontwikkelen. De GT86 was uiteindelijk niet bijzonder goedkoop (zeker niet in Nederland). Ook was de auto niet echt heel erg snel. Ja, het gaat om de lol die je ermee kunt hebben, maar je wilt gewoon een beetje vermogen om profijt te kunnen hebben van juist die achterwielaandrijving.
Daarom kijken we wat je nu kunt krijgen voor het geld van een gebruikte Subaru BRZ of Toyota GT86. Het gaat om achterwielaandrijvers met een handbak, precies zoals het hoort. Uiteraard op benzine. Verder zoeken we qua prijs in de range van zo'n 15 tot 25 mille. Oh ja, niet ouder dan 15 jaar. Niet dat dat specifiek slecht is, maar je wilt er nog wel dagelijks mee kunnen rijden, zonder oldtimer-ervaring op te doen. Oh ja, we kijken alleen naar coupé's en roadsters. Het moet wel fun zijn, natuurlijk. Dan zijn dít de 14 beste opties:
BMW 135i Coupé (E82)

We beginnen het lijstje van de beste betaalbare achterwielaandrijvers met deze 135i Coupé. Natuurlijk is de BMW 1Serie M Coupé nog véél leuker. Qua prijs echter niet, de 1M is behoorlijk duur als occasion. De basis van de BMW 1 Serie M Coupé was de 135i en die is een stuk bereikbaarder. Dat niet alleen, ook de 135i is een heerlijke auto. De geblazen zes-in-lijn is een absolute heerlijkheid, of je nu te maken hebt met een vroege N54 (goed te tunen, niet heel betrouwbaar) of N55 (minder goed te kietelen, maar betrouwbaarder). In standaardvorm is ‘ie eigenlijk helemaal af. Dik 300 pk, achterwielaandrijving, een handbak: beter wordt het niet. De 135i had standaard altijd het M-pakket, dus dat smoelt meteen perfect. Voor 17 mille heb je een redelijk exemplaar met wat kilometers, maar dan kun je beter een mooie uit Duitsland halen (geldt eigenlijk voor alle auto’s in dit rijtjes).
Mazda RX-8 R3 (EC)

De Mazda RX-8 is een auto die het nooit helemaal waar heeft kunnen maken. Dankzij de wankelmotor was de auto erg dorstig, zoop deze ook nog eens olie en was de betrouwbaarheid niet des Mazda’s. Maar dankzij die rotatiemotor was de gewichtsverdeling uitstekend. De balans van de auto was enorm goed. Dat kwam door de compacte afmetingen en het lage gewicht van zo’n motor. Als het gaat om handling en stuurgedrag zijn er weinig auto’s met een achterbank die het beter doen. Want ja, de Mazda RX-8 was ook nog eens praktisch. De RX-8 met 231 pk is iets minder betrouwbaar dan de 192 pk versie, maar die is gewoon te traag. Zoek een zo laat mogelijk model, het liefst eentje van na de facelift (in Nederland nooit geleverd) en je hebt niet alleen een aanstaande klassieker, maar ook een geweldige auto.
Toyota GT86

In principe is deze auto de reden dat we het lijstje maken met beste betaalbare achterwielaandrijvers. Het leuke van de GT86 is dat het echt een model is dat op zichzelf staat. Dat is meteen de reden dat 'ie vrij duur was voor Toyota om te produceren. Al vanaf dag één bleef men schreeuwen om een sterkere versie en die bleef uit. Ja, na de facelift kreeg de GT86 5 hele pk's erbij.
Subaru BRZ (ZC6)

De Subaru BRZ en Toyota zijn bijna identiek, maar er is daadwerkelijk een verschil: de geometrie van de achterwielophanging is iets anders. Net als bij de Toyota moet je de automaat overslaan: dan mis je het concept van de auto. Om de auto hoger te laten scoren in dit overzicht van beste betaalbare achterwielaandrijvers, moet je eigenlijk kiezen uit de vele modificaties die mogelijk zijn voor deze auto. Zowel van Subaru, STI en gerenommeerde tuners is er een enorm aanbod van upgrades.
Mercedes-Benz SLK350 AMG Sports Package (R171)

Hè? De SLK? Ja, de eerste generatie SLK (R170) en Chrysler Crossfire zien er sportief uit, maar rijden niet dusdanig. De tweede generatie was op alle vlakken zoveel beter. Het stuurwiel bood meer scherpte en feedback en de handling bevond zich op een veel hoger niveau. Zeker met het AMG-sportpakket, dat de auto goed kan gebruiken. De motor is een heerlijkheid met 272 pk. Dankzij het grote slagvolume heb je dat luxe gevoel van én een hoog koppel én een directe en lineaire gaspedaalrespons. De handbak is niet de allerbeste in zijn soort, maar het is de leukste auto waarin Mercedes ooit een handbak in heeft gelepeld. Ook hier lekker voor de veel fraaiere postfacelift gaan. Wel kan het lastig zijn om een goed exemplaar te vinden: handbakken zijn er bijna niet op de V6.
Honda S2000 (AP1)

We kunnen de Honda S2000 natuurlijk niet vergeten. De Honda S2000 is nog altijd een bijzondere auto, waarvan onduidelijk is wat Honda er mee bedoelde. Het is niet een bovengemiddeld comfortabele auto, maar ook niet waanzinnig sportief. Wel is het koetswerk nog altijd bloedmooi, iets dat te weinig benoemd wordt: een strak, elegant, herkenbaar en origineel Japans ontwerp. Het koetswerk is de verpakking voor een van de meest bijzondere motoren ooit gebouwd, de F20C. Deze 2 liter viercilinder draaide 9.000 toeren en kon 240 pk leveren. Een absolute toekomstige klassieker die al prijziger begint te worden. Ook hier voor het postfacelift model gaan, die hebben VSC, een iets fraaier interieur, grotere wielen en beter afgestemd onderstel.
Nissan 350Z (Z33)

Deze generatie van de Fairlady is simpelweg hemelse perfectie. De auto is namelijk ontworpen als leuke en betaalbare achterwielaandrijver. De combinatie van een grote motor, achterwielaandrijving, een handbak en zo’n origineel koetswerk was uitermate geslaagd. De 350Z was de auto die de Audi TT wilde zijn. Helemaal perfect was de 350Z niet, de auto had wat scherpe randjes. Gelukkig zijn Japanse merken altijd aan het doorontwikkelen, dus waren er geregeld updates. Vanaf 2007 werd de fabelachtige VQ35HR-motor gebruikt met 313 pk, die was niet zozeer sneller dan de 280 pk of 300 pk versie, maar had een mooiere vermogensopbouw en klonk lekkerder. De handling was zowaar perfect.
Cadillac CTS Coupé 3.6 Sport Luxury

Een van de zwaarst onderschatte auto’s is de Cadillac CTS, ook in dit lijstje van de beste betaalbare achterwielaandrijvers. Net als de Lexus GS was dit in principe een 5 Serie-concurrent die minimaal net zo goed gebouwd was, misschien wel beter reed en in elk geval veel origineler was. De Cadillac CTS had het probleem dat de traditionele Cadillac-klant vanuit zijn Seville, DTS of Eldorado er niets van moest hebben en de BMW-liefhebber in de BMW-showroom aan het shoppen was. Natuurlijk, er waren diverse dikke CTS-V’s met een enorme achtcilinder, maar de CTS Coupé kon ook besteld worden met en hoogtoerige 3.6 liter V6 met meer dan 310 pk én een handgeschakelde transmissie! Zowel in Duitsland als in de States kun je ze tegenkomen, maar ze zijn zeldzamer dan kippentanden.
BMW Z4 Coupé 3.0Si (E86)

De Beiers zijn altijd gek geweest van Britse sportwagens. Voor BMW waren destijds de proporties enorm belangrijk. Wat je ook vind van het excentrieke lijnenspel, de proporties zijn schitterend: een enorm lange neus, weinig frontoverhang aan de voorkant, een relatief compacte cabine en een zeer korte kont. Deze Z4 Coupé heeft een grote atmosferische zes-in-lijn benzinemotor gekoppeld aan een handbak. Dit is gewoon een Duitse E-Type, eigenlijk. Natuurlijk, een Z4 M is leuker, maar als je kijkt hoeveel lol je krijgt met de 3.0si, dan is de meerprijs niet direct gerechtvaardigd. Ook leuk: de Z4 is een van de weinige BMW’s die wel sportief is, maar niet protserig. Wel even de runflats vervangen voor normaal rubber.
Hyundai Genesis Coupé 3.7

Ja, een Hyundai hoort thuis in dit overzicht van beste betaalbare achterwielaandrijvers. De Hyundai Genesis Coupé was in Nederland onze eerste kennismaking met Genesis. Tegenwoordig is dat het luxemerk van Hyundai. De Genesis Coupé stond een stuk hoger in de markt dan de uitgaande Coupé. Ook hier moet je eigenlijk de facelift-versie hebben die niet in Nederland is geleverd. Niet alleen is de neus strakker, de instapper (de 2.0T) kreeg aanzienlijk meer vermogen (van 213 naar 270 pk). Maar je wil die V6, dan heb je meer dan 300 pk, een sonoor motorkarakter en een wat luxer gevoel. Van het interieur krijg je dat niet, veel onderdelen kwamen uit Elantra’s en i20’s. Maar technisch gezien zijn ze vrij sterk en de prijzen zijn niet verkeerd. Je moet ‘m wel een uit Duitsland halen. Maar ja, als petrolhead zijn we dat wel gewend.
BMW 330i Coupé M Sport (E92)

Stiekem zien we deze auto allemaal over het hoofd en dat is doodzonde. De BMW 335i en M3 kunnen rekenen op voldoende aandacht. De 325i is een prima instapper als je per se een zescilinder comfortmachine wenst. Maar de 330i Coupe M Sport is op zichzelf een geweldige auto. Wederom, een drieliter zes-in-lijn zonder turbo’s is misschien wel de best mogelijke motor. Als je hier niet hard genoeg mee kan, is een auto eigenlijk te groot en te zwaar. Met 272 pk haal je ook gewoon de 250 km/u, maar het zijn vooral dingen als respons, geluid en loopcultuur die de motor zo bijzonder maken. De balans is dat ook. Het mooie van de 330i is dat het vooral een enorm fijne Daily is, maar zeker niet teleurstelt als je ervoor gaat zitten. Ga wel voor het M-Sport model of ga zelf aan de slag met een sportiever onderstel, want BMW heeft ruimte voor verbetering achtergelaten.
Infiniti G37 S Coupe (CV36)

De Infiniti G37 S Coupé zit een beetje tussen de BMW, Hyundai en Nissan in. Perfect voor het overzicht van de beste betaalbare achterwielaandrijvers. De motor is in dit geval de 3.7 VQ37 uit de Nissan 370Z. Qua styling doet ‘ie denken aan de Hyundai, wat overigens als compliment is bedoeld. Qua luxe en bruikbaarheid doet ‘ie aan de BMW denken. Een uitstekend pakket dus. Ondanks dat de meeste zijn voorzien van een automaat, kon je ‘m bestellen met een handgeschakelde transmissie. Dan heb je toch wel de auto zoals je ‘m wilt hebben. Niets schakelt zo prettig als een Japanse handbak. Nadeel: vind er maar eens eentje. Ook deze auto’s zijn behoorlijk zeldzaam.
Opel GT

De Mazda MX-5 is natuurlijk heel erg leuk, maar komt serieus vermogen tekort. Ja, weten het: dat is het concept van de auto. Daardoor is het gewicht laag, zijn de gebruikskosten laag en is de fun hoger. We begrijpen het. De Opel GT is dan ook op geen enkel vlak beter dan de Mazda MX-5. Besturing, schakelen, balans, wegligging: het is allemaal een of twee tandjes minder. Behalve dan de motor, want de 2.0 Ecotec Turbo is serieus krachtig. Dat niet alleen, het is vrij eenvoudig om er méér vermogen uit te halen. In combinatie met het relatief lage gewicht heb je dan een uiterst vlotte auto met achterwielaandrijving.
Ford Mustang GT ‘11 (S-197)

In dit geval is het heel erg lastig om de auto in te delen bij de beste betaalbare achterwielaandrijvers. Als je niet in Scandinavië, Nederland of Singapore woont, zijn deze auto’s zeer goed te betalen. De Mustangs van deze generatie zijn geweldig, maar het loont wel om te kijken naar een zo laat mogelijk model in het budget. De eerste modeljaren waren de Mustangs wel erg rudimentair. Een jaar na de facelift werd de oude Modular V8 vervangen door bijkans briljante Coyote V8. Deze was aanzienlijk sterker, krachtiger én niet eens dorstiger. Precies wat je wilt. Oh ja, hij klinkt hemels. Dankzij de starre achteras is het nog een ‘echte’ Mustang en is de auto uitstekend geschikt voor de leukere dragraces. Je kan enorm veel doen qua upgrades, maar als 5.0 GT is de Mustang eigenlijk helemaal af.




