Dit zijn 9 snelle en gave Golfs op een rij
Volkswagen Golf GTI

Waarin een gewone auto bijzonder kan zijn.
Hiep, Hiep, Hoera! De Volkswagen Golf is 45 jaar geworden. Jazeker, het is alweer 45 jaar mogelijk om bij de VW-dealers een heuse Golf te bestellen. Het is moeilijk voor te stellen, maar aanvankelijk had Volkswagen de grootst mogelijke moeite om de Kever op te volgen. Het merk probeerde het, eh, volk ervan te overtuigen om in een 412 of K70 te laten stappen, maar dat lukte allesbehalve. Vergeet niet dat de Kever jarenlang een populaire auto was.
Echter, de Kever had ook zijn nadelen. Natuurlijk had het ding bakken karakter, maar hij wa absoluut niet zuinig en daarbij kon de wegligging op de verkeerde momenten bijzonder spannend zijn. Ook was het ruimteaanbod behoorlijk beperkt. Zowel de kofferruimte als de achterbank waren bijzonder krap. Kortom, het model kon op voldoende punten verbeterd worden. Gelukkig zette Volkswagen met de Golf alles recht. De Golf I (Typ 17) kwam in 1974 op de markt. De auto was voorzien van voorwielaandrijving, een voor die tijd zeer vooruitstrevende techniek.

Net als de Mini had de Golf een dwarsgeplaatste motor, waardoor de cabine verder naar voren kon komen. Het was een geniale zet, want het gaf de auto de perfecte layout – vandaag de dag wordt deze techniek nog altijd toegepast bij de Volkswagen Golf, evenals een enorm gedeelte van de auto’s dat tegenwoordig op de markt verkrijgbaar is. Intussen zitten we op de zevende generatie van de Golf en de achtste laat niet heel lang meer op zich wachten. Dit zijn de 9 hoogtepunten uit de historie van de Volkswagen Golf:
Golf I (Typ 17)
Van de Golf I zijn er teveel verschillende modellen die in aanmerking komen. In principe is de meest simpele variant al iconisch genoeg. Het was natuurlijk de Golf I GTI die alles veranderde. Aanvankelijk was het niet eens de bedoeling een ‘icoon’ op de markt te brengen. Het idee voor de Golf Sport kwam naar boven tijdens een borrel, alwaar Anton Konrad en Alfons Löwenberg het een leuk idee leek om de EA827 motor uit de Audi 80 GTE in een Golf te lepelen. Het project werd afgewezen door de hoge heren van VW, want de auto maakte te veel herrie en was te hard geveerd. Dankzij de elektronische injectie van Bosch was de Sport Golf sterker én stiller. Ook dankte de GTI zijn naam eraan. Sinds zijn debuut op de IAA is de GTI een groot succes geweest voor Volkswagen.

Golf I Cabriolet (Typ 155)
In de jaren ’70 waren er niet veel betaalbare cabriolets. De meeste kwamen destijds uit Engeland. Dat waren raszuivere miniatuur sportwagentjes. Erg leuk, maar absoluut niet praktisch. Wilhelm Karmann had het gelukzalige idee om van een reguliere hatchback een cabriolet te maken. Dan heb je alsnog een betaalbare cabrio, maar dan eentje die een stuk praktischer is. Groot nadeel was het ontbreken van voldoende carrosseriestijfheid. Om dit euvel te verhelpen werd er een rolbar gebruikt. De Golf Cabriolet bleek bijzonder populair. Het eerste type werd van 1980 tot 1993 geproduceerd bij Karmann GmbH in Osnabrück.

Golf II G60 Limited (Typ 1G)
De Golf II kwam in 1983 op de markt. De Golf II was een stukje groter, zwaarder (meer dan 100 kg!) en volwassener dan de eerste generatie. Ditmaal werd de Golf door VW zelf ontworpen. Echter, Herbert Schäfer kreeg de opdracht om de lijnen van Giugiaro, de ontwerper van de Golf I, te respecteren. Hierin slaagde hij met vlag en wimpel. Als allround hatchback was de Golf II beter dan ooit, al waren de GTI uitvoeringen iets minder leuk dankzij het toegenomen gewicht. Ze konden tot wel 120 kg zwaarder zijn. Gelukkig had VW allerlei hardware ontwikkeld om de Golf sneller te maken. Voor de Golf Limited werd praktisch alles uit de kast getrokken: 16 kleppen, een G-lader (een soort mechanische compressor) en ook vierwielaandrijving. De motor was goed voor 210 pk en 252 Nm, waarmee je in 6,4 naar de 100 km/u kon sprinten. De Limited was niet alleen 'limited' qua naam: er werden in totaal slechts 71 exemplaren gebouwd. Ieder werden ze uitgerust met alle mogelijke opties en een vijfdeurs carrosserie, dit in verband met een hogere mate van carrosseriestijfheid.

Golf II Country (Typ 1G)
Over te vroeg pieken gesproken. Tegenwoordig zien we overal extra stoere hatchbacks met ‘crossover’-uitstraling. Right, het zijn extra stoer uitziende hatchbacks. Dit was niet het geval met de Golf Country, ondanks zijn enorme bullbar. De Golf Country stond aanzienlijk hoger op zijn poten en was standaard voorzien van vierwielaandrijving. In Nederland kon je de auto krijgen met een 1.8-motor die krap 100 pk leverde. Tegenwoordig zijn dit nog behoorlijk prijzige Golfjes. In totaal zijn er iets meer dan 7.000 stuks van gebouwd.

Golf III VR6 (Typ 1H)
Aanvankelijk leek het belangrijkste Golf III-hoogtepunt de TDI te zijn. Het was namelijk de eerste diesel die acceptabele prestaties combineerde met een zeer aangenaam verbruik. Nu, met dieselgate in het achterhoofd voelt het verkeerd om juist dat model in het zonnetje te zetten. We gaan Goebbels immers ook niet herinneren als 'de man die zo goed kon blokfluiten'. Daarom opteren we voor de Golf VR6. Omdat een V6 niet paste in het vooronder van de Golf, werd de VR6 ontwikkeld. Deze motor kent een zeer kleine blokhoek van 15 graden. Hiermee was de zescilinder zeer compact. Dankzij 174 pk en 235 Nm was het ook een bovengemiddeld snelle auto. Een absoluut sportkanon was het niet, wel was het een zeer vlotte en duur klinkende allrounder.

Golf IV R32 DSG (Typ 1J)
De Volkswagen Golf IV kwam aan het einde van 1997 op de markt. Qua uiterlijk was het een doorontwikkeling van de Golf III. In technisch opzicht was de auto aanzienlijk moderner, dankzij het platform van de Audi A3 waarop hij stond. Er zijn twee Golfjes die het benoemen waard zijn. Ten eerste de Golf 1.6 Comfortline, of zoiets. Piëch stond erop dat elke Golf hoogwaardiger moest aanvoelen dan zijn concurrenten onder de noemer “Klasse für die Masse”. Dit was de eerste Golf met een volledig verzinkte carrosserie waar Volkswagen maar liefst 12 jaar garantie op gaf. Maar daar worden wij niet blij van, dus benoemen we de Golf IV R32. Het model was op alle fronten de Über Golf, net zoals de Golf Limited dat eerder was. In dit geval dankzij een 3.2 VR6 met 241 pk, die eventueel gekoppeld kon worden aan een DSG-transmissie – destijds een primeur. Tevens was dit de eerste Golf die begrensd was op 250 km/u.

Golf V GTI (Typ 1K)
Ondanks dat Volkswagen altijd een Golf GTI in de aanbieding heeft gehad, waren de Golf III GTI en Golf IV GTI uiterst matige GTI’s. Snel? Jazeker. Leuk? Neuh, niet echt. De Golf V maakte dat meer dan goed. Dit kwam in eerste instantie door diens 2.0 TSI-motor, die 200 pk en 300 Nm en produceerde. Het blok kon gekoppeld worden aan een handbak, of een DSG-transmissie. Daar bleef het echter niet bij. Volkswagen maakte echt werk van de GTI: dankzij de onafhankelijke ophanging rondom konden de heren technici een veel hoogwaardiger chassis ontwikkelen. De GTI-beleving werd verder verhoogd door visuele details als de rode bies, 17” velgen en de dubbele uitlaat. En in het interieur vonden we de originele ruitjes bekleding die je tot op de dag van vandaag nog steeds kan bestellen.

Golf VI R Cabriolet (Typ 5K)
De Golf VI leek op een nieuw model van Volkswagen, in feite was het niets meer dan een ingrijpende facelift. Toch was het een aanzienlijke vooruitgang. De Golf V was ten eerste vrij duur om te bouwen en daarbij was het interieur ook nog eens minder fraai dan bij zijn voorganger. Met de komst van de Golf VI veranderde dit. Het dashboard werd verbeterd en de productiekosten werden verlaagd. Een favoriete uitvoering is echter lastig. De TSI-motoren kende veel olieproblemen, de Golf R werd ontdaan van zijn zescilinder en de TDI motoren bleken sjoemelblokken te zijn. Drama. Gewoon niet een al te beste generatie, ze kunnen we concluderen. Alhoewel, de Golf VI GTI was nog een vrij prettige allrounder. Die dan maar? Nee, we gaan voor een exclusiever model. Bijzonder was namelijk de komst van een Golf Cabriolet. Het is de derde (en laatste) die we tot op heden hebben mogen verwelkomen. Ook ditmaal was de dakloze versie als GTI én R leverbaar. Wel kwam de Golf R Cabriolet pas heel laat op de markt. Zo laat zelfs, dat de Golf VII al lang en breed op de markt was.

Golf VII R Performance Pack (Typ 5G)
Ook bij de Golf VII is het even twijfelen. De Golf GTE, bijvoorbeeld, combineert het milieuvriendelijke karakter van een elektrische auto met het praktisch gemak van een auto met verbrandingsmotor. Althans, volgens de folder. Omdat werkelijk niemand zijn Golf GTE aan de laadpaal hing, was het feitelijk een Golf met 200 kilo balast en een 1.4’tje die het gevaarte mocht trekken. Vergeet alle eco-nonsens en ga voor de Golf R, het liefst met Akrapovič uitlaat. Dit is namelijk een van de meest perfecte auto’s voor wanneer je maar één auto kwijt kunt. De Golf R is niet zo hardcore als een Focus RS of Civic Type-R. Tegelijkertijd is hij ook minder gênant en veel meer geschikt voor dagelijks gebruik. Dankzij 310 pk en vierwielaandrijving hoef je om prestaties nooit verlegen te zitten. Ja, ze zijn niet goedkoop, maar de Golf R maakt vele andere auto's overbodig. En dat is het belangrijkste.

Meer lezen? Check dan dit overzicht met de 13 leukste snelle Polo's of het verhaal van de leukste Golf aller tijden.




