Bezuinigingen Renault brengen Alpine fabriek in gevaar
Alpine A110

De fabriek van Alpine in Dieppe ligt onder vuur door bezuinigingen bij Renault.
Een submerk lanceren is lastig. Wat je ook doet qua marketing, het logo - en de bijbehorende naamsbekendheid - is heilig. Zeggen dat een DS 'zo goed als een Citroën is' telt niet: het is een Citroën of niet. Volvo lijkt het onderscheid redelijk gevonden te hebben door Polestar als showmodel voor hun elektrische strategie te gebruiken. Maar één van de leukste submerken van de afgelopen paar jaar moet toch wel Alpine zijn.
Herboren
Ook al doe je met deze lengte het originele Alpine er geen eer aan, toch even een kleine geschiedenisles. Het merk stamt uit 1955 toen Jean Rédélé op basis van de Renault-modellen van toen sportwagens ging bouwen. Het merk werd pas echt grootschalig bekend toen Renault het overnam in 1970 en van 1971 tot 1973 vele rally-successen op de naam van de bekendste Alpine kon schrijven: de A110. Nadat die uit productie ging, bracht Alpine in de jaren '80 en '90 nog de A310 en A610 uit. In 1994 moest Renault echter het merk in de ijskast zetten. De fabriek in Dieppe werd een fabriek voor sportieve Renaults (de RS-modellen) en Alpine was helaas dood.
Tot 2009. Renault stofte de naam Alpine af. Een breed scala aan conceptcars en een hoop wilde doch non-concrete ideeën, tot en met 2016. Toen kwam Alpine met de Vision op de proppen en zoals we nu kunnen zien werd dat het eerste productiemodel. Deze kwam in 2017 en heette, zoals vroeger, A110. Natuurlijk rust Alpine grotendeels op Renault-techniek, maar het is een zeer gefocuste sportwagen met een retro-sausje als uiterlijk. De motor is een 1.8 liter grote viercilinder met turbo, goed voor 252 pk in de Première, Pure en Lègende, en 292 pk in de A110S. Zeer binnenkort wordt het arsenaal ook nog vergezeld door de Color Edition en de Lègende GT. Kortom: Alpine is een gewaardeerd merk en ze zijn volledig terug. De productie wordt ook weer verzorgd door de fabriek in Dieppe.

Bezuinigingen
Die fabriek moeten we het even over hebben. Renault verkeert namelijk in zwaar weer. Nou ja, de hele auto-industrie verkeert in zwaar weer, maar Renault en alliantiepartner Nissan pakken het groots aan. Er moet bij beide merken meer dan twee miljard euro bezuinigd worden. En dat is niet makkelijk.
Nissan kijkt naar wat veel geld kost en (te) weinig oplevert. Zo willen zij Datsun schrappen en zouden alle leuke modellen in Europa eruit gaan (ten faveure van crossovers). Renault maakte al duidelijk dat de Espace, Scénic en Talisman in de gevarenzone zitten. Daar worden een aantal fabrieken van Renault aan toegevoegd, waaronder die in Flins (ZOE en Nissan Micra), Choisy-le-Roi (eerdergenoemde modellen, plus de Koleos en zelfs de Mégane!) en helaas: Dieppe.
Afscheid Alpine?
Nou is de fabriek van Alpine niet de meest volumineuze en wellicht ook niet de meest winstgevende fabriek voor Renault. Het merk na drie jaar dood verklaren lijkt ook raar: de nodige investeringen hebben ook flinke pegels moeten kosten. Toch wordt er geen grootschalig plan gelanceerd om Alpine dan maar ergens anders heen te verhuizen. Daarmee zou na dus slechts drie jaar het project A110 al in de geschiedenisboeken geplaatst worden. Niet het einde wat wij de Autoblog Auto van het Jaar 2018 hadden gegund.
Is het logisch? Wellicht. De Alpine A110 kan niet bestempeld worden als een verkoopsucces. Niks vreemds voor een nicheproduct, maar dat kan Renault dus momenteel absoluut niet gebruiken. De revival die er had kunnen zijn loopt nu flink gevaar. (via Automotive News Europe)




