Het verhaal achter de BMW X5 Le Mans Concept
X5-LeMans

Het epische verhaal over een overwinning op Le Mans en een dikke SUV.
BMW is een merk met een rijke racehistorie. Legendarische auto’s als de 3.0 CSL ‘Batmobile’, de M1 Procar, de E30 M3 DTM of de vuurspuwende Brabham BT52 staan op het netvlies gebrand van menig autofanaat. Tel daarbij alle overwinningen op in de verschillende Touring Car kampioenschappen die de wereld rijk is en je wordt een beetje duizelig.
Toch had je anno 1999 waarschijnlijk best wat geld kunnen verdienen als je voor de Vingt-Quatre-Heures-du-Mans had ingezet op BMW voor de eindzege. Immers had in 1998 de BMW V12 LM, voorganger van de V12 LMR, nog hopeloos gefaald in de Franse klassieker. De auto's waren én te traag én ze kwamen niet aan de finish. Ook speelde op de achtergrond mee dat BMW in het jaar 2000 zou terugkeren in de Formule 1. Die deal werd in 1998 al beklonken met het team van Frank Williams. Omdat er al noest gewerkt werd aan dat nieuwe prestigeproject leek de race in Le Mans niet de allerhoogste prioriteit te hebben in München.
En dan waren daar nog de andere fabrieksteams; Mercedes trad aan met de CLR, Toyota schreef drie beresterke GT-One’s in voor de race en die dekselse rivaal uit Ingolstadt kwam met de R8R. Niet bepaald de minste concurrenten. Als klap op de vuurpijl nam Don Panoz ook twee bulderende prototypes mee, toentertijd zeker geen slome duikelaars. Het team van BMW had dus een behoorlijke berg te beklimmen.
Maar, omdat de CLR’s kennelijk dachten bezig te zijn met een partijtje turnen op vloer, werden alle Mercs uiteindelijk teruggetrokken uit de race. Twee van de drie Toyota's in handen van voormalig Formule 1 coureurs Martin Brundle en Thierry Boutsen crashten als gevolg van klapbanden. De Toyota's waren weliswaar razendsnel, maar moesten ook vaker stoppen voor nieuwe brandstof dan de eveneens dynamische maar daarbij ook efficiënte BMW's.
Bovendien bleek de V12 LMR zelf door een compleet herzien bodywork aanzienlijk sneller te zijn dan diens voorloper én bleef de techniek ditmaal wel heel. Zodoende stevende de Beierse brigade op zondagochtend zelfs af op een heuse één-twee, voordat notoir brokkenpiloot JJ Lehto roet in het eten gooide door te crashen met de nummer 17. Met die buffer het raam uit gekieperd, werd het alsnog even peentjes zweten voor de mannen en vrouwen met blauw-witte logo's op hun pakken in de pitstraat. Doch gelukkig voor hen, wist de equipe Winkelhock-Martini-Dalmas de nummer 15 wel intact naar de meet te sturen. Zo won BMW die dag toch Le Mans. De overwinning die niet per se werd verwacht, maar die toch nog kwam.

Hoewel de V12 LMR vervolgens nog wel één jaartje ingezet werd in de 'American Le Mans Series', werd de titel op het Circuit de la Sarthe niet verdedigd. De focus lag nu definitief op presteren in het circus van Bernie. Wellicht mede hierdoor had de V12 LMR het in de ALMS qua snelheid inmiddels ook moeilijk tegen de nieuwe Audi R8 LMP. Aan het eind van het jaar werd de auto dan ook teruggetrokken om, in gezelschap van kleurrijke familieleden, op de lauweren te rusten in BMW's alom bekende 'geheime' opslag in München.
Een passend einde aan een mooie historie zou je zeggen, maar wacht, dit artikel ging toch over een X5? Jazeker! Want zoals het 'mad scientists' betaamt konden de techneuten van BMW het niet verkroppen dat het kloppende hart dat bonkte onder de gewelfde kap van de V12 LMR nooit meer echt flink zou mogen brullen. Volgens de overlevering flikkerde omstreeks de milleniumwisseling in het gebouw van M GmbH op gezette tijden dan ook een sinister lichtpeertje, soms gepaard gaande met een monsterlijk geluid dat door de lucht vibreerde. Naar later bleek het logische gevolg van het klaarmaken van de V12-motor voor transplantatie.
Twee gepaste kandidaten werden gevonden die geacht werden de brute kracht van de S70-motor, die in iets andere vorm ook in de staart van de McLaren F1 ligt, te beteugelen. De eerste was de 8-serie, BMW’s luxe GT die eigenlijk nog een echte M-variant verdiende boven de 850 CSi. Maar dat model, geïntroduceerd in 1989, liep al op zijn laatste benen. PR-matig een veel betere optie was de destijds gloednieuwe, in Amerika vervaardigde X5. Want waar we nu klagen over hoge, voorwielaangedreven, ondergemotoriseerde bejaardenbakken die de draak steken met BMW’s merkwaarden deden we dat in 1999 over de eerste SUV van het merk. Tijden veranderen.
De X5 kon dus wel wat extra ‘street cred’ gebruiken om mensen te overtuigen dat het toch een heuse BMW was in hart en nieren. Zo gezegd, zo gedaan. Het nu 700 pk sterke hart van de V12 LMR werd achter de nieren in de neus van de E53 geplaatst. Met Hans-Joachim Stuck achter het stuur deed de X5 een rondje ‘Ring opeens in zeven-minuten-en-negenenveertig seconden. Met recht een super-SUV dus en dat nota bene járen voordat Victor ons de D8/12 Peking-to-Paris SSUV liet zien.
Net als die D12 heeft de X5 Le Mans het productiestadium helaas nooit gehaald. De snelste X5 van de eerste generatie werd uiteindelijk de X5 4.8is met 360 pk. Amper meer dan de helft van het aantal peerden die het concept had. Van de twee generaties X5 die volgden kwam wél een M-variant, maar ook die kunnen niet tippen aan het vermogen en het geluid van de ‘Le Mans’.




























