Dit zijn de 18 beste jaren '80 supercars
Jaren '80 supercars

De beste jaren '80 supercars op een rij, 18 stuks maar liefst.
Supercars blijven enorm tot de verbeelding spreken. Ze zijn hopeloos onhandig, het potentieel is bijna niet te benutten en vaak zijn ze niet eens écht mooi. Maar toch, het feit dat snelheid en wegligging boven alles de prioriteit hebben gekregen maakt het eindresultaat vaak zeer verbluffend, indrukwekkend én iconisch.
In de jaren ’70 schoten de supercarmakers uit de grond en zagen de meest bijzondere creaties voorbij komen. Met name uit Italië, de bakermat van de supercar, was er geen tekort aan bijzondere superwagens. Onlangs hadden we het nog over supercars uit de jaren ’90. In die periode werden de auto’s sneller, serieuzer en geavanceerder.
Maar de jaren ’80 waren bijzonder vreemd wat dat betreft, want ‘het concept van de supercar’ was nog in ontwikkeling. In plaats van een Lamborghini of Ferrari na te bouwen, werden fabrikanten creatiever en inventiever.
Ford RS200
1984
250 pk
190 km/u*

Het leukste is als een ratjetoe van onderdelen leidt tot een ware reuzendoder. De Ford RS200 is zo’n auto. Omdat rallyauto’s telkens minder ‘straatauto’ waren, maakte Ford een Group B rally prototype waarvan ze toevallig ook straatversies gingen maken. De koetswerken kwamen bij Reliant vandaan, en de achterlichten en zonnekleppen kwamen van een Ford Sierra. Voor de rest was de Ford RS200 eigenlijk een competitie-auto, ondanks dat er gebruik is gemaakt van velours afwerking in het interieur. De 1.8 Cosworth BDT turbomotor was in civiele specificatie goed voor 250 pk. Eigenlijk is het meer een rallyspecial dan een supercar, maar het blok was in staat om meer, heel erg veel meer vermogen te leveren, 800 pk (!) was mogelijk.
Lamborghini Jalpa P350
1984
255 pk
234 km/u

Natuurlijk denken we allemaal aan de Countach, maar Lamborghini maakte in de jaren ’80 ook een junior supercar. Omdat het Lamborghini is, was de Jalpa in zijn eigen recht een ware supercar. Een perfecte concurrent voor de snellere Lotus Esprits en Porsches 911. De 3.5 V8 zestienklepper was goed voor 255 pk en 350 Nm, waarmee het 1.510 kg zware gevaarte in 6 seconden naar de 100 km/u kon sprinten. Destijds was de Lamborghini Jalpa daarmee marktconform. Relatief gezien was het een succesvolle auto voor Lamborghini, er zijn er namelijk 411 gebouwd.
Nissan Skyline GT-R (BNR32)
1989
280 pk
251 km/u

De Nissan Skyline GT-R is natuurlijk een auto van de jaren ’90, maar de R32 werd toch echt in de zomer van 1989 gelanceerd. Dus we kunnen 'm in het lijstje van jaren '80 supercars proppen. De hoofdingenieur van de R32 was helemaal idolaat van de Porsche 959 en besloot dat de Skyline GT-R nog geavanceerder moest worden qua techniek. De auto was voorzien van een biturbo zescilinder, vierwielaandrijving, vierwielbesturing en een hele hoop elektronische goodies. De raceversies maakten gehakt van alles eigenlijk. De RB26 bleek dermate goed te tunen dat de R32 eenvoudig sneller gemaakt kon worden dan menig supercar met vermogens tot wel 1.000 pk. Van de eerste serie GT-R R32 werden er 17.316 exemplaren gebouwd.
Lotus Esprit SE (X180)
1989
268 pk
257 km/u

De Lotus Esprit was altijd een vreemde eend in de bijt als het gaat om supercar lijstjes. Het vermogen was eigenlijk nooit heel erg indrukwekkend, terwijl dat juist een belangrijk aspect is aan een supercar. Toch past de Esprit Turbo in het lijstje. Het was namelijk een exotische supercar, met toevallig vier cilinders. Er waren diverse uitvoeringen, maar 268 pk in een auto met middenmotor met een fabelachtige wegligging is gewoon een supercar. Qua acceleratie kon de Esprit zich meten met de beste, op de Autobahn viel ‘ie door de mand. Daar stond dan wel tegenover dat je veel supercars zoek reed op een B-Weggetje.
BMW M1 (E26)
1980*
286 pk
260 km/u

Met de BMW M1 spelen we meteen even een beetje vals, want deze auto werd eigenlijk in 1978 onthuld. De auto werd echter ook aan de man gebracht in de jaren ’80 én het is een supercar. In de jaren ’80 werd er ook flink mee geracet en de hoekige styling past helemaal bij de jaren ’80, iets wat Giugiaro een vooruitziende blik op had. Aanvankelijk zou Lamborghini de auto maken, maar uiteindelijk moest BMW het toch zelf doen. Ondanks dat de auto ontworpen was met de competitie in het achterhoofd, bleek het een zeer capabele straatauto te zijn. Een van de eerste supercars waarbij je niet meteen achterstevoren stond. Er zijn 399 straatuitvoeringen gebouwd, met de andere 53 is er geracet.
Porsche 911 Turbo WLS (930)
1985
330 pk
278 km/u

Ondanks dat het (ruimschoots) in de jaren ’70 allemaal begon voor de 911 Turbo, is de auto een icoon van de jaren ’80, net als de Ferrari Testarossa. Net als de Ferrari heeft de Porsche een motor met de cilinders op 180 graden, maar is alles compleet anders. Dankzij een enorme KKK-turbo werd het vermogen naar grote hoogte gestuwd. De 3.3 liter boxermotor leverde namelijk minimaal 300 pk, af fabriek kon je een WLS-kit bestellen waardoor het vermogen op een betrouwbare wijze steeg naar 330 pk. Voor lange tijd had de 911 Turbo vier versnellingen. Pas in 1989, vlak voordat ‘ie uit productie ging, kreeg de 930 Turbo de G50 transmissie (een handgeschakelde vijfbak) van Garett.
DeTomaso Pantera GT5
1985
330 pk
280 km/u

Het idee achter de DeTomaso Pantera was stiekem heel erg goed gekozen. Combineer Italiaans design van Ghia (Tom Tjaarda in dit geval) met de kracht en betrouwbaarheid van een Amerikaanse V8. Daarmee klonk de Pantera compleet anders dan zijn concurrenten van Lamborghini en Ferrari. De Pantera was vele malen ruiger. De Pantera GT5 was een doorontwikkeling van de GTS, die nog vijf jaar (van 1980 tot 1985) leverbaar bleef. De GT5 had een enorm dikke bodykit van glasvezel. Bij de latere GT5-S was deze vervaardigd van staal. Er zijn 252 GT5’s gebouwd. De Cleveland-V8 van Ford moest goed zijn voor 305 tot 350 pk, afhankelijk van de specificatie. Gezien de beschikbare upgrades was het ook mogelijk om het vermogen op te krikken naar 600+ pk.
Isdera Imperator 108i
1984
300 pk
283 km/u

Sommige mensen balen ervan als een concept car niet het levenslicht ziet. Andere mensen heten Eberhard Schulz en bouwen ‘m gewoon zelf. Dat is namelijk precies het verhaal achter de Isdera Imperator 108i. Het idee vloeide voort uit de Mercedes CW311 concept auto die nimmer het levenslicht zag. De relatief lichte Imperator (1.250 kg) imperator werd voorzien van een volvette, dikke, romige V8 van Mercedes-benz. Sommigen hadden hadden zelfs een AMG-getunede motor erin liggen.
Ferrari 288 GTO (Tipo F114)
1984
400 pk
288 km/u

Er is een olifant in de kamer, anders was de Ferrari 288 GTO misschien wel de absolute supercar van de jaren ’80 geweest. Het idee achter de 288 GTO was vrij inventief. Aanvankelijk was het de bedoeling om een exotische V8 turbomotor te gebruiken in een 308-achtig koetswerk, om zo de kosten laag te houden. Iets dat niet helemaal lukte. Gelukkig, achteraf gezien. Ondanks dat het het plan was om deel te gaan nemen aan Group B races, kwam het er niet van. Een 288 Evolution werd achter de schermen wel ontwikkeld, maar kwam nimmer op de markt. Achteraf gezien was de Evo de brug tussen de 288 GTO en de F40. Er zijn 272 van de 288 GTO gebouwd.
Ferrari Testarossa
1984
390 pk
290 km/u

Misschien wel de meest iconische jaren ’80 supercar is de Ferrari Testarossa. De Berlinetta Boxer (zijn voorganger) was er ook in de jaren ’80, maar de Testarossa wist zijn stempel uitstekend te drukken op dit decennium. De Testarossa was voorzien van een 390 pk sterke platte V12, voldoende om zeer indrukwekkende prestaties te halen. Destijds was het ook nog eens een relatief luxe auto, het was zeker geen raceauto voor de straat, zoals dat bij supercars voor kan komen. De auto werd onsterfelijk door zijn optreden in Miami Vice, waarbij Crockett en Tubbs het opnamen tegen voornamelijk drugdealers. Er zijn er 7.144 van gebouwd van 1984 tot 1991, toen de 512 TR het stokje overnam.
Lamborghini Countach 25th Anniversary Edition
1988
455 pk
298 km/u

Dit is een lastige, want niet iedereen is fan van de bodykit. Voor hen is de Countach LP5000 QV de favoriete jaren ’80 Countach. Maar het is wel een interessante doorontwikkeling. De bodykit van de Anniversary werd door niemand minder dan Horacio Pagani ontworpen. Pagani bocht een beetje logica en wetenschap toe aan de diabolische Countach. De bodykit zorgde voor minder drag, maar tegelijkertijd voor betere motorkoeling en een stabielere wegligging op hoge snelheden. Er zijn er 657 exemplaren van de 25th Anniversary Edition gebouwd.
Aston Martin V8 Vantage Zagato
1986
430 pk
300 km/u

De Aston Martin V8 is een wezenlijk onderdeel van het edele Britse merk. De basis van de auto komt uit 1967 (DBS), waar in 1969 een V8 motor in gelepeld werd. In 1972 wordt de zwaar verbeterde versie, V8 genaamd, geïntroduceerd. Dat model werd tot 1989 (!) geproduceerd. Die auto is meer GT dan supercar. In 1986 staat op de Salon van Genève de Aston Martin V8 Vantage Zagato te shinen. Een karakteristieke koets, een enorm krachtige V8 en een gepeperd prijskaartje maken de auto onweerstaanbaar voor de betere rijkaard. De Tadek Marek V8 was goed voor 430 pk en moest ervoor kunnen zorgen dat 300 km/u tot de mogelijkheden behoorde. Er zijn 52 coupé’s gebouwd, later nog een handjevol cabrio’s.
Ferrari F40
1987
470 pk
324 km/u

De F40 is eigenlijk de doorontwikkeling van de 288 GTO. Het is voor velen nog altijd de ultieme supercar, niet alleen specifiek van de jaren ’80. Het is de laatste Ferrari waarvan Enzo de introductie heeft meegemaakt. Het was een van de eerste auto’s die harder ging dan 200 mijl per uur (201 mph) ging. Ook was het een pure racer met kentekenplaten. Geen luxe in het interieur, geen vloermatten, geen stoelverwarming, geen radio. Gewoon lasnaden, kevlar en wat stof om het af te werken. De auto kon zich in de jaren ’90 ook nog prima meten met de supercars van toen. Sterker nog, de F40 was stiekem sneller dan nieuwere F50. Iets waar Ferrari niet blij mee was, waardoor de twee niet tegen elkaar mochten worden getest.
Porsche 959S
1987
515 pk
339 km/u

In 1987 ware er twee ultieme 911’s die geen 911 werden genoemd. Eentje was de Ruf CTR, de andere de 959. Deze auto was een ware Supercar, maar dan wel volgens Porsche. Dus maximale prestaties, maar niet maximale drama. De 959 was juist bijzonder efficiënt. De 2.85 liter grote zescilinder boxermotor was goed voor 450 pk, die werden verdeeld over alle vier de wielen. Er was een 959 ‘Komfort’ en een 959 ‘Sport’. Af fabriek kon je ook meer vermogen (530 pk) bestellen. In totaal zijn er 292 van gebouwd, waarvan 29 stuks van de 959. Het is een van de weinige auto’s die succesvol was op het circuit (Le Mans), in het zand (Dakar) en op de openbare weg.
Ruf CTR Yellowbird
1987
469 pk
342 km/u

De ultieme underdog der underdogs. De Ruf CTR is het geesteskind en Magnus opus van Alois Ruf Jr. Waarom sommige auto’s in dit lijstje bij lange na niet hun topsnelheid wisten te halen, was de bizar hoge topsnelheid van deze auto officieel gemeten. Dat niet alleen, het was ook nog eens een klein 911’tje. Geen getunede turbo, maar een onopvallende Carrera (vanwege de smalle heupen). Onderhuids was alles anders en werd alles aangepast, maar dat zag je er niet aan af. De naam Yellowbird werd bedacht door medewerkers van Road & Track magazine en is niet de officiële naam, eigenlijk. Je kon ‘m ook in andere kleuren krijgen namelijk.
Vector W8
1989
625 pk
389 km/u*

Een eigen supercarmerk beginnen is voor velen het hoogst haalbare. Dat is de enige verklaarbare reden dat mensen het tevergeefs blijven proberen. In sommige gevallen zijn de plannen hopeloos, maar sommige bedrijfjes komen stiekem heel erg ver. Vector is zo’n merk. De Amerikaan Jerry Weigert combineerde graag straaljager achtige invloeden met die van een supervar. Zo gebruikte hij graag materialen als koolstofvezel en kevlar voor de Vector W8. De Rodeck V8 was relatief eenvoudig, maar zeer sterk. Dankzij enorme Garett turbo’s was het vermogen 625 pk! Er zijn er 17 gebouwd. *Die topsnelheid was zeer discutabel: niemand had het gereden en niemand had het lef dat ooit te gaan proberen.
Callaway Sledgehammer (C4)
1988
882 pk
429 km/u

De grens tussen tuner en zelfstandig fabrikant is soms flinterdun. Zo op het eerste gezicht is deze Callaway Sledgehammer een getunede Corvette en in absolute zin klopt dat ook. Maar de methodes die toegepast zijn, zijn meer van het niveau van een fabrikant. Het was meer dan een simpele set turbo’s die op de V8 werden gemonteerd. De motor moest dociel én betrouwbaar zijn, naast het feit dat ‘ie goed was voor 882 pk. De bodykit lijkt redelijk een eenvoudig en ingetogen, maar naast het feit dat het aërodynamischer is, is de koeling erachter (en eronder) vele malen beter. Mede dankzij de Sledgehammer werden er Callaway Corvettes verkocht door Chevrolet dealers: wat misschien wel de ultieme onderscheiding is voor het briljante werk van Reeves Callaway.
Disclaimer: ondanks dat we op topsnelheid hebben gerangschikt, was dt begrip nogal ‘rekbaar; in de jaren ’80. Ook zijn er natuurlijk auto’s die er niet in staan, maar wel in zouden kunnen staan. Deze mogen uiteraard benoemd worden, in de comments.




