Dít zijn 11 zeer opmerkelijke racewagens
Maserati Superstar

Waarom zou je er überhaupt aan beginnen?
Eigenlijk is het vreemd dat zoveel merken meedoen aan autosport. Het is of peperduur (Formule 1) of je hebt nauwelijks exposure (alle andere raceklassen). Uiteraard zijn er uitzonderingen, zoals de 24h van Le Mans/Nürburgring of DTM, maar de meeste raceseries worden nauwelijks gevolgd. Natuurlijk doodzonde, want er is voldoende te zien.
De reden waarom automerken meedoen aan de diverse raceklassen is niet altijd hetzelfde. Uiteraard is het rijdende reclame voor het betreffende model. Dat is (mede) de reden waarom de M3 (E30) of Skyline GT-R (R32) zo'n legendarische status hebben: ze reden de concurrentie naar huis. Maar ook als een auto niet dominant is, schijnt het dus te lonen om mee te doen met autosport.
Het opmerkelijke zit 'm in het feit dat autosport en autoverkoop haaks op elkaar staan. In de autosport wil je een zo licht mogelijke auto, met een goede gewichtsverdeling en een sterke motor. Op straat willen de meeste mensen een betrouwbare, veilige en ruime auto hebben. Dat gaat niet altijd even goed samen. Het hele internet was aan het schuddebuiken toen BMW meedeed aan de 24 uur van Le Mans dit jaar.

De M8 is een vrij grote auto, dus daar werden geslaagde grappen overgemaakt. Goede, gratis publiciteit voor BMW, dat immers met de auto rijdt om de M8 juist een dynamischer imago mee te geven. Eigenlijk zou het logischer zijn om met de M2 of M4 te racen: die zijn immers lichter en compacter. Dat is echter niet relevant, want de M8 moet onder de aandacht gebracht worden. We hebben nog 11 vergelijkbare voorbeelden gevonden:
Audi RS6 Competition (C5)
SCCA World Challenge (2004)
Als er een auto niet geschikt is voor het circuit, dan is het de Audi RS6 wel. De Audi gaat onnoemelijk hard vooruit, maar er zijn meerdere disciplines die een raceauto moet beheren om enigszins uit de voeten te komen in een toerwagenklasse. Dat is de reden waarom BMW’s wel uit de voeten kwamen en Audi zijn heil zocht in klasse met vierwielaandrijving (of klasse waarbij niemand er naar om leek te kijken: LMP). De RS6 Competition werd in Amerika een jaartje of tien geleden gebruikt in de SCAA. Coureurs als Randy Pobst waren er redelijk succesvol mee, maar het hoge gewicht en de neus in de voorkant speelden de auto parten. Wie had dat gedacht?

TWR Volvo 850 Estate
BTCC (1994)
Dit is de bekendste en misschien wel de reden dat heel Holland en hun moeder de Volvo 850 meer dan een warm hart toedragen. De 850 R Estate was eigenlijk niets meer dan een publiciteitstunt door tijdens het eerste seizoen een stationwagon in te zetten. Wat we nog wel eens willen vergeten is dat het succes uiterst modaal was. Sterker nog, een jaar later al werd de Estate vervangen door een sedan. Niet dat dat veel uitmaakte. Pas met de latere S40 ging het met Volvo de goede kant op in het BTCC.

Bentley Continental GT3
FIA GT3
De GT3 klasse is misschien wel de meest interessante klasse. Het zijn gemodificeerde sportwagens. Geen prototypes, maar auto’s op basis van sportwagens zoals je ze kunt tegenkomen in het wild. Denk aan de Mercedes AMG-GT, Audi R8, McLaren 650S en Nissan GT-R. Wat dat betreft is het bijzonder dat Bentley dacht: ja, daar hoort een auto van ons tussen, ondanks het feit dat er woonboten zijn met een lager eigen gewicht. Naar het schijnt waren de Engelsen eigenwijs genoeg om te overwegen om de W12 te monteren. Waarschijnlijk heeft de bandenleverancier gesmeekt om voor de (lichtere) V8 variant te gaan.

Aston Martin Rapide S
24h Nurburgring
Ulrich Bez had het goed gezien met Aston Martin. De DB9 was een meesterzet. Niet alleen door het uiterlijk, het was precies zo’n auto die de (betalende) klant erg aanspreekt. Bez had ook door dat deelname in raceklassen essentieel was om actief te zijn met de nieuwe generatie Astons. De DB9 werd als DBR9 en DBRS9 ingezet. Met de V8 werd in de lagere klassen ingeschreven, zowel race als rally! Ook de Rapide moest eraan geloven. In 2010 werd de eerste Rapide ingezet, met een 5.9 V12. In 2013 kwam er een Rapide S Hydrogen Hybrid, met een combinatie van waterstof en een V8 biturbo.

Mercedes-Benz 300 SEL 6.3 AMG (W109)
24h Spa Francorchamps (1971)
Deze Mercedes komt nog uit de tijd dat AMG een zelfstandige tuner was. De 300 SEL 6.3 kende een korte racecarrière, maar wel een succesvolle. Met name de tweede plaats op de 24 uur van Spa was een bijzonder knappe prestatie. Ondanks de naam had de auto een 6,8 liter V8 onder de kap, die ruim 400 pk leverde. Niet veel later werd het moeilijk voor de 300 SEL om deel te nemen aan races: de banden die de auto nodig had, waren niet meer toegestaan om te gebruiken, waardoor AMG stopte met het racen met de 300 SEL. Een exemplaar werd aan Matra verkocht, dat de auto gebruikte om landingsgestellen te testen voor vliegtuigen.

Rover Vitesse (SD1)
DTM (1984 - 1987)
Raar maar waar, het laatste grote autosportsucces van Rover was een gigantisch slagschip uit de jaren '80. De enorme vijfdeurs liftback met achterwielaandrijving bleek gek genoeg zeer succesvol op de internationale circuits. Dat was in de Group A-serie. Het succes was mede te danken aan de 340 pk sterke V8 motor. De Vitesse werd door TWR omgebouwd en was succesvol in het FIA toerwagenkampioenshcap, ETCC, Bathurst 1000 en het BSCC. De grootste mokerslag deelde de Vitesse uit in 1984 in het DTM-kampioenschap, waar Kurt Thiim de titel pakte.

Maserati Quattroporte (M139)
Superstar Series (2011 - 2012)
De Superstar Series was een aardige klasse met een gevarieerd deelnemersveld, zoals de Audi RS4 en Cadillac CTS-V. Maar de meest opmerkelijke auto in deze klasse moet toch wel de Maserati Quattroporte zijn geweest. Deze Quattroporte werd gestript en voorzien van een zeer heftige bodykit. In technisch opzicht was de auto minder exotisch. Onder de kap vond je de bekende 4.2 liter V8, in dit geval opgekrikt tot 450 pk. Deze was gekoppeld aan een sequentieel te bedienen transmissie van Sadev.

Subaru Impreza Wagon SYMS (GF8)
JTCC (1998)
Fanb0y-alert! Het JTCC moet je niet verwarren met het JGTC. Het JTCC was een klasse of twee lager en liep in de jaren '90 op zijn laatste benen. Zoals bij veel ter dood veroordeelde klassen was de lijst met aanmeldingen te kort. In het JTCC was Toyota super-dominant met niet één, maar twee auto's: de Chaser en de Corona. Subaru-tuner SYMS voelde er wel wat voor om die hegemonie te doorbreken. Men gebruikte een Subaru Impreza in stationwagon-uitvoering. De reden hiervoor was exact hetzelfde als bij Volvo: het zorgde voor meer publiciteit. De auto reed overigens geen deuk in een pakje boter. Na 3 races stopte SYMS met het JTCC project. Leuk weetje, dit is waarschijnlijk de enige competitie-Impreza zónder turbo. De 300 pk en 320 Nm die de EJ20 weet op te wekken zijn geheel atmosferisch.

Jaguar XJC Broadspeed V12
Groep 2 (1977)
Dit was zo ongeveer de snelste in zijn klasse. In tegenstelling tot veel concurrenten in deze klasse had de Jaguar de beschikking over een twaalfcilinder motor. Deze werd flink uitgeboord en door Cosworth gekieteld om tot veel vermogen te komen. Op banen als Monza was de Broadspeed XJC V12 onverslaanbaar, met name als het ging om pole positions. Het probleem met de XJC was het gewicht dat te hoog was. In combinatie met de sterke motor betekende dat de auto veel vaker een pitstop moest maken om verse banden te halen en brandstof bij te vullen. De auto klonk wel weergaloos en ziet er nog steeds waanzinnig fraai uit.

Volkswagen Caddy TDI (9K)
VW UK Cup
De snelste auto is in principe altijd een bestelauto... In tegenstelling tot de meeste sportwagens kun je er bij elke bedrijfswagen wel vanuit gaan dat het gaspedaal 95% volledig ingedrukt is. Tsja, als dat toch het geval is, waarom er niet meteen een raceauto van maken? Speciaal voor de Britse Volkswagen Cup raceserie werd de Caddy omgebouwd tot raceauto. De 1.9 TDI werd behoorlijk onder handen genomen om dik 200 pk en 450 Nm te leveren. Supersnel was de Caddy TDI niet, maar je kon tijdens de langere races het doen met veel minder pitstops, waardoor de Caddy's TDI een raszuivere underdog was die voor een verrassing kon zorgen.

Lexus SC 430 (UZZ40)
Super GT (2006)
Jarenlang werd er geracet met dezelfde auto's in het JGTC. Denk aan de Nissan Skyline GT-R, Honda NSX en natuurlijk de Toyota Supra. Het reglement schrijft voor dat de auto's die meedoen in de GT500 klasse gebaseerd moeten zijn op een straatauto. Toen in 2002 de Supra en Skyline GT-R uit productie gingen, stonden Toyota en Nissan voor een lastige klus. Nissan pakte het slim aan en ging door met de 350Z. Toyota vroeg uitstel en reed nog een paartjes door met de Supra. Deze werd vervangen door een wel heel vreemde auto, namelijk de Lexus SC430. Dat was toen het model dat het meest in de buurt kwam van een opvolger van de Supra. De motor was dezelfde 4.3 liter V8.

Bonus: Scion tC Drift R*SR
De meest vreemde eend in de bijt is deze Scion tC. Scion was destijds het budgetmerk van Toyota in de Verenigde Staten. Scion moest jong, hip en dynamisch zijn. Iets wat destijds haaks stond op het Toyota imago. De Scion tC is een compact coupeetje met voorwielaandrijving. Des te opmerkelijker is dat de auto is gebruikt voor driftkampioenschappen. Om niet kansloos te zijn werd de auto door R*SR omgebouwd tot een achterwielaangedreven monster. Met V8. Dit alles om een jong, hip en dynamisch imago te verkrijgen. Dat is niet helemaal gelukt, want Scion bestaat niet meer.





