Hoe deze Audi 90 Quattro héél Amerika vernederde
Hoe deze Audi 90 Quattro héél Amerika vernederde

Het werd een bloedbad.
Audi draagt zijn welbekende slogan, "Vorsprung Durch Technik", niet voor niets sinds de jaren zeventig. Het was in die periode dat het merk weer durfde te dromen van de hoogtijdagen dat het als Auto Union, voor de Tweede Wereldoorlog, had gekend.
Na een periode vrijwel alleen simpele en betaalbare auto's te hebben geproduceerd, besloot het zijn relatief terughoudende en conservatieve strategie bij te stellen en zich ambitieuzer te positioneren. Concreet kreeg een medewerker van de ontwikkelingsafdeling, Jörg Bensinger, de vrijheid om zijn idee te ontwikkelen: vierwielaandrijving voor straatauto's.
Binnen enkele jaren had Audi het idee uitgewerkt tot een fatsoenlijk product, in de vorm van de Quattro. Nu was het de tijd om de auto aan het publiek te tonen. In het Wereldkampioenschap Rally verscheen de auto in zijn meest extreme vorm ten tonele en direct wist Audi er furore mee te maken. Ondanks dat de legendarische Group B zijn allure dankzij enkele tragische ongevallen verloor en uiteindelijk werd opgedoekt, had Audi zijn stempel gedrukt.

Hoewel de wereld na het einde van Group B in 1986 terdege op de hoogte was van de kracht van het bestaan van Audi's fenomenale Quattro-vierwielaandrijving, dachten de kopstukken nog lang niet aan stoppen met het promoten van het systeem. Integendeel, het succes in het WRC smaakte naar meer.
Audi, dat zijn zinnen ook had gezet op het veroveren van de Verenigde Staten, besloot hierom zijn straatauto's op de proef te stellen in het Trans Am-kampioenschap. Onder hoongelach van de Amerikaanse concurrentie trad Audi het kampioenschap in 1988 binnen met een ruim 500 pk sterke 200 Quattro en een reeks stercoureurs, om vervolgens korte metten te maken met de bijna antieke auto's van zijn tegenstanders. Van de dertien wedstrijden wonnen de Duitsers er acht, tot groot ongenoegen van de organisatoren. De kampioenen konden een terugkeer het jaar daarop vergeten, want Trans-Am had de regels zodanig aangepast dat vierwielaandrijving en niet-Amerikaanse motoren verboden waren.

Voor Audi was het nauwelijks een tegenslag. Intern voelden ze de bui al enigszins hangen en waren ze langzaam begonnen met de ontwikkeling van een auto die minstens zo succesvol moest worden. In het IMSA-kampioenschap, waar minder regels werden gehanteerd en racewagens niet op straatauto's gebaseerd hoefden te worden, vonden de Duitsers een nieuw thuis. Het wapen om dit kampioenschap mee aan te vallen: de Audi 90 Quattro IMSA GTO.
De voor de IMSA-serie geprepareerde bolide was slechts in geest een Audi 90. In geen enkel opzicht kwam de auto overeen met de productieversie. Zelfs het exterieur, niets meer dan een krankzinnig omhulsel voor het nieuwe stalen spaceframe, had weinig meer te maken met de werkelijkheid. Op het dak na deelde de IMSA-auto geen DNA met de 90 die bij de lokale dealer te vinden was. Audi had een schitterend en ruig ontwerp vervaardigd uit een brouwsel van verschillende lichtgewicht composietmaterialen, waardoor de auto de weegschaal niet meer dan 1.200 kg liet aangeven. Het gewicht van de Audi 90 Quattro was aanzienlijk lager dan dat van auto's waartegen hij het op moest nemen.
Natuurlijk hadden de technici van Audi het gewicht van de 90 Quattro proberen te drukken door zo licht mogelijke materialen te gebruiken voor het koetswerk, maar ook met het motorblok had het een enorm voordeel in handen. Door de enorme motoren van de concurrentie waren hun auto's logger en minder voorspelbaar te sturen. Onherkenbare problemen voor Audi, wiens compactere 2,2-liter vijfcilinder minder woog dan de ronkende V8-motoren. Aan vermogen kwam het blok echter niets tekort. De opgewaardeerde vijfpitter produceerde, mede dankzij een nieuwe, reusachtige turbo van KKK, om en nabij de 730 pk. Overigens was er geen toeschouwer die zich ergerde aan het tekort aan cilinders: de klanken en melodieën die uit de bijrijdersdeur doorborende stortkoker kwamen, gingen door merg en been.

In combinatie met de verzameling coureurs (Hans-Joachim Stuck, Scott Goodyear, Hurley Haywood en Walter Röhrl) die Audi voor zijn missie had opgetrommeld, vormde het een niet te stoppen front. Althans, wanneer ze aan de start verschenen. Audi verscheen namelijk niet bij iedere wedstrijd dat seizoen aan de start. De Duitsers lieten de eerste en de derde race, respectievelijk de 24 uur van Daytona en de 12 uur van Sebring, schieten, simpelweg omdat het de ontwikkeling van de auto nog niet had afgerond. De wedstrijd daartussen, die verreden werd op het stratencircuit van Miami, ging ook niet van een leien dak: Audi haaldde de finish niet door versnellingsbakproblemen. De handgeschakelde zesbak, die volgens IMSA-reglementen omgetoverd moest worden naar een transmissie met vijf verzetten, gooide roet in het eten.
Desalniettemin kreeg de concurrentie tijdens die wedstrijd voor het eerst een idee van de snelheid van de Audi. Gedurende het seizoen zouden zij nog veel vaker met het tempo van Hans-Joachim Stuck en Harley Haywood geconfronteerd worden. Met name de oud-Formule 1-coureur was de dominante kracht binnen het team. De bijna twee meter lange Duitser kon de Audi behendig tot het uiterste drukken. Toen Audi de betrouwbaarheid eenmaal op orde had, slaagde Stuck erin zeven overwinningen achter zijn naam te zetten – dit terwijl zijn team meedeed aan dertien van de in totaal vijftien wedstrijden. Naar eigen zeggen kon Stuck veel later remmen dan zijn tegenstanders en had hij de lijnen voor het uitkiezen. Op iedere vierkante centimeter asfalt voelde de 90 Quattro GTO zich thuis.

Uiteindelijk kreeg Audi het niet voor elkaar het IMSA-kampioenschap naar zich toe te trekken. Door de lange-afstandsraces van Daytona en Sebring te missen, had het een potentiële berg aan punten door de vingers laten glippen. Stuck kwam niet verder dan een derde positie in het klassement, achter de Mercury Cougars van Roush Racing. Bij de constructeurs was het resultaat hetzelfde.
Meer dan dat ene jaar IMSA zat er vervolgens niet in voor Audi. De Amerikanen hadden genoeg van de creativiteit waarmee Audi aan was komen zetten en deden vierwielaandrijving, net als Trans-Am een jaar eerder, in de ban. Hadden ze nu maar geweten dat ze Audi hiermee het grootst mogelijke compliment gaven...
Audi 90 Quattro IMSA GTO, 1989
Motor: 2.190 cc vijfcilinder met 20 kleppen
Vermogen: 730 pk en 720 Nm
Topsnelheid: 310+ km/u
Versnellingsbak: handgeschakelde zesbak, minus één verzet
Gewicht: 1.207 kg
Ophanging: double wishbones met coilovers





