Deze 7 C-segmenters gingen de BMW 1 Serie voor

Praat mee!

BMW M135i xDrive M Sport (F20) '15

BMW M135i xDrive M Sport (F20) '15

Eindelijk is de 1 Serie nu ook modern, deze auto's gingen hem (jaren geleden) voor.

Jammer, maar helaas: vanaf nu heeft de BMW 1 Serie voorwielaandrijving. Dat niet alleen, de gehele layout is gewijzigd. We hebben het al een tijdje geleden toegelicht in deze techniekspecial, maar we pakken 'm er nog even bij.

De eerste twee BMW's 1 Serie waren in technisch opzicht verwant aan de 3 Serie. De 1 Serie (E87) maakte gebruik van veel 3 Serie (E90) onderdelen, de 1 Serie (F20) maakte veel gebruik van 3 Serie (F30) techniek. De 1 Serie had een zeer bijzondere layout voor zijn klasse. De motor was in lengte geplaatst. De versnellingsbak was daarachter gemonteerd met daar direct een as naar de achterwielen. Dit betekent dat al het gewicht zich tussen de wielen bevindt. Ook is de verdeling van het gewicht gunstig. Precies zoals BMW het doet bij zijn grote sedans, stationwagons en coupé's. Daarom rijden die auto's over het algemeen erg prettig.

Dit concept heeft ook nadelen. Het neemt veel ruimte in beslag. Bij een 7 Serie niet direct een probleem, bij een 1 Serie wel. Ook is het zeer prijzig. Wederom geen issue bij een 7 Serie, wel bij een 1 Serie. Daarbij had een groot gedeelte van de klanten niet eens door dat hun 1 Serie voorzien was van achterwielaandrijving. Tsja, om de puristen blij te houden moet je wel erg ver gaan.

De nieuwe 1 Serie heeft niet alleen voorwielaandrijving, de gekozen layout is ook anders. De motor is nu overdwars geplaatst, de versnellingsbak zit er nu naast. Voor een hatchback is dit een veel betere keuze. Temeer omdat MINI ook al gebruikt van dit platform. BMW is relatief een klein concern, dus om de winstmarge te verhogen op zo'n belangrijke auto is dit een logische beslissing. BMW is overigens niet de enige die de overstap maakt. Deze 7 auto's gingen de 1 Serie voor:

Fiat 1100R

1100 R. Dat klinkt heel erg sportief, zeker als het zou gaan om een lekkere Superbike. Het is echter ook een naam die Fiat heeft toegepast. De Fiat 1100 R (103P) was de laatste incarnatie van de Fiat 1100-serie. De 1100-Serie was voor Fiat al behoorlijk modern: de auto maakte gebruik van een zelfdragend chassis met monocoque in plaats van een ladderchassis met het koetswerk erop, Iets dat de Fiat 1100 E (de voorganger) nog wel had. De 1100 R (Rinnovata) werd in 1966 gelanceerd en was de laatste uit de lijn.

Fiat 1100R (103P) '66

Fiat 128

De auto werd namelijk in 1968 voorzien van opvolger in de vorm van de Fiat 128. Een kek sedannetje met wat meer merkwaardig proporties. Sedans waren toen in het C-segment nog een veel voorkomende carrosserievorm. De motor lag overdwars in combinatie met voorwielaandrijving. Hierdoor bood de 128 aanzienlijk meer ruimte dan zijn voorganger. Ook waren de rijeigenschappen op een hoger niveau.

Fiat 128 4-Door '69

Volkswagen Kever

Het meest bekende voorbeeld is natuurlijk de Volkswagen Golf die in 1974 de Kever moest opvolgen. De Kever was een zeer verouderd concept geworden. In basis stamt het nog van vóór de tweede wereldoorlog. De Kever heeft een viercilinder boxermotor die achter de achteras is geplaatst. Deze motor drijft de achterwielen aan. Omdat het gewicht van de motor op de achteras drukt, heb je relatief veel grip. Althans, vanuit stilstaand, gas los in bochten kon voor spannende momenten zorgen.

Volkswagen Kever '72

Volkswagen Golf I

Het was niet slechts de wegligging waardoor Volkswagen overstag ging. De Kever is een behoorlijk hopeloze auto qua 'packaging'. Het is een Engels concept dat zich niet in één woord laat vertalen, vandaar de volgende omschrijving: het gebruik van de beschikbare ruimte en waar alles geplaatst wordt. De Kever had weinig bagageruimte en was bijzonder krap achterin. De Golf nam nauwelijks meer ruimte in, maar had meer ruimte te bieden.

Volkswagen Golf I 3-Door (Typ 17) '74

Opel Kadett (C)

Er zijn van die momenten dat je terugdenkt naar tijden waarin de Opel Kadett (C) nog een veel voorkomende auto in het Nederlandse straatbeeld was. Tot 1979 was elke Opel Kadett nog voorzien van achterwielaandrijving. De Kadett in Coupé-uitvoering was zelfs best fraai om te zien, mede daardoor. Ook hier had Opel te kampen met een onhandige layout. Daarbij was het onderstel niet hoogstaand: de auto moest boven alles betaalbaar zijn. Tel daarbij op dat bandentechniek en actieve veiligheidssystemen als ABS, ASR en ESP niet aan de orde waren.

Opel Kadett City (C) '79

Opel Kadett (D)

De gewone Kadett was niet direct een ramp om te rijden, maar hoeveel beter het kon toonde de Kadett (D) aan, de vierde generatie. Dit was tevens de auto die Vauxhall zou krijgen in plaats van hun (eveneens achterwielaangedreven) Chevette. Vauxhall gebruikte bij deze versie al de 'Astra'-naam, Opel zou nog twee generaties de naam 'Kadett' gebruiken. De Kadett (D) was niet alleen ruimer en veiliger dan zijn voorganger, maar ook slimmer opgebouwd. Zo was het eenvoudiger om aan de auto te sleutelen. Tevens waren de motoren aanzienlijk moderner.

Opel Kadett (D) '79

Nissan Sunny (B310)

Japanners doen en deden de dingen net even anders dan in Europa. Zo werden modellen zo snel opgevolgd, dat ze er bij FCA stressneigingen van krijgen. Zo werd de Datsun Sunny zo ongeveer om de vier jaar ververst. De Japanse automerken hadden natuurlijk ook wat in te halen, de meeste merken waren relatief jong. Twee modellen die het zeer goed deden in Europa waren de Cherry en de grotere Sunny. Die auto was tot 1981 (de zogenaamde B310 generatie) voorzien van achterwielaandrijving. Met name de Fastback had een gaaf voorkomen. Echt snel waren ze niet: alle Sunny's werden geleverd met zeer modale doch betrouwbare viercilinders.

Nissan Sunny Coupe (B310) '77

Nissan Sunny (B11)

De grote concurrent voor de Nissan Sunny was natuurlijk de Toyota Corolla. Normaliter hield Nissan (Datsun) redelijk goed in de gaten wat ze aan het doen waren aldaar. Echter, met de Sunny Van de B11-generatie waren ze gewoon bijna twee jaar eerder met het op de markt brengen van een moderne C-segmenter. De Nissan Sunny (B11) was gebaseerd op de Nissan Sentra, die nét uit was gekomen en voorzien van voorwielaandrijving. Wederom was dit een hele verstandige auto, niet een heel spannende. Het was wel de eerste Nissan Sunny die je kon kiezen met een episch trage turboloze dieselmotor.

Nissan Sunny Coupe (B11) '83

Mazda 323 (FA)

Het gaat te ver om alle Japanse C-segmenters uit de jaren '70 en '80 te behandelen: voor veel markten maakten ze namelijk een apart model, specifiek afgestemd voor de eisen in de betreffende contreien. In 1980 begon men bij Mazda al iets logischer te denken door één model iets aan te passen. Scheelt toch weer in de ontwikkelingskosten. De FA4-generatie verving in 1977 zowel de Grand Familia (die wij als 818 kenden) en de reguliere Familia. In Nederland werd de auto verkocht als 323 en was deze leverbaar als hatchback en stationwagon: beide met naar keuze drie of deuren.

Mazda 323 '79

Mazda 323 (BD)

In 1980 ging Mazda dan eindelijk overstag. De Mazda 323 van de BD-generatie werd ontwikkeld in samenwerking met Ford. Dit betekende niet dat onze Escort een 323-klooon was geworden. Nee, Ford kon de Japanse basis uitstekend gebruiken voor hun compacte Fords, zoals de Laser en de Meteor. Die namen klinken overigens veel spannender dan dat de auto's waren. De Europese Mazda 323 was nauwelijks spannender. Met name de vierdeurs sedan (in het beige!) gaf een nieuwe betekenis aan het woord saai.

Mazda 323 3-Door (BD) '80

Ford Escort MkII

De Ford Focus wist naam te maken als fijn rijdende C segment auto, maar dat wist de Ford Escort een tijd daarvoor ook al te bewerkstelligen. Het merk deed mee aan diverse rally's met de 'RS'-varianten van die Escort. Zoek maar afbeeldingen van die auto en je zult zien dat de meeste Escorts RS'en dwars gaan. Altijd handig, achterwielaandrijving. Niet alleen de 'Escort RS' was superluxe, ook de Escort GT, Sport en Mexico waren meer dan de moeite waard.

Ford Escort '79

Ford Escort MkIII

In Australië werd bovenstaande Escort al voortijdig vervangen door een nieuwe Escort, die men in de Verenigde Staten Laser/Meteor noemt. Aanvankelijk was het de bedoeling om de naam van de Escort te veranderen naar 'Ford Erika'. Dat ging niet door, met name vanwege de Britse markt waar de auto niet aan te slepen was. De Britten waren nogal gehecht aan de naam. Het was na de door Tom Tjaarda getekende Ford Fiesta de tweede Europese Ford met voorwielaandrijving. Uiteraard vanwege dezelfde redenen als bij de concurrenten: betere packaging en een veiliger weggedrag. Bijzonder: deze Escort kwam er ook als Cabriolet.

Ford Escort '80

Toyota Corolla (E70)

De Toyota Corolla was in de jaren '70 al een uitstekend verkopende auto. Wereldwijd sloeg de combinatie van een scherpe prijsstelling, grote mate van betrouwbaarheid en relatief rijke standaarduitrusting goed aan. De eerste Corolla was voorzien van achterwielaandrijving en dat zou ook eventjes zo blijven. De laatste reguliere Corolla die voorzien was van aandrijving op de juiste wielen was de 'E70'-generatie.

Toyota Corolla (A70) '79

Toyota Corolla (E80)

In 1983 stond er een nieuwe generatie klaar, de Corolla E80. Deze was aanzienlijk moderner. Niet alleen dankzij het gebruik van voorwielaandrijving, maar ook dankzij het lekker hoekige design waarmee je in de jaren '80 helemaal het mannetje was. De Corolla E80 kenmerkte zich verder door het aanbieden van een heuse dieselmotor. Deze motor gaf nieuwe betekenissen aan de woorden geluidsproductie en traagheid.

Toyota Corolla Sedan (E80) '83

Toyota Corolla (AE86)

Maar was dit dan alles? Nee! Toyota heeft natuurlijk in 1983 een legendarische Corolla op de markt gebracht, de zogenaamde AE86, wat de fabriekscode van de auto was. De auto kenmerkte zich door de scherpe styling en natuurlijk het feit dat de auto voorzien was van achterwielaandrijving. Op zich had Toyota een vrij goede oplossing gevonden. Voor de brave huisvaders was er een Corolla stationwagon met dieselmotor, maar de liefhebber kon altijd nog opteren voor een coupe met achterwielaandrijving.

Toyota Corolla SR5 Sport Coupe (AE86) '84

BMW 1 Serie (F20/21)

BMW lanceerde de 1 Serie in 2004. In 2011 kwam de tweede generatie op de markt, de F20 (vijfdeurs) en F21 (driedeurs). Net als zijn voorganger (de E87) is de 1 Serie in technisch opzicht nauw verwant aan de 3 Serie. Ook de techniek komt bij de 3 Serie vandaan. Natuurlijk moeten we even benoemen dat deze C-segment auto met een zes-in-lijn leverbaar is geweest. Maar ook de 125i en 125d zijn bovengemiddeld leuke uitvoeringen.

BMW M135i (F21) '19

BMW 1 Serie (F40)

De nieuwe BMW 1 Serie staat op het UKL2 platform Van BMW. De BMW 1 Serie Sedan (F52), MINI Countryman (F60) en X1 (F48) staan ook al op die basis. Niet alleen de voorwielaandrijving is anders, ook de rest van de layout. De motor ligt nu overdwars met de transmissie ernaast. Die motoren zullen nu maximaal 4 cilinders tellen. Laten we eerlijk zijn, de meeste 1 Series waren voorzien van achterwielaandrijving (xDrive was een optie op sommige modellen) en het overgrote deel van de eigenaren wist niet eens dat de auto achterwielaangedreven was.

BMW M135 xDrive (F40) '19

Laat staan dat de eigenaren wisten wat de voordelen ervan zijn. Kortom, in principe kijkt het een volkomen logische keuze om deze stap te maken. Grotere winstmarges en meer uitwisseling van techniek. Tel daarbij op dat BMW met de New MINI en Rover 75 aangetoond heeft uitstekende voorwielaandrijvers te kunnen ontwikkelen en de toekomst hoeft niet zo zwartgallig te zijn als de puristen hem voorstellen. Toch?

Mini Cooper S (R56) '19

Daar wringt de schoen. Rationeel is het in elk geval goed te verklaren waarom BMW met de 1 Serie overstag is gegaan. Het ding is: een BMW is geen rationele auto. Verre van zelfs. Een BMW koop je niet omdat 'ie verstandig is, maar omdat je er eentje wilt. Die propeller en twee nieren op de neus stáán ergens voor. BMW heeft al een hele hoop heilige huisjes omver moeten gooien. Zo is élke BMW tegenwoordig voorzien van een turbo, iets waar BMW lang weerstand aan geboden heeft.

BMW M140i M-Performance (F20) '19

Of wat te denken van hydraulische stuurbekrachtiging? Of een zescilinder lijnmotor? Ja, die '40i'-motor is er nog wel, maar vroeger had je een hele range aan zescilinders, nu is er maar eentje. Er zijn telkens minder intrinsieke redenen om een BMW te verkiezen boven de concurrentie en juist dát is eigenlijk zorgwekkend. Die BMW badge is juist zoveel waard vanwege de 'technische integriteit'.

BMW 118i Spot (F20) '13

In zekere zin lijkt het dus of BMW zijn ziel aan de duivel heeft verkocht. Want hoeveel hebben ze nu gewonnen met voorwielaandrijving? De bagageruimte is slechts 20 liter groter. Het zou ons verbazen als de 1 Serie nu een ruimte wonder blijkt. De Audi A3 en Mercedes-Benz A-Klasse zijn dat immers ook niet. In het bovenstaande overzicht is er een groot verschil met de 1 Serie: techniek. Tegenwoordig is passieve en actieve veiligheid enorm toegenomen. De voordelen die nu worden aangehaald, waren in 2004 al bekend. BMW koos toen bewust voor achterwielaandrijving. De 1 Serie moest een opstapje worden naar méér BMW-fans en méér BMW-klanten. My First BMW wordt My Third MINI. Uiteindelijk is gebleken dat de marketing afdeling het niet voldoende heeft uit weten te buiten. De BMW 1 Serie met standaardaandrijving werd 15 jaar oud.