6 EV’s die je waarschijnlijk vergeten bent
6 EV's die je hoe dan ook vergeten bent

Er is meer dan alleen Tesla.
In het teken van onze EV 10-daagse, hebben we een smakelijk lijstje elektrische auto's voor jullie verzameld. Het moge misschien geen reeks onfatsoenlijke supercars zijn, maar deze auto's hebben ieder hun steentje bijgedragen aan de wereld der elektromobiliteit. Goed, de één wat eerder dan de ander, maar dat maakt ze niet minder speciaal of relevant. We gaan de gehele wereld over en bespreken auto's van een minuscuul, naoorloogs, Japans gebakje tot een heuse elektrische 3-serie.
Tama Electric Car, 1947
De Tweede Wereldoorlog is nog maar net voorbij en Japan dat zich als één geheel in een herstelproces bevindt, kent een enorme schaarste aan fossiele brandstoffen. Elektriciteit, daarentegen, was er in overvloed. Hierop begon de overheid aan te dringen op het maken van elektrische auto's. Tokyo Electro Automobile Co., één van de autofabrikanten die later onderdeel zou zijn van de omsmelting naar Nissan, trok 200 werknemers van vliegtuigbouwer Tachikawa aan. De ingenieurs hadden totaal afwijkende ideeëen over het bouwen van een auto, maar juist hiervan kon het beginnende bedrijf profiteren. Eerst werd een elektrische pickup gemaakt, later volgde de Tama Electric Car. De tweedeurs, vierpersoonsauto kwam op papier 65 kilometer ver, maar in de praktijk wilde dit nog wel eens positief uitwijken tot bijna 100 kilometer. Opladen was er overigens niet bij. Doordat de ingenieurs de batterijen in twee speciale compartementen onder de 1.100 kg wegende Tama verwerkten, konden deze gemakkelijk verdwijderd worden voor verse exemplaren. Nissan zelf noemt het de geestelijke vader van de Leaf.

AMC Amitron, 1967
Zoals @dizono enkele jaren geleden al schreef, kunnen we de Amitron rustig de eerste moderne elektrische auto noemen. Hoewel de wagen het nooit voorbij het conceptenstadium wist te schoppen, is het een puik staaltje Amerikaanse arbeid. AMC, ook wel bekend als de American Motors Corporation, kwam aan het einde van de jaren '60 met iets dat ze bijna tien jaar eerder al op gang hadden proberen te brengen. De Amitron was de belichaming van het harde werk dat de ingenieurs jarenlang hadden uitgevoerd. Het resultaat was een studiemodel dat zich qua vorm, geest en doel kon vereenzelvigen met de door LSD gestimuleerde Zeitgeist. De Amitron kwam 241 kilometer ver, bij een snelheid van 80 km/u. Om diezelfde snelheid te bereiken, had de wagen 20 seconden nodig. Prestaties zijn echter niet zozeer waar de Amitron op uit was. De nickel-cadmiumaccu's, die de wagen lieten accelereren, wogen slechts 200 kg. Daarbij bezat de Amitron een techniek die tegenwoordig niet uit hybride en elektrische auto's is weg te denken. De AMC had een recuperatief remsysteem, die de energie van het afremmen opsloeg in de accu's.

Volkswagen Elektro-Golf, 1976
Het Duitse Volkswagen was net als de meeste andere autofabrikanten in de greep van de oliecrises van de jaren '70. Ten opzichte van Volvo, waarover je hieronder zult lezen, was Volkswagen een jaar eerder met haar oplossing. Ook de Duitsers experimenteerden met alternatieve brandstoffen, en net als de Zweden een jaar laten zouden doen, ging ook Volkswagen aan de slag met een compacte elektrische wagen. De Golf werd uitverkoren en zo geschiedde, de Elektro-Golf was een feit. Waar de reguliere Golf van die tijd aangedreven werd door een 75 pk sterke viercilinder, had de Elektro-Golf een 27 pk sterke elektromotor onder de kap, die gekoppeld was aan een handgeschakelde vierbak. Niet minder dan twintig van deze prototypes reden tot en met 1986 op de openbare wegen en werden bestuurd door technici van Volkswagen, die vervolgens weer data verzamelden om de auto's beter te maken. Die informatie werd later weer gebruikt voor de tweede generatie Elektro-Golf, maar imponerend waren de prestaties allesbehalve. De MkII had 13 seconden nodig om de 50 km/u te bereiken. Echter moet er ergens een begin gemaakt worden. Het is dan ook deels aan de Elektro-Golf te danken dat we nu al jaren tegen de E-Golf aan mogen kijken.

Volvo Electric Car, 1977
Om de eerste elektrische auto van Volvo te begrijpen, hoeven we alleen maar te kijken naar het jaar waarin de wagen voor het eerst verscheen. De Electric Car werd geïntroduceerd in het midden van de oliecrises van '73 en '79, in een tijd waar men gretig op zoek was naar alternatieve brandstoffen. Er is niet veel bekend over de wagen, maar we weten dat het uiterst compacte wagentje kleiner was dan een Smart ForTwo. Minder dan 2,70 meter, dus. Het uitblijven van het succes, of überhaupt de productie an sich, is te verklaren door het gebrek aan animo. Niet alleen was het in bijna alle opzichten (brandstof, grootte, etc) een voorloper, en daardoor een onpopulair ding, hij woog ook nog eens meer dan een ton.

Mercedes 190, 1992
Het klinkt misschien als iets dat pas in recente jaren op stoom is gekomen, maar in de jaren '90 ging de Duitse overheid al een de slag met een plan om uit te zoeken of op grote schaal elektrisch rijden in een nabije toekomst mogelijk was. Onder andere Mercedes maakte deel uit van het programma, dat op het eiland Rügen in de Baltische Zee werd uitgevoerd. Één van die auto's zie je hierboven, een volledig elektrische Mercedes 190. De autofabrikant uit Stuttgart nam tientallen auto's mee naar het eiland, in verschillende configuraties. In vier jaar tijd legden de bolides honderdduizenden kilometers af, ondanks dat ze op één lading niet meer dan 110 kilometer ver kwamen. De auto's waren voorzien van twee batterijpakketten, die zowel in de voor- als achterkant te vinden waren. Omdat de techniek nog in de kinderschoenen stond, viel ook hier het gewicht tegen. De wagens wogen ongeveer 150 kg meer dan de normale 190.

BMW 3-serie E36, 1995
Net als Mercedes, nam ook BMW deel aan het door de Duitse staat gesponsorde programma om onderzoek te doen naar de mogelijkheden omtrent elektrische auto's voor de massa. De E36 is grotendeels een doorontwikkeling van de technieken die de Beieren eerder toepasten op de E30. BMW maakte in totaal vijfentwintig elektrische prototypes van de E36. Acht hiervan, gebaseerd op de tweedeurs 325i, werden in 1991 naar het hierboven genoemde eiland in de Baltische Zee verscheept. Zes andere 3-series werden later niet gebruikt om duurtesten te doen, maar werden juist ingezet voor alledaagse ritjes. BMW voerde tests uit met verschillende batterij- en accupakketten. Enkele van de toegewijde testers noteerden het rijbereik en de laadtijden nauwkeurig. Op één moment wist de E36 het voor elkaar te krijgen zichzelf voor 75 procent op te laden, binnen een tijdsbestek van 40 minuten. Echter was er een enorm verschil met de elektrische auto's van nu. Waar Tesla talloze supercars stof laat happen, had de elektrische 3-serie zes seconden nodig om de 50 km/u te bereiken. Zijn topsnelheid lag rond de 135 km/u. De aandrijflijn van het beestje woog ruim 350 kg, en veel verder dan 150 kilometer kwam hij niet.





